Archive Monthly Archives: januari 2020

Spelregel 3 Gezocht: volksvertegenwoordigers (1 fte)

Ik heb bij spelregel 2 al de uitspraak gedaan dat de functie van volksvertegenwoordiger het belangrijkst ambt ter wereld is. Nu zul je misschien hebben gedacht dat dit schromelijk overdreven is. Maar niets is minder waar.

Wat zich afspeelt in ons privédomein is helemaal je eigen zaak. Daar ga jij alleen over, eventueel in samenspraak met naasten. Je besluit zelf hoe je wilt leven, welke kleren je aantrekt, hoe laat je ’s ochtends opstaat als je verder geen verplichtingen hebt, welk eten je klaarmaakt voor je avondmaal, hoe je je huis inricht en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Het wordt een ander verhaal wanneer je de publieke ruimte betreedt. Daar heb je in je eentje geen zeggenschap over. Je kunt niet zelf bepalen wanneer de straat waar je woont van een nieuwe deklaag wordt voorzien. Je gaat niet over de vraag of er in je dorp een basisschool komt of dat er appartementen worden gebouwd. Je hebt ook geen zeggenschap over de hoogte van de uitkering die een werkloze ontvangt en ook niet over de hoogte van de belasting die je betaalt.

Maar dat zijn wel aspecten die elk individu in meer of mindere mate raken. Toch heb je daar zeggenschap over, weliswaar niet als individu, maar wel als collectief.

Gaan de vraagstukken over de eigen leefomgeving dan kun je je met medebewoners organiseren en een vereniging of coöperatie vormen en eigen verantwoordelijkheid nemen. Daar heb ik het bij spelregel 1 uitvoerig over gehad.

Vallen vraagstukken buiten de scope van je leefomgeving dan hebben we een overheid die dat voor ons regelt. Zoals ik eerder heb betoogd wordt de link tussen burger en overheid gevormd door de volksvertegenwoordiging die langs democratische weg door de burgers is gekozen.

Wanneer je volksvertegenwoordiger bent, laad je een behoorlijke portie verantwoordelijkheid op je nek. Je moet besluiten nemen over zaken die burgers raken. Je stelt wetten vast die een dwingend karakter hebben richting burgers. Je moet voor die keuzes je oor te luister leggen bij het volk. Je moet met collega’s die wellicht andere opvattingen hebben op basis van argumenten tot een gezamenlijk oordeel zien te komen. Je moet ook nog een keer verantwoording afleggen over wat je met de stem van de kiezer hebt gedaan. En dat allemaal in het kader van het Algemeen Belang.

Is het dan niet raar dat volksvertegenwoordigers, behalve Tweede Kamerleden, worden afgescheept met een vergoeding? Sommigen hebben er een halve dagtaak aan.

Het Nationaal Raadsledenonderzoek 2017 wijst uit dat de gemiddelde tijdsbesteding van raadsleden aan het raadswerk 16,0 uur bedraagt. Naarmate de gemeentegrootte stijgt neemt het aantal uren toe.

Wat belangrijker is dan de totale tijdsbesteding is de tijd die wordt gespendeerd aan contacten met de mensen. Iets minder dan een derde van de tijd (eigenlijk is het – afhankelijk van de definitie – nog minder). Dat is mager.

Hier moet echt iets gaan veranderen, vandaar de volgende spelregel.

Spelregel 3
De leden van de gemeenteraden zijn fulltime in dienst van de samenleving en ontvangen daarvoor een passende schadeloosstelling en onkostenvergoeding.*

* Terminologie is conform die wordt gebruikt bij Tweede Kamerleden.

Nu weet ik dat er mensen zijn die vinden dat politici zakkenvullers zijn. Ik hoor niet tot die groep. Raadsleden zijn 24/7 volksvertegenwoordiger en moeten die functie daarom fulltime kunnen invullen tegen een ordentelijk salaris, laten we zeggen het salaris van een wethouder. Dat lijkt me wel zo eerlijk.

Dat zal er ook toe leiden dat meer mensen geïnteresseerd zijn om raadslid te worden. Meer kandidaten betekent ook meer kwaliteit. Nu snap ik ook dat er baantjesjagers op afkomen. Mooie klus voor de politieke partijen om het kaf van het koren te scheiden.

