Archive Monthly Archives: oktober 2019

Algemeen Belang en Algemene Wil, een paar apart

Vorige week heb ik de vraag gesteld of hét algemeen belang bestaat en wat dat dan is.

Ik heb daarover zeer interessante reacties ontvangen.

Hét algemeen belang bestaat niet als onwrikbaar gegeven. Algemeen belang moet afhankelijk van de situatie worden geoperationaliseerd en krijgt inhoudelijk telkens een andere betekenis.

Algemeen belang is niet zomaar een optelsom van deelbelangen. Er moet ruimte blijven voor individuele afwijkende opvattingen. Het gevoel dat daar rekening mee wordt gehouden helpt om andersluidende meningen aan te nemen.

Ik heb een paar mooie voorbeelden van Peter gekregen, waarbij er aanvankelijk tegenstrijdige opvattingen in de samenleving leefden. Door het organiseren van de dialoog kom je gezamenlijk tot een verheldering en ontstaat er wederzijds begrip en toenadering tot elkaar. Uiteindelijk komt er een oplossing waar burgers zich in kunnen vinden dan wel deze kunnen accepteren.

Aan de andere kant kun je niet eindeloos door delibereren, want, zo liet Pierre me weten, uiteindelijk moet er wel knopen worden doorgehakt en zit een deel van de verwerkelijking in ‘Legitimation durch Verfahren’.

Ik kreeg ook zorgelijke reacties, in die zin dat het tegenwoordig niet gemakkelijk is om algemeen belang te definiëren vanwege de toename van de individualisering en het benadrukken van verschillen in plaats van kijken naar de overeenkomsten.

Een ander punt van zorg betreft het verschijnsel dat politici een beroep doen op het algemeen belang om hun eigen zin door te drijven. We hebben dat weer mogen aanschouwen in het Verenigd Koninkrijk waarbij de een roept dat het in het belang van alle Britten is om de EU te verlaten, terwijl een minuut later de volgende politicus roept dat het gehele Britse volk gediend is met lidmaatschap van de EU.

Ik heb vroeger tijdens de geschiedenisles geleerd dat Jean Jacques Rousseau heeft het concept bedacht van het Contrat Social, het maatschappelijk verdrag, dat de Algemene Wil verwoordt. Weer zo’n abstract begrip.

Is Algemene Wil hetzelfde als Algemeen Belang? Of is de eerste term iets van het volk en de tweede van de politiek? En zo ja, bestaat er dan een verband tussen de twee begrippen? En wat is dat verband dan?

Sorry, ik weet het. Dit zijn ingewikkelde vragen. Maar na de antwoorden van vorige week, reken ik ook nu weer op de nodige respons, waarvoor op voorhand veel dank.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

Albanië en Noord-Macedonië; Slachtoffers van autocratiserende EU-oligarchie

Leo Klinkers
Federal Alliance of European Federalists (FAEF)
24 Oktober 2019

Wat gebeurde er?

In oktober 2019 besloot de Europese Raad, op aangeven van de betrokken EU-ministers, om de onderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië over toetreding tot de EU te stoppen. De regeringsleiders van Frankrijk, Nederland, Spanje en Denemarken hadden er geen vertrouwen meer in. Maatregelen op het gebied van corruptie- en misdaadbestrijding en verbeteringen van overheidsbestuur zouden nog onvoldoende zijn uitgevoerd.

Met vijf denklijnen val ik deze beslissing aan. Let op de manier waarop Frankrijk (Macron) en Nederland (Rutte) in dit artikel aan de orde komen.

De Europese Raad heeft geen democratisch mandaat

Tot de grondslagen van democratie behoort dat bestuurders aan een constitutioneel gekozen parlement verantwoording afleggen voor hun besluiten.

Welnu, de Europese Unie is niet gebaseerd op een constitutie maar op een verdrag – in dit verband het Verdrag van Lissabon. Zij is daarom slechts een samenwerkingsverband tussen regeringen. Deze vorm van samenwerking heeft de naam van intergouvernementeel besturen, waarbij regeringsleiders de dienst uitmaken. Niet de volksvertegenwoordiging. Ofwel omdat die er niet is, ofwel omdat die geen bevoegdheid heeft om de bestuurders ter verantwoording te roepen.

Het Europese Parlement heeft alleen enkele bevoegdheden om iets toe te staan of af te keuren. De Europese Raad van zeventwintig regeringsleiders en staatshoofden neemt de belangrijkste beslissingen, maar is niet door het volk gekozen. De Raad heeft dus geen constitutioneel verankerd democratisch mandaat. En omdat de leden van de Europese Raad niet ter verantwoording kunnen worden geroepen zijn ze onaantastbaar.

De leden van de Europese Raad kunnen kritiek vanuit het Europese Parlement, de Europese Commissie en de media naast zich neerleggen. Het Verdrag biedt de Raad namelijk de bevoegdheid om elke beslissing te nemen waarvan de Raad vindt dat die de doelen van de EU dient. Basta. 

De Europese Raad is een vorm van autocratiserende oligarchie

Jean-Jacques Rousseau leerde ons dat elke vertegenwoordiging van het volk een electieve aristocratie vormt. En dat die altijd zal evolueren in de richting van een oligarchie. Vervolgens heeft een oligarchie steeds de neiging om door te glijden naar een vorm van autocratie. De geschiedenis kent vele voorbeelden van echte, en van would be autocraten. De wereld van vandaag ook: Trump, Johnson, Erdogan, Poetin, Bolsonaro, Orban, Assad, Xi Jingpin, Maduro, Netanyahu, om er enkele te noemen.

Voor het afremmen van een dergelijke – voor het volk schadelijke – evolutie zijn er verdedigingsmechanismen nodig. Die moeten worden ingebouwd in het constitutionele en institutionele stelsel van een democratische staat. Waar ze ontbreken of zwak zijn grijpen autocraten hun kans.

In paragraaf 6.3.5 van mijn boek ‘Sovereignty, Security and Solidarity’ bespreek ik hoe de poging van Valérie Giscard d’Estaing om een waarachtige Europese Constitutie te ontwerpen (2003) is getorpedeerd door verwerping van het referendum in Frankrijk en Nederland (2005). Daarna namen de EU-regeringsleiders het werk over en met de constructie van het Verdrag van Lissabon plaatsten zij zichzelf als Europese Raad aan het hoofd van de ultieme besluitvorming. Daardoor – dus door het ontbreken van een echt parlement met de bevoegdheid om bestuurders van een regering ter verantwoording te roepen – ontbreekt het eerste verdedigingsmechanisme tegen personen die (steeds meer) bestuurlijke macht ambiëren zonder verantwoording te hoeven afleggen over het gebruik van die macht. Dat is alleen op te lossen door het verdrag in te ruilen voor een constitutie. En daarmee het terugsturen van de regeringsleiders naar hun eigen land omdat dubbelmandaten (incompatibilité des fonctions) constitutioneel verwerpelijk zijn.

