Archive Monthly Archives: februari 2020

Spelregel 7 Verkiezingsprogramma: een A4’tje is meer dan genoeg

Ik heb vorige week al aangekondigd dat ik op verzoek iets schrijf over verkiezingsprogramma’s. Met name vanwege de vraag hoe ik daartegen aankijk in relatie tot de opdracht aan de gemeenteraad om meteen na de verkiezingen een Samenlevingsagenda op te stellen.

Ik roep nog even in herinnering dat het bij het opstellen van de Samenlevingsagenda gaat om de volgende aspecten:

  • De agenda is een bondig document dat beschrijft wel maatschappelijke vraagstukken prioriteit krijgen in de nieuwe bestuursperiode. Welke problemen worden met voorrang aangepakt. Welke pijnpunten zijn aan het einde van de periode opgelost dan wel substantieel verzacht.
  • Bij elk maatschappelijk thema wordt beschreven waarom juist aan dat thema zo’n grote waarde wordt gehecht. Het gaat dus om de beantwoording van de ‘Waarom-vraag’.
  • De Samenlevingsagenda wordt na gemeen overleg onderschreven door (in beginsel) alle raadsleden.

Een verkiezingsprogramma heeft in mijn beleving op dit moment twee functies.

  1. Het programma moet kiezers ervan overtuigen c.q. over de streep te trekken om op jouw partij te stemmen.
  2. Het programma is een onderhandelingsdocument voor het na de verkiezingen op te stellen akkoord.

Als ik eerlijk ben dan zijn verkiezingsprogramma’s onleesbare verhalen, die door geen hond, laat staan een kiezer worden gelezen. Politieke partijen begrijpen dat ook wel en daarom maken ze daarnaast een samenvatting of een tien-punten-plan of iets dergelijks. Maar zelfs deze verkorte weergaven worden niet gelezen. Dat zou partijen toch aan het denken moeten zetten?

Wat doen kiezers die toch weloverwogen hun stem willen uitbrengen? Die wijken tegenwoordig ze uit naar een stemhulp, zoals Stemwijzer, Kieskompas en weet ik veel hoe ze allemaal heten. Deze hulpen zijn zeer dubieus. Vragen zijn niet helder, soms zelfs sturend, buitengewoon onbetrouwbaar. Uit een onderzoek van BNNVARA Kassa blijkt dat 40% van de ondervraagde invullers van zo’n stemhulp de vragen niet altijd begrijpt. In mijn boek wijd ik er nog enkele zinnen aan.

Het grootste probleem dat ik heb met de huidige verkiezingsprogramma’s is de enorme hoeveelheid aan oplossingen die wordt gepresenteerd. Ik heb voor de aardigheid enkele verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen 2017 bekeken. 

Het is schrikbarend hoeveel pagina’s de programma’s beslaan. Meer dan 100 pagina’s is geen uitzondering. Sommige presenteren daarnaast een samenvatting of een leesbaar verhaal voor mensen die moeite hebben met lezen. Het aantal oplossingen/maatregelen/investeringsvoorstellen loopt uiteen van 11 tot ruim 600. Gemiddeld genomen zo’n 150 per partij.

Ik heb al in meerdere berichten gewaarschuwd voor het niet in de valkuil trappen van het oplossingendenken. Hoe is het mogelijk dat partijen zoveel oplossingen weten te verzinnen? En dat zonder eerst alle feiten op een rijtje te zetten, zonder het probleem in kaart te brengen, zonder gedegen probleemanalyse en zonder een haalbaarheidsdiscussie.

Men verzint met groot gemak oplossingen die niet haalbaar, niet betaalbaar en (rechtens) niet uitvoerbaar zijn. Op deze manier vragen politieke partijen er zelf om verwijten te krijgen dat beloften niet worden nagekomen.

Stop met deze onzin, a.u.b.

Beste politieke partij, beperk je bij het componeren van het verkiezingsprogramma tot de volgende aspecten. 