Het raadslidmaatschap is wat mij betreft allereerst een roeping. Het is bij uitstek een functie die moet worden uitgevoerd door mensen die daar hun ziel en zaligheid inleggen, met passie te werk gaan. Dit mag misschien zweverig klinken, maar als je om je heen kijkt ken je best wel raadsleden die aan dat profiel voldoen.

Dan rijst onmiddellijk de vraag wie dat dan gaat betalen. De belastingbetaler natuurlijk. Er is voldoende geld in Nederland. Het moet alleen aan de goede dingen worden uitgegeven. Mijn voorstel is zo’n goed ding. We kunnen trouwens met minder raadsleden toe, maar daar kom ik in een later stadium nog over te spreken.

Soms hoor ik hoor weleens dat het goed is als raadsleden ook nog een baan ernaast hebben, want dan staan ze ook echt midden in de maatschappij. Daar snap ik niks van. Wat heb je eraan als je elke dag om negen uur in de auto stapt, naar je werk gaat in een andere gemeente, daar telkens dezelfde collega’s tegenkomt en ’s avonds om vijf uur weer naar huis rijdt. Welke toegevoegde waarde heeft dat voor het raadswerk?

Hoe dan ook, kunnen er wel bezwaren worden ingebracht tegen deze spelregel, maar dan luidt de opdracht om die op te lossen. Voor zover ze niet kunnen worden weggenomen is de winst dusdanig groot dat de bezwaren maar heel betrekkelijk zijn.

Je weet dat mijn streven erop gericht is om de volksvertegenwoordiging weer de positie te geven die haar toekomt. Gewoon de leidende positie hebben. Ik weet zeker dar deze spelregel levert daar een belangrijke bijdrage aan levert.

Tot zover spelregel 3 van de 17.

Wil je hierop reageren? Ga zeker je gang.

En nog iets NIEUWS. Vanaf nu kun je via een poll op mijn website aangeven of en in welke mate je het eens bent met de spelregel.

—————

Volgende week stuur ik de vierde spelregel, die gaat ook over het versterken van de positie van de volksvertegenwoordiging.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Volksvertegenwoordiger zijn: eerste keus

In de eerste spelregel ben ik ingegaan op de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap om haar eigen boontjes te doppen als het gaat om de leefomgeving.

Maatschappelijke vraagstukken die het niveau van de gemeenschap ontstijgen worden overgedragen aan de overheid.

Wat betekent dit voor de volkssoevereiniteit? In de ogen van Jean Jacques Rousseau (1712 – 1778) kan de soevereiniteit niet worden gedeeld en niet worden vervreemd. Die blijft dus bij het volk. Maar hoe kan dan de overheid functioneren zonder de soevereiniteit?

Heel eenvoudig. Het volk draagt de macht over om die zaken te regelen die zijzelf als gemeenschap niet kan regelen. Maar behoudt dus de soevereiniteit, het hoogste gezag.

Als ik eerlijk ben en ik kijk hoe de overheid nu functioneert, dan kan ik weinig respect voor die soevereiniteit ontdekken. Burgers voelen zich niet serieus genomen door de overheid, worden slecht of helemaal niet gehoord, worden gebrekkig geïnformeerd, worden in een (te) laat stadium bij besluitvorming betrokken. Wat gaat er dan mis? Van alles.

De tweede spelregel gaat over het voorkomen van een van de missers die te maken heeft met het serieus nemen van de volksvertegenwoordiging, of beter gezegd van de kiezers.

Even weer terug naar de overdracht van de macht van het volk naar de overheid. Wat er strikt genomen gebeurt, is dat macht wordt overgedragen aan de volksvertegenwoordiging. Die volksvertegenwoordiging wordt gekozen door het volk.

Anders gezegd, het volk draagt de macht over aan het orgaan dat door hemzelf via democratische verkiezingen wordt gekozen. Dat orgaan is de gemeenteraad, provinciale staten, de Tweede Kamer of het algemeen bestuur van het waterschap.

Dat deze organen het belangrijkste zijn binnen de betreffende overheidslaag, bevestigt artikel 125, lid 1 van de Grondwet: ‘Aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad. (…).

Vanuit de gedachte van de volkssoevereiniteit is het logisch dat de raad de baas is in de gemeente. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de volksvertegenwoordigende organen helemaal niet de baas zijn. Anders gezegd, het zijn de bestuursorganen die de machtigste posities bekleden.