Het Europese Parlement kan men zien als een vorm van electieve aristocratie. De truc waarmee de Europese Raad zichzelf aan het hoofd daarvan heeft geplaatst is een voorbeeld van voortsluipende oligarchie, afgeleid van het Europees Parlement als de electieve aristocratie. En binnen die oligarchie van zeventwintig personen zijn het steeds twee personen die de werkelijke beslissingen doordrukken: de regeringsleiders van Frankrijk en Duitsland. Waarbij er sinds kort een tendens lijkt te ontstaan dat het een tandem van Frankrijk en Nederland wordt. Daarover straks meer.

Het Verdrag van Lissabon bevat geen verdedigingsmechanismen tegen autocratiserende oligarchie. Het is een chaotisch verdrag met colliderende (botsende) artikelen en met vele uitzonderingen op regels. Daardoor is dit het slechtste juridische document dat ooit in de geschiedenis van Europa is geproduceerd. Voor de bij dit standpunt horende argumentatie verwijs ik naar de European Federalist Papers en naar het hierboven genoemde boek. Voor een voortreffelijk artikel over de noodzaak tot het inbouwen van mechanismen ter verdediging van de democratie verwijs ik naar ‘The institutional defences of democracy’ van Matteo Laruffa.

De Europese Raad verschuilt zich achter het unanimiteitsbeginsel

Een van de trucs waarmee de Europese Raad – net als de Veiligheidsraad in de VN – zijn onaantastbaarheid heeft georganiseerd is het nemen van besluiten bij unanimiteit van stemmen. Dat biedt het voordeel dat de Raad bij controversiële onderwerpen kan stellen: “Wij zijn het er allemaal mee eens”. Daardoor verstomt kritiek en kunnen regeringsleiders na het besluit niet tegen elkaar worden uitgespeeld.

Niet elk onderwerp valt onder de unanimiteitsregel. Voor sommige onderwerpen besluit de Europese Raad bij meerderheid van stemmen. Maar als het de toetreding van nieuwe lidstaten betreft – zoals het geval is met Albanië en Noord-Macedonië – geldt het unanimiteitsbeginsel. In de media is breed uitgemeten dat vooral Frankrijk en Nederland – gesteund door Denemarken en Spanje – de onderhandelingen over de toetreding wensten te stoppen. Dat geldt als een veto. Waarna de gehele Europese Raad zich achter een unaniem besluit tot afwijzing moest scharen.

In de volgende denklijn werk ik dit verder uit.

Macron en Rutte plegen ‘abus de pouvoir’

Op het punt van die unanimiteit in de Europese Raad spelen Macron en Rutte een curieus spel. In mijn artikel ‘Macron and Rutte: intergouvernementalism 2.0’ vertel ik hoe Macron in zijn Sorbonne-speech van september 2017 een aanval opende op het unanimiteitsbeginsel in de Europese Raad. Hij bepleitte besluitvorming bij meerderheid van stemmen om op die manier te voorkomen dat veto’s van een of enkele regeringsleiders besluitvorming over belangrijke kwesties zou blokkeren.

In zijn ‘Churchill Lecture’ in Zürich in februari 2019 nam Rutte nog krachtiger stelling tegen het unanimiteitsbeginsel. Althans voor enkele onderwerpen zoals het opleggen van sancties aan landen buiten de EU. Men hoeft niet veel kennis en ervaring met het openbaar bestuur te hebben om te voorspellen dat spoedig na het afschaffen van het unanimiteitsbeginsel voor een dergelijk onderwerp de Europese Raad via meerderheidsbesluiten ook sancties zal gaan opleggen aan EU-landen die zich niet conformeren aan de verdragsrechtelijke plichten en aan nadere overeenkomsten zoals bijvoorbeeld de opvang van immigranten.

Let wel, ik ben tegen het unanimiteitsbeginsel omdat het met zijn verkapte vetorecht alleen dienstbaar is aan het beschermen van nationale en nationalistische belangen. En dus niet dienstbaar aan een EU-belang, laat staan een Europees belang.

Maar wat zien we nu in het Albanië/Noord-Macedonië dossier? Er wordt gemanipuleerd met dat unanimiteitsbeginsel. En plein public hameren Macron en Rutte op de noodzaak tot afschaffing van het unanimiteitsbeginsel. Maar om Albanië en Noord-Macedonië buiten de deur te houden maken ze er gretig gebruik van.

Ik moet nu enkele juridische begrippen introduceren, wetende dat dit artikel onvoldoende ruimte biedt om ze in detail uit te leggen.

Aan de Franse jurisprudentie uit de vorige eeuw ontlenen rechtsstelsels van andere Europese landen enkele belangrijke beginselen van behoorlijk bestuur. Zo verbieden rechters besluiten op grond van détournement de pouvoir. Dat is het gebruiken van een bevoegdheid voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Nauw verwant daaraan is het beginsel van abus de droit. Dat is het misbruiken van recht. Men kan twisten over de vraag of een van deze twee in deze casus aan de orde is. Maar het valt moeilijk te ontkennen dat een combinatie van beide beginselen zeker wel van toepassing is: abus de pouvoir, misbruik van bevoegdheid. Op het gebied van het Europese recht geldt dit inmiddels als een algemeen beginsel dat niet door organen van de EU geschonden mag worden. Ik adviseer Albanië en Noord-Macedonië om juridisch advies in te winnen of op grond hiervan een rechtszaak tegen de Europe Raad kan worden aangespannen.

Ik zie het gerommel van Macron en Rutte met het unanimiteitsbeginsel als beleidsafval van autocratiserende oligarchie. Beleidsafval in de zin van corruptie. Maar pas op. Ik heb het niet over de gangbare perceptie van corruptie in de zin van het aannemen van geld voor het verlenen van diensten. Het begrip ‘corruptie’ stamt af van het Latijnse woord ‘corrumpere’. En dat betekent ‘bederven’. Autocratiserende oligarchie zal altijd bederf opleveren. Of zoals Voltaire ooit zei: “Une droit porté trop loin devient une injustice” (Een te ver doorgevoerd recht wordt een onrecht).

Een federaal Europa zou dit probleem niet hebben

Ik kan in dit artikel niet de democratische waarden van een federaal Europa uiteenzetten. Ik verwijs kortheidshalve weer naar de hierboven genoemde literatuur. Ik volsta om te stellen dat alles wat in dit dossier fout gaat rechtstreeks voortkomt uit het feit dat het Verdrag van Lissabon een juridisch monster is dat zo snel mogelijk moet plaatsmaken voor een federale constitutie van de Verenigde Staten van Europa.