  1. Beschrijf in een of meerdere zinnen de bestaansgrond van je politieke partij. Waartoe ben je op aarde? 
  2. Benoem de thema’s/maatschappelijke vraagstukken die voor jou politiek van belang zijn in de nieuwe bestuursperiode. Het aantal mag je zelf weten. Bedenk hierbij dat, naarmate je meer thema’s benoemt, de boel wateriger wordt. Ik weet ook niet waar het grensnut (eerste wet van Gossen) ligt, maar laten we eens uitgaan van het bijzondere getal 7. Dus elke politieke partij kiest pakweg 7 voorkeursthema’s.
  3. Geef helder weer waarom deze thema’s prioriteit hebben. Als het goed is bestaat er een logisch verband tussen de ‘waaroms’ en de bestaansgrond van de partij.

Dat past volgens mij allemaal op een A4’tje. Het wordt op deze manier voor de kiezer gemakkelijker om een keus te maken.

Ga maar na. De eerste vraag die je moet beantwoorden is ‘Met welke van de genoemde bestaansgronden ben ik het (hartgrondig) eens?’ Als je daar één partij aan kunt koppelen, dan ben je klaar: keuze gemaakt.

Kun je dat niet, dan kun je gegarandeerd al meerdere partijen wegstrepen. Dan hou je er wellicht 2 à 3 over. Van deze partijen leg je de voorkeursthema’s naast elkaar en je bepaalt waar je eigen mening het beste op aansluit. De beantwoorde Waarom-vragen helpen je hier enorm bij.

Op deze manier kun je sneller en veel beter je stem bepalen dan via die vermaledijde stemhulpen. En je hoeft ook niet meer te kijken naar de lijsttrekkersdebatten op tv, waarbij de beste spindoctor wint.

Het is je vast opgevallen dat de hiervoor genoemde punten 2. en 3. precies aansluiten op de aspecten die van belang zijn om te komen tot de Samenlevingsagenda. Komt dat even goed uit.

Daarmee kan ik de volgende spelregel formuleren.

Spelregel 7

Politieke partijen schrijven voor kiezers toegankelijke verkiezingsprogramma’s die perfect preluderen op de Samenlevingsagenda. De programma’s bevatten de bestaansgrond van de partij, de prioritaire maatschappelijke thema’s en de uitleg waarom deze keuze is gemaakt. 

Op deze manier doen de verkiezingsprogramma’s precies wat ze moeten doen. Kiezers kunnen gemakkelijk hun stem bepalen en de volksvertegenwoordigers gaan grondig voorbereid het deliberatieve overleg (geen onderhandelingen!) in om gezamenlijk de Samenlevingsagenda te bepalen.

Tot zover spelregel 6 van de 19.

Wil je op deze spelregel reageren? Ik hoor het graag. Stuur hem gerust door.

Je kunt via een poll op mijn website aangeven ook aangeven of en in welke mate je het eens bent met deze en de vorige spelregels.

Volgende week stuur ik een bericht dat gaat over hoe de volksvertegenwoordiging de nadere invulling van de thema’s organiseert om te komen tot concrete uitvoeringsprogramma’s.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Spelregel 6: Wethouder worden? Aan een strikdiploma heb je niet genoeg

Ik heb vorige week uitgelegd dat we afscheid moeten nemen van de traditionele manier van collegevorming, waarbij gezocht wordt naar een getalsmatige meerderheid. Dat levert een coalitie op die een akkoord presenteert en zorgt voor de samenstelling van het college en de verdeling van de portefeuilles.

Wist je trouwens dat in 2019 in 26 gemeenten de coalitie is geklapt. Dat is dik 7%. Als je zonder coalitie werkt heb je dat probleem niet. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen politieke problemen kunnen ontstaan, maar dat even terzijde.

Zoals vorige week beschreven hecht ik eraan dat de gehele gemeenteraad streeft naar een unaniem akkoord over een samenlevingsagenda, die de belangrijkste thema’s bevat, waaraan wordt gewerkt in de nieuwe bestuursperiode. De politieke opgave is dan helder geformuleerd. 