Het Kabinet is machtiger dan de Tweede Kamer, het College van Burgemeester en Wethouders heeft meer macht dan de gemeenteraad. Datzelfde geldt mutatis mutandis voor het College van Gedeputeerde Staten versus Provinciale Staten en het dagelijks bestuur van het waterschap in vergelijking met het algemeen bestuur.

Als we recht willen doen aan de soevereiniteit van het volk dan moet de volksvertegenwoordiging weer in de positie moet worden gebracht die haar toekomt. Dat kan op verschillende manieren, die ik in mijn boek allemaal de revue laat passeren. Een daarvan heb ik verwoord in

Spelregel 2:
Deelnemers aan verkiezingen mogen na de verkiezingen geen bestuurlijke functie bekleden in een orgaan dat gelieerd is aan het gremium waarvoor de verkiezingen zijn georganiseerd.

Het is tegenwoordig meer regel dan uitzondering dat de lijsttrekkersplek en de daaropvolgende hoge posities op kandidatenlijsten worden ingenomen door hen die de intentie hebben om een plek in het bestuur te bemachtigen.

Een wethouder die meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen heeft de intentie om weer wethouder te worden en wil helemaal niet in de gemeenteraad. Toch doet hij mee aan de verkiezingen. Lijsttrekkers van grote partijen willen vaak niet in de Tweede Kamer gaan zitten, maar zijn kandidaat-premier. Hooggeplaatsten op de lijst willen na de verkiezingen bij voorkeur een ministerspost bekleden.

Door dit gedrag maken we de volksvertegenwoordiging tot een tweederangs club. Dat is een schande. Als je meedoet aan de verkiezingen dan zeg je in feite tegen de kiezer: ‘Ik ben beschikbaar om jou te vertegenwoordigen’. Dan geeft de kiezer je zijn stem, je wordt gekozen en enkele weken later zeg je tegen deze kiezer doodleuk: ‘Ik word wethouder en ik ga jou lekker niet vertegenwoordigen’.

Dan zou deze wethouder kunnen tegenwerpen dat hij voor de verkiezingen duidelijk heeft gemaakt wat zijn ambitie was en dat hij daar eerlijk over is geweest. Of hij zou kunnen zeggen: ‘Ik dien het volk toch door wethouder te zijn?

Dat kan op zichzelf wel waar zijn, maar het is niettemin een misvatting, een denkfout om zo te handelen.

Democratische verkiezingen gaan maar over één ding. Ik kleur als kiezer een bolletje rood voor de naam van de kandidaat waarvan ik vind dat hij of zij mij moet vertegenwoordigen in het parlement.

Verkiezingen gaan dus niet over de koers van het land, gaan niet over wie de grootste partij wordt en de premier mag leveren. Ze gaan niet over de samenstelling van het College van B&W. Bij provinciale statenverkiezingen gaat het niet over de vraag hoe straks de samenstelling van de Eerste Kamer eruitziet.

Hoe vaak komt het niet voor dat mensen strategisch gaan stemmen. Ze stemmen dan tactisch op een andere partij, dan waar hun politieke voorkeur naar uitgaat, om een bepaald strategisch resultaat te bereiken, zoals wie moet er in ’t torentje komen. Bizar, natuurlijk.

We moeten de zaak weer terugbrengen naar de kern.

Uitsluitend personen die de ambitie hebben om het belangrijkste ambt ter wereld (=volksvertegenwoordiger) te bekleden horen mee te doen aan verkiezingen.

Ik snap natuurlijk wel waarom dat gebeurt. De bestuurders zijn dikwijls de meest bekende personen, de stemmentrekkers en deze worden dan ook naar voren geschoven bij verkiezingen. Het streven naar zoveel mogelijk macht is kennelijk het doel van politieke partijen. En niet de vraag hoe kunnen we het beste onze kiezers vertegenwoordigen.

De Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter definieerde democratie als de institutionele regeling om tot politieke besluitvorming te komen, waarbij individuen de beslissingsmacht verkrijgen door middel van concurrentiestrijd om de stemmen van de burgers.

Deze definitie beschrijft precies zoals het is, maar dat is wat anders dan wat het zou moeten zijn, althans in mijn ogen.