Als Europa een federale staatsinrichting zou hebben zouden de argumenten die Frankrijk, Nederland, Spanje en Denemarken in oktober 2019 opvoerden tegen het openen van nadere onderhandelingen over toetreding niet gelden. In een federaal Europa blijven de lidstaten weliswaar soeverein, maar vertrouwen ze de zorg voor een limitatieve reeks onderwerpen die ze zelf niet kunnen behartigen toe aan een federaal orgaan. Een van die onderwerpen betreft justitie. Zaken van corruptie- en misdaadbestrijding zouden dan vallen onder federale justitiële organen zoals federale politie en federale rechters.

I rest my case.

Algemeen Belang en Imaginaire Getallen

Mijn bericht van vorige week, over hoe om te gaan met ambtelijke adviezen wanneer deze strijdig zijn met politieke opvattingen, heeft veel reacties opgeleverd. Dank daarvoor.

Vrijwel iedereen benadrukt het belang dat alle meningen over een maatschappelijk vraagstuk open en bloot op tafel moeten. Dat niet per se de politieke opvatting hoeft te domineren.

Vervolgens is het de kunst om via dialoog tot gezamenlijkheid te komen. Mocht dat niet lukken, dan zullen we toch alle opvattingen in beeld moeten houden. Maximale transparantie.

Voor het welslagen van een dialoog is het nodig dat de diverse gesprekpartners respectvol met elkaar omgaan en wederzijds begrip tonen voor de verschillende posities en verantwoordelijkheden. Dat heeft alleen kans van slagen in een veilige omgeving. Met name dit laatste punt kan in de praktijk weleens knellen.

Ik zal in mijn boek uitvoerig stilstaan bij de ‘ideale gesprekssituatie’, zoals die door Jürgen Habermas is geschetst. Zonder een dergelijke setting zal het niet mogelijk zijn om te komen tot – zoals hij dat noemt – ‘gedeeld begrip’. Ik denk dat dit streven noodzakelijk is om uiteindelijk het ‘algemeen belang’ te kunnen dienen.

Ik vind trouwens ‘algemeen belang’ een lastige term. Je voelt aan je water wat ermee wordt bedoeld, maar je kunt het niet echt vastpakken. Zoiets als imaginaire getallen in de wiskunde; ze bestaan niet echt, maar je kunt (en moet) er wel mee rekenen.

Het redactioneel commentaar van NRC van zaterdag 10 oktober over het stikstofbeleid wierp de vraag op: ‘Maar wie komt er op voor het algemeen belang?’ De meningen over (de gevolgen van) het stikstofbeleid vliegen alle kanten op. Vooralsnog is niemand in staat om de boel bij elkaar te brengen.

Opvallend trouwens de ‘politieke’ uitspraak van Willem-Alexander: ‘Het is niet een probleem voor de agrariërs, maar voor heel Nederland. Dat moeten we samen oplossen’. Ook hij houdt een pleidooi voor het dienen van het algemeen belang, als ik dat zo mag vertalen.

Natuurlijk ben ik nu erg benieuwd wat jij vindt van het ‘algemeen belang’. Bestaat het wel of niet? Als het bestaat, hoe ziet het er dan uit? Hoe kun je het construeren? Wat is daarvoor nodig? Of misschien vind je het wel een non-discussie.

Ik wacht je reactie met belangstelling af.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Een dilemma: wie heeft en wie krijgt gelijk?

Mag ik je het volgende dilemma voorleggen.

Toen ik wethouder was in de gemeente Schinnen hadden we op zeker moment discussie over de volgende vraag: ‘Moet een ambtenaar voordat hij een advies schrijft voor het College van B&W eerst overleg plegen met de verantwoordelijk wethouder over de strekking van dat advies?’

Antwoord 1: ja, want de wethouder is uiteindelijk verantwoordelijk en hij is ook degene die in de raadsvergadering dat standpunt moet verdedigen.

Antwoord 2: nee, de ambtenaar moet – gegeven zijn deskundigheid – het best denkbare advies schrijven, ook al is dat in strijd met de opvatting van de portefeuillehouder. Het staat de wethouder natuurlijk altijd vrij om een ander standpunt in te nemen.

Ik moet je zeggen dat ik toentertijd koos voor antwoord 1. Het is moeilijk om een ander standpunt dan het advies van een ambtenaar te verdedigen in een politiek debat met de gemeenteraad. De raad heeft weet van de besluitvorming op basis van de notulen van de collegevergadering. Dan begin je al met 1-0 achter. Dat is niet fijn.

Bij het schrijven van mijn boek ben ik goed gaan nadenken over de rollen van de verschillende actoren in de overheidsorganisatie. Daardoor ben ik gaan schuiven richting antwoord 2.

Het gaat er uiteindelijk om dat het best denkbare besluit wordt genomen ten behoeve van de samenleving. Als een ambtenaar daarover een advies uitbrengt dan mag dat niet om politieke redenen aan de kant worden geschoven. Dat advies moet overeind blijven.

Ik vraag me trouwens af of ambtenaren voldoende worden beschermd om zo te werken. Ik heb in ieder geval ooit als ambtenaar het tegendeel meegemaakt: herrie in de tent.

Nogmaals, de politiek verantwoordelijke is te allen tijde gerechtigd om een ander standpunt te verdedigen. De politiek heeft namelijk het laatste woord.

Als ambtenaar moet je gelijk hebben, als politicus gelijk krijgen.

Er is in dit verband nog een puntje waar ik tegenaan zit te hikken en dat is het volgende. In hoeverre is een ambtelijk advies 100% objectief (rationeel) of zitten daar ook subjectieve (en dus politieke) kanten aan? Als dat laatste het geval is, dan kom je in een grijs gebied terecht.

Vervelend, want ik hou van helderheid.

Ik vind het vraagstuk nog steeds moeilijk.

Hoe kijk jij hier tegenaan?

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

Wie is de regie kwijt?

Vorige week had ik het over de vraag of burgers boos zijn of dat ze misschien wel minachtend tegenover de politiek staan.

Torben wees me erop dat achter deze emotioneel beladen begrippen angstige burgers schuilgaan. Mensen die bang zijn voor ontwikkelingen als globalisering, invloed van andere culturen, verlies aan welvaart.

Ik denk dat dit klopt. Mensen verkeren in staat van onzekerheid en dat leidt tot verdriet, verontwaardiging, ongeloof, woede, teleurstelling en vul het rijtje maar aan.

Dit soort emoties zouden op zichzelf nog geen probleem hoeven te zijn. Ze worden dat als je de ongelukkige situatie niet kunt beïnvloeden. Pas dan ontstaat er angst, structureel onbehagen of een gevoel van onmacht.

Dat achterliggende gevoel speelt nogal wat burgers parten. Het gevoel dat je er niks aan kunt doen, het gevoel dat je geen grip meer hebt op de situatie.

Is dat niet ook wat mensen die ouder worden het meeste bezighoudt? Het gevoel te moeten inleveren en er niks aan te kunnen doen; het gevoel dat je de controle kwijtraakt; het gevoel dat je de grip op je leven en je leefomstandigheden verliest?