Elk thema zal vervolgens worden uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma, waarover ik over twee weken meer zal vertellen. De uitvoering ligt vervolgens in handen van het college van B&W.

Deze andere insteek vraagt ook om een andere wijze van collegevorming. Niet langer meer dragen de collegevormende partijen hun wethouderskandidaten aan, die zonder serieuze vorm van screening worden benoemd.

Veel mensen verbazen zich erover dat voor topfuncties een vracht aan kennis en ervaring nodig is, inclusief een assessmentprocedure, terwijl voor een wethoudersfunctie bij wijze van spreken het strikdiploma volstaat.

Het kan anders, het moet anders.

Stap 1
Op basis van de thema’s uit het samenlevingsakkoord geeft de gemeenteraad op hoofdlijnen aan hoe de portefeuilleverdeling eruit moet zien. Tegelijkertijd stelt de raad een profiel van het college op, bijvoorbeeld een evenwichtige man-vrouwverhouding. Het profiel kan ook iets zeggen over de afspiegeling van het college ten opzichte van de raad.

Stap 2
De politieke partijen, die vertegenwoordigd zijn in de raad rekruteren gekwalificeerde personen. Ongeacht het aantal zetels in de gemeenteraad schuiven de partijen een of meerdere kandidaten naar voren.

Stap 3
De gemeenteraad deelt zichzelf op in commissies die gesprekken voeren met kandidaat-wethouders. Elke commissie neemt een portefeuille voor zijn rekening. Na de gesprekken selecteert elke commissie maximaal twee kandidaten, die worden toegelaten tot de volgende ronde.

Stap 4
In deze volgende ronde buigt een aparte raadscommissie – bijvoorbeeld samengesteld uit de fractievoorzitters – zich over de vraag hoe vanuit die selectie een evenwichtig college kan worden samengesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met het eerdergenoemde collegeprofiel.

Stap 5
Ten slotte worden de beoogd wethouders in een openbare zitting van de gemeenteraad als finale toets aan de tand gevoeld om na te gaan of ze voldoende bagage hebben om de buitengewoon verantwoordelijke job aan te kunnen.

Naast deze procedure zijn nog twee aspecten van belang.

Aspect 1
Het eerste aspect heb ik al verwoord in spelregel 2, namelijk dat wethouders niet meer afkomstig zijn uit de gemeenteraad. Ik herhaal het nog maar een keer. Je kunt je niet eerst laten kiezen als volksvertegenwoordiger om vervolgens bestuurder te worden. Het ambt van volksvertegenwoordiger mag nooit en te nimmer tweede keus zijn. Dus niet eerst wethouder willen worden en als dat niet lukt, dan ‘maar’ raadslid.

Aspect 2
Dit aspect heeft te maken met omvang van de functie. Ik stel voor dat een wethoudersfunctie altijd de omvang heeft van 1 fte. Je bent namelijk 24/7 wethouder. Parttime invulling verdraagt zich daar niet mee. Dit betekent trouwens niet dat een wethouder zijn baan niet zou kunnen combineren met zorgtaken thuis. Een wethoudersbaan is immers geen van-9-tot-5-job. Dus woensdagmiddag vrij voor de kinderen is geen probleem.

Vaak worden wethoudersfuncties in parttime stukjes geknipt om een afspiegeling te krijgen van de machtsverhoudingen van de coalitiepartijen. Dan krijg je wethouders van 0,7 fte of 0,85 fte. Wat een kolder. 

Gelukkig hoeft dat in de nieuwe opzet niet meer, omdat we de directe relatie met coalitievormende partijen – die niet meer bestaan – loslaten. We kunnen dat geforceerd rekenkundige werk achterwege laten.

Wijziging van de Gemeentewet
Dat betekent dat we artikel 36 van de Gemeentewet kunnen beperken tot lid 1 dat luidt: 

‘Het aantal wethouders bedraagt ten hoogste twintig procent van het aantal raadsleden, met dien verstande dat er niet minder dan twee wethouders zullen zijn.’