Door de concurrentiestrijd voorop te stellen wordt een loopje genomen met het begrip ‘volkssoevereiniteit’ en wordt de kiem gelegd voor het creëren van een afstand tussen kiezers en gekozenen.

Komt ook nog eens bij dat er politieke partijen zijn die ministers in de campagnestrijd kunnen gooien en partijen die dat niet kunnen. Als alle politieke partijen nu eens achterwege laten om de mensen die geen plek in de volksvertegenwoordiging ambiëren op de kandidatenlijst te plaatsen, dan krijgen we een equal level playing field. Dat lijkt me wel zo fair.

Wat ik kortom voorstel is dat iemand die bijvoorbeeld de ambitie heeft om wethouder te worden geen plek inneemt op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Het raadslidmaatschap mag nooit een tweede keus zijn.

Tot zover spelregel 2 van de 17.

Wil je hierop reageren? Ga zeker je gang.

Oh ja, ik heb nog een vraag. Wanneer mijn boek uitkomt wil ik dat op een bijzondere manier presenteren. Heb jij een goed idee? Een idee dat natuurlijk past bij mijn boek en beslist niet alledaags mag zijn.

Als mijn boekpresentatie de uitvoering van jouw idee is, dan ontvang je van mij het boek gratis en gesigneerd.

Verras mij!

—————

Je kunt je online aanmelden wanneer jezelf de spelregels per e-mail wilt ontvangen.

Volgende week stuur ik de derde spelregel, die gaat over het waarderen van het werk van de volksvertegenwoordiger.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Spelregel 1: eigen verantwoordelijkheid eerst

Dit is de eerste spelregel die ik je wil presenteren. Een spelregel uit de categorie: ‘hoe mensen met elkaar omgaan’. De spelregel luidt als volgt:

Gemeenschappen organiseren zich door middel van (coöperatieve) samenwerkingsverbanden, hebben verantwoordelijkheden ten behoeve van de inrichting van de eigen leefgemeenschap en krijgen daartoe passende bevoegdheden en middelen.

Dit lijkt een heel eenvoudige spelregel, haast een open deur. Toch is dat niet zo. Het is een fundamentele spelregel en hij wordt voor zover ik heb kunnen nagaan nog niet toegepast. Ik heb hiertoe contact gehad met een aantal externe partijen om te kijken of er een programma bestaat om gemeenschappen te helpen zich te organiseren rondom het thema ‘leefgemeenschap’. Dit schijnt niet te bestaan. Geen probleem, dan ontwikkel ik zelf een programma.

Ik kom tot deze spelregel op basis van de volgende gedachtelijn, je raadt het al, namelijk gebaseerd op het begrip ‘volkssoevereiniteit’.

Wanneer het hoogste gezag bij het volk berust, dan heeft dat volk ook de plicht om de macht, die daar onlosmakelijk aan is gekoppeld, in te zetten voor zijn eigen welzijn. Om dit verder duidelijk te maken roep ik de hulp in van Johannes Althusius.

Althusius was een Duitse Calvinistische rechtsgeleerde die leefde van 1557 – 1638. Hij was van mening dat de soevereiniteit aan God toekwam, maar dat Hij dat gezag overdroeg aan het volk en dus niet aan een koning of een regering. Dat was in tijd een bijzonder standpunt.

In de ogen van Althusius is de mens een gemeenschapswezen; in een samenleving is iedereen op iedereen aangewezen. Een gemeenschap kent een aantal basiselementen, zoals familie, straat, wijk, gemeente, maar ook verenigingen. Ze leveren alle toegevoegde waarde voor het geheel. En elke burger neemt actief deel aan de gemeenschap.

Althusius ziet de samenleving als een organisme dat is opgebouwd uit meerdere lagen van basiselementen, van laag tot hoog, die met elkaar samenwerken. En – dan kom het – de lagere laag is superieur aan de hogere laag. Eigenlijk is dat logisch: immers bij het volk – als grondvlak van de samenleving – berust het hoogste gezag, de soevereiniteit.