En politici dan? Hebben zij nog wel grip?

  • Hoelang wordt er al geroepen dat ‘ze’ uit de ivoren toren moeten komen? Ik hoor het nog steeds.
  • Hoeveel decennia beloven de lijsttrekkers voor de verkiezingen dat het aantal regels drastisch omlaag moet? Ze nemen alleen maar toe.
  • Staat het begrip ‘integriteit’ niet al sinds Ien Dales – minister van Binnenlandse Zaken van 1989-1994 – hoog op de agenda? Bijna elke dag haalt wel een verdachte politicus de krant.
  • Wordt nieuwe wetgeving weleens met kritiek ontvangen door met name de uitvoerders? Ja, na enkele jaren wordt het weer teruggedraaid ‘met de wetenschap van nu’.
  • Krijgen de bewindslieden hun ministeries of uitvoeringsorganisaties maar niet op het juiste rails? We kunnen regelmatig ‘genieten’ van de een of andere Haagse soap.
  • Waarom worden telkens weer adviezen gevraagd aan adviesorganen? Er worden meer aanbevelingen niet dan wel overgenomen.
  • Vanaf 1955 neemt het aantal mensen dat lid is van een politieke partij af. Er is geen trendbreuk in zicht.

Wie is de regie kwijt? De burger of de politiek?

Wie het weet mag het zeggen.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

GIVE ROOM TO THE OCEANS

GIVE ROOM TO THE OCEANS

Then the rising sea level can be lowered

© Dr. Leo Klinkers (leoklinkers@me.com)
Federal Alliance of European Federalists (FAEF)
© Dr. Emile Glans van Essen (Emile.vanEssen@worldsustainabilityfund.org)
World Sustainability Fund, World Federalist Movement Netherlands (WFBN)

The Hague, The Netherlands
7 October 2019

Introduction

Climate measures are based on combating the causes of rising temperatures and helping to slow down rising sea levels. But we do not know to what extent; nor do we know how long it will take. Meanwhile the living environments of 500 million people will be at risk as a result of rising water levels. In order not to wait patiently for this, we propose to give the oceans more space in strategic places on our planet. It seems an incredible story, but calculations show that by digging new seas, the rise in sea level can be reversed.

How can this be done?

In the Netherlands, river floods are prevented by giving them space. In the past ten years, the extensive Room for the River programme has been carried out for this purpose. In the same way, it is possible to halt or even reverse the rise in sea level. We are digging holes all over the world. We fill them with ocean water. Scientific calculations that will follow shortly show that it is possible to reverse the rise in sea level in this way.

Do you disagree? Here are the rules

We’re in the realm of science. We take a standpoint, supported by an argumentation and the associated figures. Those who disagree with this are invited to refute the correctness of the argumentation and the figures. This is required by law no. 1 of the scientific methodology. Remarks such as ‘this is not affordable,’ or ‘you don’t get political support for this’ or ‘what you say is just not right’ are outside the scientific order. Only a refutation of the argumentation and figures – recorded on paper so that all this can be verified – is valid. Saying that you don’t have the time or the sense to find out and write it all down gets the answer from law no. 2 of the scientific methodology, saying “Opinions can be proclaimed by anyone, but if you can’t write it down, then it doesn’t apply”.

Questions?

Demonstrating that by giving space to the oceans you can solve the problem of rising sea levels is the only purpose of this article. Of course, there are questions about the feasibility of this. And about the effects, desired and perhaps undesired. We mention these questions, but they cannot be answered. They are in the domain of other scientists. The most important questions will follow soon, with an appeal to other scientific groups to come up with the answers.

Willingness?

All we are asking for now is the willingness to take note of an unexpected solution to the problem of rising sea levels. Without shouting at once that this is unworkable nonsense. The regularly recurring alarm signals about the threats posed by the rise in seawater justify a quiet read about the solubility of this problem – in addition to the unconditional continuation of the climate agreements.

What does the earth have to do with?

We assume that the problem is well known: the emission of CO2 will lead to a global rise in temperature, causing the polar ice to melt, the sea level to rise and a lot of land to disappear under water. As a result, the lives and livability of millions of people are at risk. As well as the destruction of homes, buildings and infrastructure.

Climate agreements are based on combating the causes of the rise in temperature. That is a good thing. But we do not know whether this will slow down or even stop the melting of the ice. Nor do we know how long it will take before we can expect positive effects from this approach. But we do know that the sea level will rise if we do not succeed in making these two points manageable. We also know that in that case many people will lose their habitat. That is why we are proposing an approach that will completely solve the problem of rising sea levels in the short term: make way for the oceans by opening up deserts to seawater.

We shall now confine ourselves to describing a calculation model for the positive effects of opening one desert as an ocean overflow area: the Sahara. Of course, the size of the required catchment area can be divided among a number of desert areas worldwide. But taking the Sahara as an example makes it easier to understand why such a colossal intervention produces a colossal result.

How does the calculation work?

Strictly speaking, there is only one question: how many cubic meters of desert do we have to dig out in order to stop and even lower the rise in sea level? Because there is still uncertainty about the exact extent of the rise in heat – and it is therefore not known how high the rise in sea level will be – we use figures to show what the consequences are of a rise in temperature of 1.5 to 4 degrees Celsius. With bandwidths for the necessary depths and for the number of people whose livability is endangered. We base the calculation on the report ‘Mapping Choices. Carbon, Climate, and Rising Seas. Our Global Legacy’ (Climate Central, November 2015).

  • If the temperature rises by 1.5 degrees Celsius, the sea level rises by 2.9 meters, with band widths of 1.6 to 4.2 meters. It destroys the habitat of 137 million people, with bandwidths ranging from 51 to 291 million.
  • If the temperature rises by 2 degrees, the sea level rises by 4.7 meters, with bandwidths of 3.0 to 6.3 meters. It destroys the habitat of 280 million people, with bandwidths of 130 to 458 million.
  • If the temperature rises by 3 degrees, the sea level rises by 6.4 meters, with bandwidths of 4.7 to 8.2 meters. It destroys the habitat of 432 million people, with bandwidths of 255 to 597 million.
  • If the temperature rises by 4 degrees, the sea level rises by 8.9 meters, with bandwidths of 6.9 to 10.8 meters. It destroys the habitat of 627 million people, with bandwidths ranging from 470 to 760 million.

The assumption that 4 degrees rise in temperature does not provide a realistic picture of the future is not shared by the scientific community. In some places in the world the rise can even be more than 4 degrees.

How big and deep should the hole be?

We repeat: this is only an example for the digging of one large lake in the Sahara. If we also dig lakes in other deserts, the hole in the Sahara doesn’t have to be that big. This is just a question of the size of the total excavation work that needs to be carried out in order to radically solve the problem of rising sea levels.

Well, with a lake the size of 50% of America’s surface, the problem has been solved. That covers 4,917,000 km2. Rounded up to the top: 5 million square kilometers.

