Archive Monthly Archives: juni 2019

Rekening rijden en het leefbaarheidscynisme van de VVD

Leo Klinkers, 26 juni 2019

Het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (1989) verbond belangen van verkeer en vervoer met belangen van economie en milieu. Dat was een van de eerste keren dat de Tweede Kamer werd gevraagd om belangen van natuur en milieu mee te wegen in economisch gerichte besluitvorming. Speerpunt in dat op het milieu gerichte intersectorale beleid was de introductie van rekening rijden.

Dat was de grote verdienste van Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat. Om de milieudoelen te realiseren wenste ze onder meer het reiskostenforfait te handhaven. Maar de VVD verlangde van haar dat ze dat opgaf, op straffe van het opzeggen van vertrouwen in haar. Zij beantwoordde die domheid met kennis, inzicht en politieke moed en weigerde. Fractieleider Joris Voorhoeve liet haar vallen. Ed Nijpels, als minister van VROM belast met het milieubeheer, en als verantwoordelijke voor het Nationaal Milieu Beleidsplan direct belanghebbende bij vasthouden aan dat reiskostenforfait, steunde haar en moest toen ook vertrekken. Einde kabinet Lubbers II in mei 1989.

Na dertig jaren van leefbaarheidscynisme is de VVD dan eindelijk zover dat een vorm van prijsbeleid voor het autoverkeer bespreekbaar is. We kunnen natuurlijk zeggen: ‘Beter laat dan nooit’. Of: ‘Al is politieke onzin nog zo snel, wetenschap achterhaalt hem wel’.

Maar het zijn niet de vloed aan wetenschappelijk gefundeerde overwegingen van milieubelang die aan de omslag bij de VVD ten grondslag liggen. Opnieuw is het een geld-gedreven motief: door de groei van elektrisch rijden ontstaat er een tekort aan accijns opbrengsten. En daarmee een gat in de schatkist. Automobilisten moeten dat gaan vullen. Hoe cynisch kan politiek zijn?

Politiek: de baantjes en de poppetjes

Politiek gaat over het nemen van beslissingen die leiden tot maatschappelijke effecten. Daarom is politiek ook voor iedereen.

Lang niet iedereen ervaart dat zo. Te veel mensen moeten niks hebben van politiek. Dat vind ik zeer te betreuren. Omdat politiek voor iedereen is, zou politiek ook van iedereen moeten zijn.

Maar dat is dus niet zo. Kijk alleen al eens naar opkomstpercentages bij verkiezingen. Je stem uitbrengen bij verkiezingen is toch wel de meest laagdrempelige vorm van politieke participatie.

Bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement ging vorige maand in Nederland 41,2% van de kiesgerechtigden naar de stembus. Zo’n laag percentage is toch veelzeggend?

Maar nee, de verkiezing vijf jaar geleden liet een nog lagere opkomst van 37,3% zien. De opkomst was dit jaar dus hoger. Dan roepen we ‘hiep, hiep, hoera’ en gaan over tot de orde van de dag.

Er zijn nogal wat oorzaken aan te geven waarom mensen niet gaan stemmen en waarom sommigen wars zijn van politiek. Een van die oorzaken is dat men een hekel heeft aan machtsspelletjes en het gekissebis over de mooie baantjes en de poppetjes.

Wie zien een dergelijk toneelstuk ook nu weer in Europa: de verdeling van de belangrijke posten in de Europese Commissie. Mijn collega Leo Klinkers schreef er gisteren het volgende blog over:

Het machtsspel van Merkel, Macron en Rutte

Leo Klinkers, 22 Juni 2019

Volgens de media eindigde de Europese top van 20 juni 2019 over het benoemen van kandidaten ter opvolging van Donald Tusk en Jean Claude Juncker in een deadlock. Niets is minder waar. Althans gezien vanuit het perspectief van de drie hoofdrolspelers Angela Merkel, Emmanuel Macron en Mark Rutte. Ze spelen het machtsspel precies volgens de klassieke regels.

Regel 1: elimineer eerst de kandidaten die per se niet in aanmerking (mogen) komen. Dat is op 20 juni prima gelukt. De drie door het Europese Parlement geoormerkte Spitzenkandidaten zijn afgeserveerd. 