Dat organisme ontwikkelt zich stapsgewijs, waarbij de gemeenschap:

  1. zijn eigen zaakjes regelt (door Calvinisten vandaag de dag nog steeds betiteld als ‘soevereiniteit in eigen huis’).
  2. De volgende stap is dat samenwerking met andere elementen op een hoger niveau wordt georganiseerd en waarbij de macht wordt gedelegeerd aan het hogere niveau via vertegenwoordigers van het eigen niveau. Deze vertegenwoordigers worden aangewezen. Er vinden geen verkiezingen plaats door het volk.
  3. Vervolgens kunnen stappen worden gezet naar nog een hoger niveau, et cetera.
  4. Vertegenwoordigers worden uit de groepen vertegenwoordigers van het lagere niveau aangewezen. Daarmee ontstaat een keten, waardoor het contact met de basis intact blijft.
  5. Vanaf het niveau van de samenleving betreden we het publiek domein en komen we in de wereld van de politiek.

Via onderstaande afbeelding breng ik het in beeld. In mijn boek leg ik dat wat verder uit.

Afbeelding met tekst, kaart

Automatisch gegenereerde beschrijving

Misschien herken je in een dergelijke opbouw het federale denken. De onderste laag dopt zijn eigen boontjes op basis van soevereiniteit en voor vraagstukken die zich op een hoger niveau afspelen wordt de macht op een hoger autonoom niveau gelegd. De uitvoering van die macht wordt door de lagere laag gerespecteerd. Andersom geldt dat de hogere laag zich niet bemoeit met de verantwoordelijkheden van de lagere laag. Althusius wordt dan ook wel beschouwd als de grondlegger van het federalisme.

Kijken we naar de wijze waarop de Nederlandse staat is ingericht dan zien we juist het omgekeerde. De politieke macht ligt centraal op rijksniveau en vervolgens worden enkele bevoegdheden gedecentraliseerd naar provincies, gemeenten en waterschappen. In veel gevallen zijn deze bestuurslagen uitvoeringsorganisaties van het rijk met betrekkelijk geringe beleidsvrijheid. Dus precies het omgekeerde van wat Althusius bepleit.

Ik heb al eerder gemeld dat ik strikt wil vasthouden aan het begrip ‘volkssoevereiniteit’. Dat betekent dat ik de filosofie van Althusius volg. De eerste stap is dan dat de gemeenschap zijn eigen zaakjes regelt. Het beschikken over het hoogste gezag is namelijk niet onverplichtend.

Eerst als gemeenschap eigen verantwoordelijkheid nemen en pas daarna – als dat niet anders kan – verantwoordelijkheden en bevoegdheden naar boven toe delegeren, uiteindelijk naar de overheid. De lijn kun je binnen de overheid doortrekken, maar dat parkeer ik nu voor later.

Laat ik met het volgende voorbeeld een en ander duidelijk maken. Ik las onlangs in de krant het verhaal van een burger die zich ergerde aan het zwerfafval in zijn buurt. Hij besloot om zelf, gewapend met een prikker, een grijper en een vuilniszak, door de buurt te struinen om de straten in zijn omgeving schoon te maken.

Als snel vond de initiatiefnemer medestanders die samen met hem op pad gingen. Dit is een mooi voorbeeld van het nemen van eigen verantwoordelijkheid.

Maar nu komt het. Er zijn ook mensen die het maar een belachelijke zaak vinden dat een burger zoiets onderneemt. Zij vinden dat de gemeente het zwerfafval moeten opruimen.

De reactie van de initiatiefnemer hierop luidde als volgt: ‘Het is zeker een zaak van de gemeente, maar het gebeurt niet meer. Daar kun je van alles van vinden, maar de rommel wordt er niet door opgeruimd’.

Kijk, daar ben ik het dus niet mee eens. Het ophalen van zwerfafval kan prima worden georganiseerd door de gemeenschap zelf en daarmee is het wat mij betreft geen gemeentelijke taak.

In deze casus heb je drie posities:

  1. de gemeente is verantwoordelijk en moet de boel opruimen;
  2. de gemeente is verantwoordelijk, terwijl burgers de rommel opruimen;
  3. de gemeenschap is verantwoordelijk en ruimt het zwerfafval op.

Ik kies dus voor optie drie. Ik heb daarbij de stille hoop dat als neveneffect het laten slingeren van afval zal afnemen.

De keuze voor deze optie betekent trouwens ook dat de gemeente zich daar verder niet meer mee moet bemoeien. Tsja, ik voel nu al dat er mensen zijn, die zich hier heel ongemakkelijk bij voelen.