The other question is: how deep should it be? That depends on the extent to which the earth’s temperature rises. With a rise of only 1.5 degrees Celsius, a depth of 200 meters will suffice. But if the temperature unexpectedly rises by 4 degrees, then it must be 800 meters deep.

Digging more or less meters?

As will be the case with other deserts, the Sahara is above sea level. Where the excavation work has to take place, for example, at a height of one hundred meters above sea level, more needs to be excavated than just the depth of 200 to 800 meters. However, there are also deserts that lie below sea level. For example, the Danakil Depression in Ethiopia. It is 125 meters below sea level. This area is also known as the hottest place on earth and as the cradle where the first humans were born. It lies next to the Afar Triangle whose deepest point is no less than 155 meters below sea level.

What are the expected positive side effects?

First the questions about positive side effects. Later on, the questions related to feasibility.

Greening

The salty seawater evaporates and comes down in the form of fresh rainwater. It is known that desert soils preserve seed for centuries. As soon as it starts to rain, it germinates. That makes the desert green again. The effect is greater if one does not choose one large lake but a number of smaller lakes, fed by canals, where at the beginning of each canal provisions can be made to catch plastic. By not opting for one large lake, but a number of smaller ones, fed by canals from the sea, the greening effect is more effective because between the canals and lakes there is land instead of water.

  • Which scientific group can answer the question as to whether the thesis on the alleged greening is correct? If so, in which deserts can the effect be greatest, to which extent and at what speed?
Living and working

The greening of deserts provides openings for agriculture and cattle breeding. But also for industries, fishing and research into the minerals that emerge during digging. The excavated desert material can be used to build sea defenses elsewhere in the world where tsunami tidal waves and hurricanes cause flooding. With the construction of villages and the creation of jobs, the outflow of immigrants to Europe can be tempered.

  • Which scientific group can answer the question of whether the alleged greening of deserts does indeed create new opportunities for living, working and industry? And whether this will alleviate the problem of migration.
Cooling

The greening of deserts – enhanced by a clever distribution of several lakes and canals – will lower the world temperature. It is a fact that cities in warm areas become cooler as more greenery is created in the city. By giving space to the oceans in hot deserts, the greatest threat – i.e. the rise in temperature – is used to achieve the opposite: to cool down the earth. This is ‘making the causer the solver’.

  • Which scientific group can answer the question of whether the greening of deserts does indeed provide cooling; if so, how much and at what rate?
Polar ice repair

How big the cooling can be is unknown. We also do not know whether this cooling is sufficient to allow the polar ice to grow again. There are no figures available. We only know that by digging one or more lakes with a total size of 5 million square kilometers and a depth of 200 to 800 meters, not only will the rise in sea level disappear drastically, but perhaps also the temperature rise can stop and perhaps even decrease due to the creation of more greenery, which at the same time increases the absorption capacity of CO2.

  • What scientific group can answer the question of whether cooling due to the greening of deserts can have such an effect that – by increasing the absorption capacity of CO2 – it can temper the rise in temperature and thus slow down or perhaps even stop the melting of the polar ice?

So far, some questions about expected positive side-effects.

Other deserts

Besides the Sahara, other deserts can be used: the Great Arabian Desert (West Asia, 2,330,000 km2), the Gobi Desert (Asia, 1,300,000 km2), the Kalahari Desert (900,000 km2), the Great Victoria Desert (Australia, 647,000 km2). By spreading the number of lakes and supply channels over other parts of the world, there may be more suitable locations with less impact on climate-related issues such as wind currents.

For the sake of brevity, we are ignoring solutions such as the use of land that could easily absorb seawater, and the use of abandoned mines and underground car parks. The use of existing lakes that are slowly becoming dry – the Aral Lake and some lakes in China and Africa – is also left out of consideration. This article is only about the question: can we, by giving space to the oceans, compensate for the rise in sea level, yes or no? The answer is: yes, we can.

More CO2 and nitrogen?

The work will have to be done with the use of machines that produce CO2 and nitrogen. And thus, contribute to global warming and the production of fine particulates. This can be prevented by using solar energy – a new industry – to operate such machines. There is plenty of sunshine in these workplaces.

What are important questions about feasibility and possible negative side-effects?

Now the questions in relation to feasibility. There must also be an answer to possible negative side-effects.

Currents, winds, plants and fish

The effects of such a large-scale opening of one or more deserts on sea currents, trade winds, hurricanes and the regularly recurring phenomenon of El Niño are not yet known. Nor what the effect could be on life under water: the plants and fish.

  • Which scientific group can answer the question of whether the implementation of this idea has a negative influence on currents, winds, plants and fish? If so, which ones?
Salinization and groundwater

It is also not known what the effects could be of salinization in the vicinity of the ocean water flowing in. Nor the effect on the groundwater level.

  • Which scientific group can answer the question of whether the implementation of this idea has a negative impact on salinization and groundwater? And if so, which ones?
Sand

Another uncertain element is the nature of the sand in, for example, the Sahara. This has been polished around by ancient erosion and collapses as you stack it. Digging canals and lakes is one thing, making sure their walls don’t collapse is another. So special shoring facilities will be needed to keep the walls intact. For example, an invention that makes it possible to use Sahara sand in concrete. 

  • What scientific group can answer the question of whether the implementation of this idea poses particular problems in terms of the excavation and shoring work to be carried out? If so, what are they?
Fresh water

Digging to depths of 200 to 800 meters can lead to underground water reservoirs. We do not know how the salt and fresh water will behave, although it is known that saltwater is heavier and will sink to the bottom. If, however, freshwater reservoirs are actually drilled, this will mean the loss of the required number of cubic meters of desert that will have to be dug away in order to achieve the required decline in the sea. 

  • What scientific group can answer the question of how to act if freshwater reservoirs are encountered during excavation work?
Property rights and geopolitical tensions

Another uncertain aspect is the question whether countries that own a (part of a) desert are willing to participate in such a project. We also do not know whether the idea of such an operation would raise geopolitical tensions.

  • Which scientific group can answer the question of whether the implementation of this idea raises insurmountable legal issues of property rights and perhaps geopolitical tensions? If so, what are they?
Minerals

A question that arises from the previous one has to do with the fact that in the soil of deserts there is not only seed. Also precious minerals. Who can call himself the owner?

  • Which scientific group can answer the question of how to deal with the yield of minerals that emerge from excavation work?
Loss of life

We do not know what the effect will be on the lives of people, plants and animals in those deserts if one or more masses of water are created. The preservation of the sometimes centuries-old cultural-historical value of (living in) deserts is to be compared to the value of the life and the quality of life of – possibly – more than 500 million people. Here, governments are faced with the same considerations as in cases where villages have to disappear in favor of the construction of reservoirs to generate electricity.

