Archive Monthly Archives: maart 2019

Nieuwjaarsrede 2017

Deze Blog – geschreven door Leo Klinkers – is eerder verschenen bij Sterk Leren Academy en is hier herhaald vanwege de politieke aardverschuiving die heeft plaatsgevonden op 20 maart 2019 bij de verkiezingen voor Provinciale Staten. Deze Blog verwoordt een door een politiek leider uit de Tweede Kamer geschreven nieuwjaarsrede, die hij abusievelijk in de trein had laten liggen.

Met gemengde gevoelens nam ik afscheid van 2016. Met zorg verwelkom ik 2017. De redenen laten zich samenvatten in het gevoel dat wij als Tweede Kamer in de afgelopen jaar hebben gefaald, en de vrees dat dit nu weer gaat gebeuren.

De onrust en onvrede in ons land hebben ongekende proporties aangenomen. Zouden wij niet moeten vaststellen dat wij als vertegenwoordigers van het volk niet langer geloofwaardig zijn? Meer dan ooit in de aanloop naar verkiezingen melden zich nieuwe partijen. Vooral als protest. Moeten we dit niet zien als een signaal dat kennelijk delen van ons volk zich niet langer vertegenwoordigd voelen? Natuurlijk mengen sommigen zich in de verkiezingsstrijd om zichzelf een plezier te doen met een goed salaris en wachtgeld na afloop. Maar kunnen wij ontkennen dat anderen met een nieuwe partij komen omdat wij er niet langer in slagen het hele volk te vertegenwoordigen?

Hoe komt dit toch? Zijn wij in de afgelopen tien-twintig jaar dom geweest? Of misschien laf? Of beide? Is op ons van toepassing de uitspraak van Jean-Claude Juncker, de huidige voorzitter van de Europese Commissie, toen hij in 2011 nog voorzitter was van Ecofin, de groep van Ministers van Financiën van de EU, een post die nu bekleed wordt door Jeroen Dijsselbloem. Juncker zei een keer: “Wij politici weten precies wat we zouden moeten doen, maar als we dat zouden doen zouden we de eerstvolgende verkiezingen verliezen.”

Wat is dit? Maken ook wij ons in de Tweede Kamer hier schuldig aan?

Hebben wij niet in de gaten – of willen we niet zien – dat we met onstuitbaar nieuwe regelgeving en beleid bezig zijn ons land kapot te bureaucratiseren? Laten we vooral niet zeggen dat de breed gedragen onrust over ons zorgstelsel iets nieuws is. De eerste signalen dat we bezig waren de eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg te verstikken onder formulieren, spreadsheets, controles en andere uit de hand gelopen managementinstrumenten dateren al van voor 2000. Om het enkele jaren later nog erger te maken door een systeem van solidariteit te mengen met marktwerking. Dat is hetzelfde als een eekhoorn los laten in een volière. Wij dachten dat het goed zou gaan. Niet dus.

Die bureaucratiserende verstikking geldt ook voor het onderwijs. Wij stampen het basisonderwijs steeds verder vol met opdrachten waar ze met geen mogelijkheid aan kunnen voldoen. En terwijl de leerkrachten naar adem happen gooien we de zoveelste programmatische wijzigingen over ze heen.

Wat is er over van de slagkracht van onze politie? Wij gingen mee met de idee van nationale politie, maar we zien weer het bewijs dat centralisatie zelden of nooit méér effectiviteit en efficiency oplevert. Integendeel. Ook díe basisvoorziening rijten we in stukken met ondoordachte besluitvorming. En als dan jaren later een parlementaire enquête weer uitwijst dat we dom en vaak ook laf hebben zitten doen, dan sluiten we zo’n zaak af met de dooddoener ‘lessen voor de toekomst’.

Meer verdrietige effecten van ons werk ga ik niet opsommen. Het gaat om de vraag: zijn we als politieke partijen voldoende intelligent om tijdig in te zien welke besluiten we wel en niet moeten nemen? En als we eindelijk doorhebben dat we een fout maakten, hebben we dan voldoende moed om die te corrigeren?

Ik vrees dat we beide vragen ontkennend moeten beantwoorden. Onze Tweede Kamer zit weliswaar vol met deskundige personen, maar dat zijn bijna allemaal specialisten op één beleidsterrein. De een heeft verstand van onderwijs, de ander van defensie, weer een ander kun je aanspreken op gezondheidszorg en een vierde weet veel van kunst. In sommige beleidssectoren hebben die goed werk verricht. Maar de optelsom van al die deskundigheden levert kennelijk geen Tweede Kamer op die met gezag zodanig werkt dat het volk zich goed vertegenwoordigd voelt. Is dat dan ook de reden dat leden van de Kamer voortijdig het ambt verlaten? Of was het lidmaatschap van de Kamer niet bedoeld om het volk te vertegenwoordigen, maar als springplank naar een betere baan?