Stel je voor dat de gemeenschap zijn verantwoordelijkheid niet neemt, wat dan? Ik ben daar niet bang voor. De gemeenschap neemt zijn verantwoordelijkheid wel, omdat er geen gemeente is die dit overneemt. Dat is dus heel anders dan de situatie van nu: ‘we doen niets, want uiteindelijk ruimt de gemeente het wel op’.

De door mij geschetste situatie ontstaat niet vanzelf, daar is wel wat voor nodig:

  1. gemeenschappen moet zich dusdanig organiseren dat ze die verantwoordelijk ook kunnen dragen;
  2. gemeenten moeten durven loslaten;
  3. gemeenschappen beschikken over de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de middelen.

In mijn boek SamenWereld werk ik dit verder uit.

Tot zover spelregel 1 van de 17.

Wil je hierop reageren? Ga zeker je gang en laat een bericht hieronder achter.

—————

Wil je de spelregels rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Je kunt je hiervoor online aanmelden.

Volgende week stuur ik de tweede spelregel, die gaat over welke mensen vooral niet aan verkiezingen mogen deelnemen.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Het balletje gaat rollen

Dit is het eerste bericht in 2020.
Ik wens jou en je dierbaren veel geluk en goeds toe in dit nieuwe jaar.

Voor mij persoonlijk wordt dit jaar bijzonder vanwege het verschijnen van het boek SamenWereld waaraan ik nu zo’n anderhalf jaar werk. De publicatie is overigens niet het eindpunt van mijn missie, maar dan begint het eigenlijk pas.

Ik heb de overtuiging dat wij – burgers, overheid, maatschappelijke instellingen en vooral samen – veel beter kunnen presteren. Met mijn boek breng ik een balletje aan het rollen dat steeds groter zal worden.

Dat kan ik natuurlijk niet alleen, maar daar heb ik jou en anderen voor nodig. Ik wil deze fase van de aanstaande publicatie gebruiken om het balletje in beweging te brengen. Ik zal je uitleggen wat mij daarbij voor ogen staat.

Ik heb in eerdere berichten al gewezen op het belang dat ik hecht aan het begrip ‘volkssoevereiniteit’. Dat betekent zoveel als: ‘het hoogste gezag berust bij het volk’.

Vanuit dit begrip kijk ik naar de samenleving, naar de overheid en naar andere instanties die actief zijn in het publieke domein. Ik hou daar zeer consequent aan vast, anders ga ik zweven.

Daarnaast heb ik genoten van het boekje Groter denken, Kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. De ondertitel luidt: Een oproep. Zijn oproep is gericht aan iedereen die zich net als hij zorgen maakt over de kwaliteit en stabiliteit van onze democratische rechtsorde.

In een interview zei hij dat we met ons allen spelregels moeten verzinnen. Welnu, ik wil met mijn boek een aantal van die spelregels formuleren.

Ik heb er op dit moment 17 bedacht – alle rustend op het fundament ‘volkssoevereiniteit’ en geordend rond de volgende thema’s:

  • hoe burgers met elkaar omgaan;
  • hoe de overheid met burgers omgaat;
  • hoe burgers met de overheid omgaan;
  • hoe de overheid met zichzelf omgaat.

Ik wil deze spelregels in de komende 17 weken als een soort preview van mijn boek presenteren. Aan het einde van deze e-mailserie wordt het boek gepubliceerd.

Mijn vraag aan jou is of je deze e-mail kunt doorsturen naar vrienden, bekenden, collega’s, die mogelijk belangstelling hebben voor de spelregels, waarvan ik je nu al kan melden dat de meeste volstrekt uniek zijn, voor verrassing en misschien verwarring zorgen.

Belangstellenden kunnen zich als ze dat willen online aanmelden om de spelregels te ontvangen. Dat hoef je niet te doen als je al op mijn mailinglijst staat.

Ik zal de nieuwkomers vragen van wie ze de tip hebben ontvangen om zich aan te melden. Als jij de meeste belangstellenden hebt aangeleverd, dan krijg je van mij het boek SamenWereld gratis en natuurlijk door mij gesigneerd.

Ik stuur je morgen de eerste spelregel, die betrekking heeft op het thema ‘hoe burgers met elkaar omgaan’.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Powered by WishList Member - Membership Software