De leden die daarop volgen gaan over deeltijd en tijdsbestedingsnorm en kunnen dus worden geschrapt. Dat ruimt lekker op.

Spelregel 6 luidt derhalve:

Aan de benoeming van wethouders gaat altijd een serieuze selectieprocedure vooraf. Wethouders werken niet in deeltijd.

Tot zover spelregel 6 van de 18. (Inderdaad ‘18’, ik heb spelregel 6 extra toegevoegd).

Wil je op deze spelregel reageren? Ik hoor het graag.

Ik heb vorige week gemeld dat ik in mijn boek aandacht besteed aan een andere opzet van verkiezingsprogramma’s, die moet aansluiten bij de ambitie om een samenlevingsagenda te maken. Daar heb ik nieuwsgierige vragen over gekregen. Ik zal hierover volgende week een extra spelregel (dan komen we uit op ‘19’) opstellen.

Je kunt via een poll op mijn website aangeven ook aangeven of en in welke mate je het eens bent met deze en de vorige spelregels.

—————

Heb je vrienden, kennissen, collega’s die deze spelregel de moeite waard vinden, stuur dit bericht gerust door

Zij kunnen zich online aanmelden wanneer ze zelf de spelregels per e-mail willen ontvangen.

Nieuwkomers die zich aanmelden zal ik vragen van wie ze de tip om zich aan te melden hebben ontvangen. Als jij de meeste belangstellenden hebt aangeleverd, dan krijg je van mij het boek SamenWereld gratis en natuurlijk door mij gesigneerd.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Spelregel 5: Kgotla, via dialoog naar witte rook

Ik heb vorige week het voorstel gelanceerd om de volksvertegenwoordiging niet meer op te knippen in een deel dat we ‘coalitie’noemen en een deel dat de naam ‘oppositie’ krijgt.

De gemeenteraad, maar dat geldt ook voor provinciale staten en de Tweede Kamer, wordt daardoor enerzijds veel krachtiger en komt anderzijds tot betere besluiten. De kracht neemt toe, omdat hij niet langer de speelbal is van het college van Burgemeester en Wethouders en de besluiten worden beter, omdat gezamenlijk wordt gezocht naar de beste argumenten, die leiden tot de beste oplossingen.

Over twee weken ga ik in op de spelregel hoe zo’n besluitvormingsproces precies moet worden ingericht.

Nu sta ik stil bij de vraag hoe een en ander in zijn werk gaat meteen na de verkiezingen.

We zijn nu gewend dat na de verkiezingen een (in)formatieproces wordt gestart. In de praktijk start dit proces informeel ook al voor de verkiezingen, maar dat terzijde. 

De grootste partij krijgt het voortouw en probeert een meerderheid te vinden om samen met andere partijen een coalitie te vormen, waarbij het lang niet altijd gaat over de inhoud, maar ook over de poppetjes, over elkaar wel of niet iets gunnen. Wie kan met wie door welke deur?

Dat proces wordt afgerond met een coalitieprogramma en de benoeming van wethouders met de verdeling van de portefeuilles.

Wanneer we uitgaan van de situatie die ik voorsta, namelijk geen coalitie-oppositie, maar één gemeenteraad, dan is het aan dit orgaan om – in plaats van een coalitieprogramma – te komen tot een samenlevingsagenda.

Dit is een bondig document waarin beschreven wordt welke thema’s de grootste prioriteit krijgen in de komende bestuursperiode. Welke maatschappelijke vraagstukken krijgen de hoogste aandacht en worden stevig aangepakt. Wat is er over vier jaar ten goede gekeerd? Wat heeft de gemeente tegen die tijd voor elkaar gebokst?

De gekozen volksvertegenwoordigers staan meteen na de verkiezingen voor de opgave om de samenlevingsagenda met elkaar te bepalen en die wordt unaniem vastgesteld. In een openbare zitting komen de leden van de gemeenteraad bijeen en ze stoppen pas wanneer er witte rook is. Is dat na een dag, dan is dat heel mooi. Is dat na twee weken, dan is dat ook geen probleem.