  • Which scientific group can answer the question of whether the implementation of this idea has such a negative impact on the lives of people, plants, animals and cultural-historical values that this idea should be abandoned?
Digging

Even if the excavation work is spread over several deserts, it involves the construction of very large holes. The question that then arises is: who can handle it? Canada has the best miners in the world. They don’t shy away from digging huge holes. But, of course, the execution of such work will have to be a matter of cooperation between miners and related professions.

  • Which scientific group can answer the question of how the execution of the excavation work should be organized?
Costs

We do not know what such a major operation will cost. It is true that there is the possibility of a global CO2 tax for companies, but it is not known whether this will go ahead, nor what it could mean for the funding of the provision of space to the sea as described here.

  • Who can answer the question of how much such an operation will cost and whether it can be paid for from the proceeds of the CO2 tax for companies?

Who should be in charge?

Such an operation should be led by the body that implemented the Paris Climate Agreement. In close cooperation with the United Nations and the European Union.

Is this assumption correct? If so, who can arrange this? If not, who should be in charge?

Call for scientific action

We call on scientists working on this subject to provide information on the questions we have raised. 

GEEF RUIMTE AAN DE OCEANEN

Geef ruimte aan de oceanen

Dan kan de stijgende zeespiegel omlaag

© Dr. Leo Klinkers (leoklinkers@me.com)
Federal Alliance of European Federalists (FAEF)
© Dr. Emile Glans van Essen (Emile.vanEssen@worldsustainabilityfund.org)
World Sustainability Fund, World Federalist Movement Netherlands (WFBN)

The Hague, The Netherlands
7 October 2019

Inleiding

Klimaatmaatregelen gaan uit van het bestrijden van de oorzaken van temperatuurstijging en helpen om de zeespiegelstijging af te remmen. Maar we weten niet in welke mate; evenmin hoe lang dat duurt. Ondertussen lopen de leefomgevingen van 500 miljoen mensen gevaar door het stijgende water. Om dit niet lijdzaam af te wachten stellen wij voor om de oceanen meer ruimte te geven op strategische plaatsen op onze planeet. Het lijkt een ongelooflijk verhaal, maar berekeningen laten zien: door nieuwe zeeën te graven, kan de stijging van de zeespiegel ongedaan worden gemaakt.

Hoe dan?


In Nederland worden overstromingen van rivieren voorkómen door ze ruimte te geven. Bijvoorbeeld met de aanleg van overstroomgebieden. In de afgelopen tien jaar is daarvoor het omvangrijke programma Ruimte voor de Rivier uitgevoerd. Het is mogelijk om volgens dezelfde denkwijze de stijging van de zeespiegel te stoppen en zelfs ongedaan te maken. Wereldwijd graven we gaten. Die laten we vollopen met oceaanwater. Wetenschappelijke berekeningen die zo meteen volgen laten zien dat het mogelijk is om op die manier de stijging van de zeespiegel ongedaan te maken.

Niet mee eens? Dit zijn de spelregels


We bevinden ons in het domein van de wetenschap. Wij nemen een standpunt in, onderbouwd met een argumentatie en het daarbij horende cijferwerk. Wie het daar niet mee eens is wordt uitgenodigd om de juistheid van de argumentatie en het cijferwerk te weerleggen. Dat eist wet nr. 1 van de wetenschapsmethodologie. Opmerkingen in de trant van ‘dit is niet betaalbaar’ of ‘daar krijg je geen politiek draagvlak voor’ of ‘wat je zegt klopt gewoon niet’ liggen buiten de wetenschappelijke orde. Alleen een weerlegging van de argumentatie en cijfers – vastgelegd op papier zodat een en ander kan worden geverifieerd – is geldig. Zeggen dat u geen zin of tijd heeft om het allemaal uit te zoeken en op te schrijven krijgt het antwoord van wet nr. 2 van de wetenschapsmethodologie, luidend “Meningen verkondigen kan iedereen, maar als je het niet kunt opschrijven, dan geldt het niet.”

Vragen?


Aantonen dat je met het geven van ruimte aan de oceanen de stijging van de zeespiegel kunt oplossen is het enige doel van dit artikel. Natuurlijk rijzen er vragen over de uitvoerbaarheid daarvan. En over de effecten, gewenste en wellicht ongewenste. Die vragen benoemen wij, maar kunnen ze niet beantwoorden. Zij liggen op het terrein van andere wetenschappers. De belangrijkste vragen volgen straks, met een oproep aan andere wetenschappelijke groeperingen om de antwoorden te bedenken.

Bereidheid?


Het enige wat wij nu vragen is de bereidheid om kennis te nemen van een onvermoede oplossing voor het probleem van de stijging van het zeewater. Zonder meteen te roepen dat het onuitvoerbare flauwekul is. De regelmatig terugkerende alarmsignalen over de bedreigingen als gevolg van de stijging van het zeewater legitimeren om even rustig te lezen hoe de oplosbaarheid van dit probleem – naast de onvoorwaardelijke continuering van de klimaatakkoorden – in elkaar zit.

Waar heeft de aarde mee te maken?

Het probleem veronderstellen wij als bekend: door de uitstoot van CO2 hebben we te maken met wereldwijde temperatuurstijging, waardoor het poolijs smelt, de zeespiegel stijgt en veel land onder water gaat verdwijnen. Daardoor loopt het leven en de leefbaarheid van miljoenen mensen gevaar. Alsook de vernietiging van woningen, gebouwen en infrastructuur.

Klimaatakkoorden gaan uit van het bestrijden de oorzaken van de temperatuurstijging. Dat is een prima zaak. Maar we weten niet of daarmee het smelten van het ijs kan worden vertraagd of zelfs gestopt. We weten evenmin hoe lang het gaat duren voordat we van deze aanpak positieve effecten kunnen verwachten. Maar we weten wel dat de zeespiegel zal stijgen als het niet lukt om die twee punten beheersbaar te maken. We weten ook dat in dat geval veel mensen hun leefgebied zullen kwijtraken. Daarom het voorstel om een aanpak te kiezen die op korte termijn de stijging van de zeespiegel geheel oplost: geef ruimte aan de oceanen door woestijnen te openen voor het zeewater.

Wij beperken ons nu tot de beschrijving van een rekenmodel voor de positieve effecten van het openen van één woestijn als overstroomgebied voor de oceanen: de Sahara. Uiteraard kan de omvang van het vereiste overstroomgebied worden verdeeld over een aantal woestijngebieden wereldwijd. Maar door de Sahara als voorbeeld te nemen is het gemakkelijker om te begrijpen waarom een dergelijke kolossale ingreep een kolossaal resultaat oplevert.