Regel 2: voer vervolgens in klein gezelschap beraad over de manier waarop de echte kandidaten – die allang bekend zijn – naar voren kunnen worden geschoven. Merkel, Macron en Rutte gaan op 28 en 29 juni naar de G20 in Japan en zullen daar, ver buiten de Brusselse schijnwerpers dat beraad gaan voeren. En tevens om enkele G20 hoofdrolspelers te polsen over benoeming van Rutte als voorzitter van de Europese Raad.

Regel 3: lanceer op de Brusselse top op 30 juni Mark Rutte als kandidaat voor de opvolging van Donald Tusk. De reden voor de benoeming van Rutte is het belang van Merkel, Macron en Rutte om het unanimiteitsbeginsel van besluitvorming in de Europese Raad in te ruilen voor besluitvorming bij meerderheid van stemmen om gemakkelijker te kunnen besluiten over het treffen van sancties aan bijvoorbeeld een land als Iran. Zie mijn artikel over Macron en Rutte

Regel 4: draag tegelijk – voor de opvolging van Juncker – een kandidaat van een klein land voor, bijvoorbeeld Griekenland. Als beloning voor de inspanningen om de financiële situatie in dat land weer op orde te brengen. Als de Nederlander Rutte voorzitter wordt van de Europese Raad kan een andere Nederlander, Frans Timmermans, niet voorzitter worden van de Europese Commissie. Op die manier wordt tevens voorkomen dat Timmermans een bedreiging voor de autocratische Europese Raad zou kunnen vormen door al te zeer het belang van democratische besluitvorming via het Europese Parlement te bepleiten. 

Ik ben benieuwd of de glazen bol van Leo zijn werk goed heeft gedaan.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Het machtsspel van Merkel, Macron en Rutte

Leo Klinkers, 22 Juni 2019

Volgens de media eindigde de Europese top van 20 juni 2019 over het benoemen van kandidaten ter opvolging van Donald Tusk en Jean Claude Juncker in een deadlock. Niets is minder waar. Althans gezien vanuit het perspectief van de drie hoofdrolspelers Angela Merkel, Emmanuel Macron en Mark Rutte. Ze spelen het machtsspel precies volgens de klassieke regels.

Regel 1: elimineer eerst de kandidaten die per se niet in aanmerking (mogen) komen. Dat is op 20 juni prima gelukt. De drie door het Europese Parlement geoormerkte Spitzenkandidaten zijn afgeserveerd. 

Regel 2: voer vervolgens in klein gezelschap beraad over de manier waarop de echte kandidaten – die allang bekend zijn – naar voren kunnen worden geschoven. Merkel, Macron en Rutte gaan op 28 en 29 juni naar de G20 in Japan en zullen daar, ver buiten de Brusselse schijnwerpers dat beraad gaan voeren. En tevens om enkele G20 hoofdrolspelers te polsen over benoeming van Rutte als voorzitter van de Europese Raad.

Regel 3: lanceer op de Brusselse top op 30 juni Mark Rutte als kandidaat voor de opvolging van Donald Tusk. De reden voor de benoeming van Rutte is het belang van Merkel, Macron en Rutte om het unanimiteitsbeginsel van besluitvorming in de Europese Raad in te ruilen voor besluitvorming bij meerderheid van stemmen om gemakkelijker te kunnen besluiten over het treffen van sancties aan bijvoorbeeld een land als Iran. Zie mijn artikel over Macron en Rutte.

Regel 4: draag tegelijk – voor de opvolging van Juncker – een kandidaat van een klein land voor, bijvoorbeeld Griekenland. Als beloning voor de inspanningen om de financiële situatie in dat land weer op orde te brengen. Als de Nederlander Rutte voorzitter wordt van de Europese Raad kan een andere Nederlander, Frans Timmermans, niet voorzitter worden van de Europese Commissie. Op die manier wordt tevens voorkomen dat Timmermans een bedreiging voor de autocratische Europese Raad zou kunnen vormen door al te zeer het belang van democratische besluitvorming via het Europese Parlement te bepleiten. 

Deugdenethiek en politieke functies

Dinsdag 18 juni wordt de Duitse filosoof en socioloog Jürgen Habermas 90 jaar. 

Ik noem dit heuglijke feit, omdat zijn theorie van het communicatieve handelen een belangrijk fundament van mijn boek vormt.