De samenlevingsagenda benoemt niet alleen de prioritaire thema’s, maar beschrijft ook de vraag waarom juist deze thema’s zijn gekozen. Waarom zijn deze zo belangrijk voor de samenleving? Ook over ‘het waarom’ moet overeenstemming bestaan. 

De samenlevingsagenda gaat per se niet over de oplossingen van de maatschappelijke vraagstukken. Waarom niet? Omdat je pas oplossingen kunt geven na een grondige verkenning van het vraagstuk en een doorwrochte analyse. Als je dit namelijk niet doet dan trap je in de valkuil van het oplossingendenken, dat is een kapitale fout.

Een prachtige manier om er als gemeenteraad mee aan de slag te gaan is gebruik te maken van de op de Ubuntu-filosofie gebaseerde vergaderwijze LeKgotla of Kgotla (je speekt dit uit als ‘gotlâh’). Het beoogt om op een respectvolle manier met elkaar de dialoog aan te gaan. Er wordt naar elkaar geluisterd, de verschillende waarheden worden met elkaar gedeeld. Uiteindelijk volgt er een beslissing, ongeacht hoe lang dat duurt.

Uit: Willem H.J. de Liefde, African tribal leadership voor managers, van dialoog tot besluit, Kluwer, Deventer 2002, p.83

Hoe bepalen we nu precies de inhoud van de dialoog; wie bedenkt de thema’s? Deze worden ingebracht door de deelnemers en zullen waarschijnlijk afkomstig zijn uit de verschillende verkiezingsprogramma’s.

In de praktijk zal over de meeste thema’s geen verschil van opvatting bestaan, hooguit over de ‘waarom-vraag’. Door over en weer naar elkaar te luisteren en te streven naar ‘gedeeld begrip’ kom je daar wel uit.

De meest gevoelige zaken, waar op voorhand geen overeenstemming bestaat, zullen wat meer tijd vergen. Maar ook hier geldt dat er uiteindelijk een unaniem gedragen standpunt wordt bereikt. In de dialoog zal de verkiezingsuitslag op de achtergrond als toetsingskader een rol spelen. Respect voor de uitspraak van de kiezer is een belangrijk uitgangspunt. 

Je begrijpt natuurlijk dat deze andere wijze van het bepalen van de politieke agenda ook consequenties heeft voor het schrijven van de verkiezingsprogramma’s. Deze bevatten wat mij betreft ook geen oplossingen. Dat is een zegen, want dan kunnen de politieke partijen de kiezers ook geen zaken beloven, die niet kunnen worden waargemaakt. Ik zal daar in mijn boek verder op ingaan.

Al met al kom ik tot de volgende spelregel.

Spelregel 5

Aan het begin van een nieuwe regeerperiode stelt de volksvertegenwoordiging een samenlevingsagenda op, die de ambitie beschrijft welke indringende maatschappelijke vraagstukken worden aangepakt en waarom.

Mocht je je afvragen hoe het dan zit met de collegevorming? Daar gaat spelregel 6 over.

Tot zover spelregel 5 van de 17.

Wil je hierop reageren? Ga zeker je gang.

Je kunt via een poll op mijn website aangeven ook aangeven of en in welke mate je het eens bent met deze en de vorige spelregels.

—————

Heb je vrienden, kennissen, collega’s die deze spelregel de moeite waard vinden, stuur dit bericht gerust door

Zij kunnen zich online aanmelden wanneer ze zelf de spelregels per e-mail willen ontvangen.

Nieuwkomers die zich aanmelden zal ik vragen van wie ze de tip om zich aan te melden hebben ontvangen. Als jij de meeste belangstellenden hebt aangeleverd, dan krijg je van mij het boek SamenWereld gratis en natuurlijk door mij gesigneerd.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Powered by WishList Member - Membership Software