Hoe zit de berekening in elkaar

Strikt genomen gaat het slechts om één vraag: hoeveel kubieke meter woestijn moeten we uitgraven om de stijging van de zeespiegel te stoppen en zelfs te laten dalen? Omdat er nog steeds onzekerheid is over de precieze mate van stijging van de warmte – en het dus ook niet bekend is hoe hoog de stijging van de zeespiegel gaat uitpakken – laten wij met cijfers zien wat de gevolgen zijn van een stijging van de temperatuur met 1,5 tot 4 graden Celsius. Met bandbreedten voor de noodzakelijke diepten en voor de aantallen mensen wier leefbaarheid in gevaar komt. Wij baseren de becijfering op het rapport ‘Mapping Choices. Carbon, Climate, and Rising Seas. Our Global Legacy’ (Climate Central, November 2015).

  • Bij een stijging van de temperatuur met 1,5 graad Celsius stijgt de zeespiegel met 2,9 meter, met bandbreedten van 1,6 tot 4,2 meter. Het vernietigt het leefgebied van 137 miljoen mensen, met bandbreedten van 51 tot 291 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 2 graden stijgt de zeespiegel met 4,7 meter, met bandbreedten van 3,0 tot 6,3 meter. Het vernietigt het leefgebied van 280 miljoen mensen, met bandbreedten van 130 tot 458 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 3 graden stijgt de zeespiegel met 6,4 meter, met bandbreedten van 4,7 tot 8,2 meter. Het vernietigt het leefgebied van 432 miljoen mensen, met bandbreedten van 255 tot 597 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 4 graden stijgt de zeespiegel met 8,9 meter, met bandbreedten van 6,9 tot 10,8 meter. Het vernietigt het leefgebied van 627 miljoen mensen, met bandbreedten van 470 tot 760 miljoen.

De veronderstelling dat een stijging van de temperatuur met 4 graden geen reëel beeld van de toekomst biedt wordt in wetenschappelijke kringen niet gedeeld. Op sommige plekken in de wereld kan de stijging zelfs meer dan 4 graden bedragen.

Hoe groot en diep moet dat gat zijn?

Wij herhalen nogmaals: dit is alleen een voorbeeld voor het graven van één groot meer in de Sahara. Als we ook meren graven in andere woestijnen hoeft dat gat in de Sahara niet zo groot te zijn. Het gaat hier alleen om de vraag: welke omvang moet het totale graafwerk hebben om de stijging van de zeespiegel radicaal op te lossen?

Welnu, met een meer ter grootte van 50% van de oppervlakte van Amerika is het probleem opgelost. Dat omvat 4.917.000 km2. Naar boven afgerond: 5 miljoen vierkante kilometers.

De andere vraag is: hoe diep moet dat meer dan zijn? Dat hangt af van de mate van stijging van de temperatuur op aarde. Bij stijging van slechts 1,5 graad Celsius kan worden volstaan met een diepte van 200 meter. Maar als de temperatuur onverhoopt stijgt met 4 graden dan moet het 800 meter diep zijn.

Meer of minder meters graven?

Net zoals het geval zal zijn met andere woestijnen ligt de Sahara boven de zeespiegel. Daar waar het graafwerk moet plaatsvinden op bijvoorbeeld honderd meter boven de zeespiegel moet dus meer worden afgegraven dan alleen de diepte van tweehonderd tot achthonderd meter. Er zijn echter ook woestijnen die beneden de zeespiegel liggen. Bijvoorbeeld de Danakil Depression in Ethiopië. Die ligt 125 meter beneden de zeespiegel. Dit gebied is ook bekend als de heetste plek op aarde en als de wieg waar de eerste mensen werden geboren. Zij ligt naast de Afar Triangle waarvan het diepste punt niet minder dan 155 meter onder de zeespiegel ligt.

Wat zijn de te verwachten positieve neveneffecten?

Eerst de vragen over positieve neveneffecten. Straks de vragen die met de uitvoerbaarheid te maken hebben.

Vergroening

Het zoute zeewater verdampt en komt in de vorm van zoet regenwater naar beneden. Het is bekend dat de woestijnbodems eeuwenlang zaad bewaren. Zodra het gaat regenen ontkiemt het. Dat maakt de woestijn weer groen. Dat effect is groter als men niet kiest voor één groot meer maar een aantal kleinere meren, gevoed door kanalen, waarbij men aan het begin van elk kanaal voorzieningen kan treffen om plastic op te vangen. Door niet te kiezen voor één groot meer, maar een aantal kleinere, gevoed door kanalen vanuit zee, is het vergroeningseffect effectiever omdat tussen de kanalen en meren land ligt in plaats van water.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de stelling over de vermeende vergroening juist is? Zo ja, in welke woestijnen kan dat effect het grootste zijn, in welke mate/soort en met welke snelheid?
Wonen en werken

Het vergroenen van woestijnen biedt openingen voor landbouw en veeteelt. Maar ook voor industrieën, visvangst en onderzoek naar de mineralen die bij het graven naar boven komen. Het uitgegraven woestijnmateriaal kan worden ingezet voor het bouwen van zeeweringen elders in de wereld waar vloedgolven door een   tsunami en orkaanwinden overstromingen veroorzaken. Met de aanleg van dorpen en de creatie van werkgelegenheid kan de uitstroom van immigranten naar Europa worden getemperd.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de vermeende vergroening van woestijnen inderdaad nieuwe mogelijkheden creëert voor wonen, werken, industrie? En of dit de migratieproblematiek verlicht.
Afkoeling

Het vergroenen van woestijnen – versterkt door een slimme spreiding van meerdere meren en kanalen – zal de wereldtemperatuur doen dalen. Het is een feit dat steden in warme gebieden koeler worden naarmate men meer groen in de stad creëert. Door in hete woestijnen ruimte te geven aan de oceanen wordt de grootste dreiging – te weten de stijging van de temperatuur – gebruikt om het omgekeerde te realiseren: afkoelen van de aarde. Dat is ‘van de veroorzaker de oplosser maken’.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of vergroening van woestijnen inderdaad verkoeling oplevert; zo ja hoeveel en in welk tempo?
Reparatie poolijs

Hoe groot die afkoeling kan zijn is onbekend. Ook weten wij niet of die afkoeling voldoende is om het poolijs weer te laten aangroeien. Daarover zijn geen cijfers beschikbaar. Het gaat hier alleen om de vaststelling dat met het graven van één of meer meren met in totaal de omvang van 5 miljoen vierkante kilometers en een diepte van 200 tot 800 meter niet alleen de stijging van de zeespiegel radicaal verdwijnt, maar wellicht ook de temperatuurstijging kan stoppen en misschien zelfs kan afnemen wegens de creatie van meer groen, wat tegelijk het absorptievermogen van CO2 vergroot.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of afkoeling als gevolg van vergroening van woestijnen een zodanig effect kan effect dat het – door verhoging van het absorptievermogen van CO2 – de temperatuurstijging tempert en daarmee het smelten van het poolijs vertraagt of misschien zelfs stopt?

Wij laten het bij deze vragen met betrekking tot te verwachten positieve neveneffecten.