Een andere filosoof die ik in mijn boek ten tonele voer is Aristoteles. Voornamelijk vanwege diens deugdenethiek. Ik vind deze ethiek van belang in verband met het volgende. De kwaliteit van het openbaar bestuur wordt in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de mensen die er actief zijn. Van ambtenaren wordt reglementair verwacht dat ze ‘geschikt en bekwaam’ zijn. Maar welke eisen stellen we aan politieke ambtsdragers? Geen, helemaal geen.

Mogen we überhaupt eisen stellen aan mensen in politieke functies? Artikel 3 van de Grondwet bepaalt dat alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn in openbare dienst. Gelet op de rechtsgeschiedenis denk ik overigens dat die ruimte er zeker is.

Ook nu gebruik ik het formatieproces na de provinciale statenverkiezingen in Limburg als voorbeeldcasus. Vanwege de keus om te werken met een extraparlementair college lag het voor de hand om de leden van Gedeputeerde Staten buiten de gebruikelijke politieke kanalen om te werven. 

Dat heeft men ook geprobeerd door een functieprofiel op te stellen waarbij het niet in de eerste plaats ging om de politieke kleur maar om de volgende selectiecriteria: ‘(…) én draagvlak, én bestuurlijke en/of inhoudelijke expertise én geschiktheid.’ 

Gelet op de samenstelling van het voor te dragen college is men bepaald niet in de opzet geslaagd. Het bestuur is op en top politiek samengesteld. Dat is jammer, een gemiste kans, want de gedachte was niet verkeerd.

Om te beginnen discrimineren de gestelde functie-eisen op geen enkele wijze. Maar hoe zou het dan wel kunnen? Als je politieke ambtsdragers wilt selecteren, welke criteria hanteer je dan? 

Ik vind hoe dan ook dat de eisen die je moet stellen aan politieke functies zwaarder behoren te zijn dan die van een ambtenaar. Het gaat om meer dan alleen geschiktheid (kennis) en bekwaamheid (kunde).

Dan kom ik met Aristoteles op de proppen. Volgens hem kennen we de volgende kardinale deugden: 

Wijsheid, Rechtvaardigheid, Zelfbeheersing/Matigheid en Moed. 

Met betrekking tot het begrip ‘wijsheid’ maakt hij nog het onderscheid tussen praktische wijsheid (phronèsis), deze wijsheid is nodig voor ethiek, om datgene te doen wat goed is en theoretische wijsheid (sophia), om te kunnen bepalen wat waar is.

Ik werk dit in mijn Boek SamenWereld verder uit.

Maar wat vind jij? Zouden de genoemde deugden mooie selectiecriteria kunnen zijn voor politieke functies? En hoe zou jij deze deugden willen duiden?

Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

P.S. Zoals eerder aangekondigd organiseer ik op woensdagmiddag 26 juni een bijeenkomst in Roermond om belangstellenden bij te praten over mijn boek, maar ook om een aantal thema’s gezamenlijk te doorgronden. Vanwege een paar afmeldingen, heb ik nog een paar plekken beschikbaar. Interesse? Laat het me snel weten.

Coalitievorming in Limburg: van vreugde naar verdriet

Een aantal weken geleden heb ik een dubbele boodschap afgegeven over de coalitiebesprekingen in de provincie Limburg. Ik was enerzijds blij met de keuze voor een coalitieloos bestuur en anderzijds was ik bevreesd voor de daadwerkelijke invulling daarvan vanwege het ontbreken van een duidelijke democratische en rechtsstatelijke visie achter deze gedachte.

Nu de formatie is afgerond – behoudens goedkeuring door provinciale staten – kom ik er even op terug. Inmiddels is een ploeg van gedeputeerden samengesteld van 5 personen die kunnen rekenen op een achterban in de staten en 2 gedeputeerden die niet op steun van hun politieke vrienden kunnen rekenen.

Hoe kijk ik hier tegenaan? Let wel, niet bekeken door een politieke, maar door een bestuurskundige bril.

Ik herhaal mijn pleidooi om altijd en overal de kracht van het parlement te versterken. Dat kan op diverse manieren. Ik noem er twee.

  1. Zorg ervoor dat het parlement als één orgaan optreedt en niet is verdeeld in een coalitie en oppositie. 
  2. Maak met de samenleving een samenlevingsakkoord dat als basis dient voor vier jaar politieke besluitvorming en bestuurlijk handelen.