Andere woestijnen

Naast de Sahara kunnen ook andere woestijnen worden ingezet zijn: de Grote Arabische woestijn (West Azië, 2.330.000 km2), de Gobi woestijn (Azië, 1.300.000 km2), de Kalahari woestijn (900.000 km2), de Grote Victoria woestijn (Australië, 647.000 km2). Door het spreiden van het aantal meren en aanvoerkanalen over ook andere delen van de wereld zijn er wellicht meer geschikte locaties te vinden met minder effecten op klimaat-gerelateerde zaken zoals bijvoorbeeld windstromen.

Wij gaan kortheidshalve voorbij aan oplossingen zoals het gebruik van gronden die gemakkelijk zeewater zouden kunnen absorberen, en de inzet verlaten mijnen en ondergrondse parkeergarages. Ook het gebruiken van bestaande meren die langzaam droog komen te liggen – het Aral meer en sommige meren in China en Afrika – laten wij nu buiten beschouwing. Het gaat in dit artikel uitsluitend om de vraag: kunnen we door middel van ruimte geven aan de oceanen de stijging van de zeespiegel wegwerken, ja of nee? Het antwoord is: ja, dat kan.

Meer CO2 en stikstof?

Het werk zal moeten geschieden met de inzet van machines die CO2 en stikstof produceren. En aldus bijdragen aan de opwarming van de aarde en de productie van fijnstof. Door dergelijke machines te laten werken op basis van zonne-energie – een nieuwe industrie – wordt dat voorkomen. Op die werkplekken is er zon genoeg.

Wat zijn belangrijke vragen over uitvoerbaarheid en mogelijke negatieve neveneffecten?

Nu komen de vragen in relatie tot de uitvoerbaarheid. Er moet ook een antwoord komen op mogelijke negatieve neveneffecten.

Stromingen, winden, planten en vissen

Het is vooralsnog niet bekend welke effecten een dergelijke grootschalige opening van een of meer woestijnen heeft op het vlak van zeestromen, passaatwinden, orkanen en het regelmatig terugkerend verschijnsel El Niño. Noch wat het effect kan zijn op het leven onder water: de planten en vissen.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een negatieve invloed heeft op stromingen en winden? En zo ja, welke?
Verzilting en grondwater

Ook is niet bekend wat de effecten zouden kunnen zijn van verzilting in de omgeving van het binnengestroomde oceaanwater. Noch het effect op het grondwaterpeil.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een negatieve invloed heeft op verzilting en het grondwater? En zo ja, welke?
Zand

Een ander onzeker element is de aard van het zand in, bijvoorbeeld, de Sahara. Dat is door eeuwenoude erosie rond geslepen en zakt in elkaar als je het opstapelt. Kanalen en meren graven is één ding, zorgen dat de wanden daarvan niet ineenzakken is iets anders. Er zullen dus speciale beschoeiingsvoorzieningen nodig zijn om de wanden intact te houden. Zoals bijvoorbeeld een uitvinding die het mogelijk maakt Saharazand te verwerken in beton. 

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee bijzondere problemen met zich meebrengt op het punt van het te verrichten graaf- en beschoeiingswerk. En zo ja, welke?
Zoet water

Met graven tot diepten van 200 tot 800 meter kan men stuiten op ondergrondse waterreservoirs. We weten niet hoe het zoute en zoete water zich dan gaat gedragen, met dien verstande dat wel bekend is dat zout water zwaarder is en naar de bodem gaat zakken. Maar als daadwerkelijk zoetwaterreservoirs worden aangeboord betekent dat verlies van het vereiste aantal kubieke meters woestijn dat weggegraven moet worden om de vereiste daling van de zee te realiseren. 

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe moet worden opgetreden als men bij het graafwerk stuit op zoetwaterreservoirs?
Eigendomsrechten en geopolitieke spanningen

Nog een onzeker aspect is de vraag of landen die eigenaar zijn van een (deel van een) woestijn bereid zijn om aan een dergelijk project mee te werken. We weten ook niet of de idee van een dergelijke operatie geopolitieke spanningen kan oproepen.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee onoverkomelijke juridische vraagstukken inzake eigendomsrechten en wellicht geopolitieke spanningen oproept? En zo ja, welke?
Mineralen

Een vraag die voortkomt uit de vorige heeft te maken met het feit dat in de bodem van woestijnen niet alleen zaad zit. Ook kostbare mineralen. Wie mag zich daarvan de eigenaar noemen?

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe moet worden omgegaan met de opbrengst van mineralen die bij het graafwerk tevoorschijn komen?
Verlies van leven

Wij weten niet wat het effect is voor het leven van mensen, planten en dieren die zich in die woestijnen bevinden als er een of meer watermassa’s worden aangelegd. Het behoud van de soms eeuwenoude cultuurhistorische waarde van (het leven in) woestijnen komt in een vergelijking te staan met de waarde van het leven en de leefbaarheid van – mogelijk – meer dan 500 miljoen mensen. Hier staan overheden voor dezelfde afwegingen als in de gevallen waarin dorpen moeten verdwijnen ten gunste van de aanleg van stuwmeren die elektriciteit moeten opwekken.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een zodanige negatieve invloed heeft op het leven van mensen, planten, dieren en op cultuurhistorische waarden dat men dit idee moet laten rusten?
Graafwerk

Zelfs als het graafwerk wordt gespreid over meerdere woestijnen gaat het om de aanleg van zeer omvangrijke gaten. De vraag die dan rijst is: wie kan dat aan? Canada beschikt over de beste mijnbouwers ter wereld. Die schrikken niet terug voor het graven van immens grote gaten. Maar natuurlijk zal de uitvoering van zulk werk een kwestie van samenwerking tussen mijnbouwers en daaraan gelieerde beroepen moeten zijn.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe de uitvoering van het graafwerk georganiseerd zou moeten worden?
Kosten

Wij weten niet wat een dergelijke ingrijpende operatie zal kosten. Er is weliswaar sprake van de mogelijkheid dat er een wereldwijde CO2 – heffing voor bedrijven komt, maar of dat doorgaat is niet bekend, noch wat dat zou kunnen opleveren voor de bekostiging van het geven van ruimte aan de zee zoals hier beschreven.

  • Wie kan antwoord geven op de vraag hoeveel een dergelijke operatie zal kosten en of dit betaald kan worden uit de opbrengsten van de CO2 – heffing voor bedrijven?

Wie zou dit moeten leiden?
Een dergelijke operatie zou geleid moeten worden door de instantie die het Klimaatakkoord van Parijs heeft gerealiseerd. In nauwe samenwerking met de Verenigde Naties en met de Europese Unie. Klopt deze veronderstelling? Zo ja, wie kan dit dan regelen? Zo nee, wie zou dan de leiding moeten hebben?

Oproep aan wetenschappers
Wij roepen wetenschappers die zich met dit onderwerp bezighouden op om informatie te leveren over de vragen die wij formuleerden.

Powered by WishList Member - Membership Software