In Limburg zal de komende jaren de verdeeldheid vanwege het coalitieproces en de samenstelling van het college in het parlement groter zijn dan ooit. 

Er is gekozen voor een extraparlementair college. Dat wil zoveel zeggen dat het college een akkoord schrijft en op basis daarvan zijn werk gaat doen. In de trits samenlevingsakkoord – parlementair akkoord – extraparlementair akkoord staat deze laatste het verst van de samenleving.

Nu luidt de gedachte dat het provinciale parlement in deze constructie alle ruimte heeft om eigen afwegingen te maken. Laten we wel wezen. Het college kan rekenen op een meerderheid van 60% in het parlement. De gedachte dat de eigen afweging ooit zal leiden tot een van het college afwijkend standpunt is nagenoeg nihil.

Met andere woorden, je kunt de facto niet spreken van een coalitieloos parlement.

Daarvoor zou een cultuurverandering noodzakelijk zijn. Ik hoef je niet uit te leggen hoe ingewikkeld veranderingsprocessen zijn en hoeveel tijd ze in beslag nemen. 

Alles bij elkaar komt het erop neer dat de macht van het bestuur is toegenomen ten koste van de volksvertegenwoordiging en daarmee dus ook van de samenleving.

Kortom, de gereserveerde vreugde van een aantal weken geleden heeft plaatsgemaakt voor verdriet.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Het vertrek van Özdil, een echte volksvertegenwoordiger armer

Het meest opmerkelijke nieuwsfeit deze week was het vertrek van GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil. Je zult het vast wel hebben meegekregen dat Özdil buiten de fractieregels om in een interview met Dagblad Trouw het leenstelsel ter discussie stelde: ‘Het is een verrot systeem’.

Een en ander heeft ertoe geleid dat Özdil de fractie heeft verlaten. Ik weet niet of er nog andere zaken een rol hebben gespeeld bij zijn vertrek. Dat laat ik even terzijde, evenals het moddergooien achteraf.

Waar het mij om gaat is dat een Kamerlid die volksvertegenwoordiger is als belangrijkste taak heeft om zijn oor te luister te leggen bij de burgers (dat is overigens wat anders dan je oren naar het volk laten hangen).

Özdil heeft zich prima van die taak gekweten en het signaal over de bezwaren tegen het leenstelsel serieus genomen. De jongerenafdeling van GroenLinks ‘Dwars’ pleit al langer voor de herinvoering van de basisbeurs. 

Wat hem verweten wordt is dat hij niet netjes de fractieregels heeft gevolgd. Aan de ene kant snap ik dat wel, anders wordt het een zooitje. Aan de andere kant, als hij de normale weg zou hebben bewandeld dan was hij ongetwijfeld tegen de blokkade ‘Klaver’ aangelopen en dan was het partijstandpunt niet veranderd. Özdil moest dus wel en had er gelukkig de moed voor.

Inhoudelijk had Özdil – bekeken door een GroenLinks-bril – gelijk. Dat blijkt wel uit het feit dat de partij het eerder door Klaver gefabriceerde politieke compromis over het leenstelsel heeft losgelaten.

Wat is nu belangrijker: de fractiediscipline steunend op macht of de inhoudelijke koers rustend op de wens van de samenleving? Özdil vond dat laatste. Niet voor niks heeft hij zijn zetel ingeleverd en niet gekozen voor de macht door zijn zetel te blijven bezetten.

Ik heb het al vaker geschreven. Het hart van de democratie is de volksvertegenwoordiging, maar dan moet dat hart wel kloppen. Dat kan alleen als je beschikt over zuurstof. Zuurstof die alleen binnen kan komen als je de ramen van de overheidsgebouwen openzet.

Daarnaast heb je ruimte nodig om de zuurstof in te kunnen ademen. Als er een politieke partij is waar ik van had verwacht dat ze die ruimte aan individuele Kamerleden zou bieden dan is het wel GroenLinks. 

Met regelmaat hoor ik mensen roepen: ‘De politiek is één pot nat’. Zouden zij dan toch gelijk hebben …?

Hoe dan ook zullen politieke partijen binnen ons democratisch bestel uit een heel andere rol moeten gaan spelen. Ik kom in mijn boek SamenWereld met een aantal suggesties.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Powered by WishList Member - Membership Software