Ons kennelijk onvermogen om het hele volk te vertegenwoordigen stimuleert sommigen om het dan zelf maar eens te gaan proberen. Ik geef ze geen ongelijk. Welke motieven ze ook hebben, en welke middelen ze ook gebruiken om kiezers achter zich te krijgen, per saldo hebben wij dit als politiek systeem allemaal zelf doen ontstaan. Trots op het eigen land is omgeslagen in benepen nationalisme, krachtige vrije meningsuiting verworden tot onnozel populisme, kritisch denken verdwaald in beledigen en haat zaaien, constructief opbouwen verkruimeld tot kunstmatig vijanden creëren, correcte feiten en argumenten verruild voor bedwelmende drogredenen, de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten bedreigd door arrogante schending van de Grondwet. Dit alles is niet met de noordenwind het land komen binnen waaien. Noch met vluchtelingenstromen vanuit het zuiden fort Europa binnen getrokken. Wij hebben het zelf laten gebeuren.

Wij hebben zitten slapen, zeuren en ruzie maken. Wij hebben jarenlang gedacht dat als we voldoende leden in onze partijen hadden, dat we dan bezig waren het hele volk te vertegenwoordigen. Maar in plaats daarvan creëerden we een particratie, een kleine groep van zo’n 300.000 Nederlanders die onderling zo’n 80% van de topfuncties in de politiek, het bestuur, de adviesorganen, de wetenschap en het bedrijfsleven verdelen. En daarmee sloten we duizenden niet-partijgebonden landgenoten uit om dergelijke functies te vervullen. Kunnen wij, leiders van politieke partijen, met droge ogen volhouden dat artikel 3 van de Grondwet, namelijk ‘Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar’ daadwerkelijk in de praktijk door ons wordt toegepast? Zouden we niet beter erkennen dat dit flauwekul is? Hebben wij die functies niet gereserveerd voor ons zelf en voor onze partijgenoten? Is het dan raar dat bekwame, niet aan een partij verbonden personen, zich afkeren van ons politieke systeem en zich laten verleiden toe te treden tot groepen die de zogeheten gevestigde politiek haten, maar intussen zich zelf proberen te nestelen in de gaten die wij hebben laten vallen?

De geschiedenis heeft al vele malen laten zien wat er gebeurt met een elite die door coöptatie vanzelf steeds kleiner wordt. We zien dat in onze eigen partijen. Het aantal leden vermindert. Onze zelf gecreëerde particratie verwordt tot een oligarchie en daarna is het een kwestie van een vlam in de pan die de oligarchie laat omslaan in een ochlocratie, de heerschappij van het gepeupel. Zijn we blind? Zijn we doof? Hebben we slecht onderwijs genoten? Of hebben we gewoon niet goed opgelet toen de leraren maatschappijleer ons vertelden hoe democratie kan gaan verkeren in haar tegendeel als je niet op tijd de bakens verzet, vernieuwingen doorvoert en achterlijkheid inruilt voor kennis?

Kennelijk hebben we inderdaad niet goed opgelet. Wij hebben zelf onze geloofwaardigheid ontregeld met ongeremde reeksen zinloze vragen, moties en spoeddebatten. Wij laten bewindslieden naar de Kamer komen voor niks en niemandal. Nee, dat is niet waar. We laten ze komen om naar ons zelf te lúísteren, in de hoop dat een tv-camera net dat ene moment oppikt, zodat we bij het journaal ook nog een keer naar ons zelf kunnen kíjken. Is onze Tweede Kamer een podium voor ijdeltuiten of is het die ene, unieke plek waar slechts één criterium mag gelden, namelijk het onvermoeibaar en rusteloos leveren van politieke topkwaliteit? Is het niet voor dit ene criterium dat het volk een deel van zijn soevereiniteit heeft afgestaan – en daar nota bene ook nog zelf voor betaalt?

Wij hebben boven alles onze Tweede Kamer laten departementaliseren. We staan met het gezicht naar de beleidsagenda’s van de ministeries en met de rug naar het volk. Wij kunnen voor de tv-camera’s prima uitleggen waarom wij het anders zouden doen als wij minister zouden zijn, maar als voltallige Tweede Kamer zijn wij niet langer in staat om ons prachtige veelkleurige volk, met zijn brede waaier van identiteiten, gevoelens, gedachten, wensen, durf, werkkracht, creativiteit en vindingrijkheid op een zodanige manier te bedienen dat het zich vertegenwoordigd voelt. Wij kregen een deel van die soevereiniteit van het volk om er iets goeds mee te doen. Maar we hebben gefaald. Het volk vertrouwt ons niet meer.

Met de komst van het regeerakkoord – jaren geleden – verloren we onze parlementaire democratie. Wij als Tweede Kamer waren vanaf dat moment niet langer de baas in ons eigen huis. De regering was de baas. En wij konden net zo goed vier jaar naar huis gaan. Behalve als we bereid waren een regering naar huis te sturen. Maar dat doen we liever niet wegens de hoge prijs die we dan meestal moeten betalen.

En laten we nu ook maar vaststellen dat we ook de representatieve democratie kwijt zijn. Het volk voelt zich niet langer vertegenwoordigd door ons. Nota bene onze eerste taak: het volk vertegenwoordigen. We weten niet meer wat dat is. We zullen dat opnieuw moeten uitvinden.

Een enkele keer kon ons land zien dat we er als Tweede Kamer zijn voor het hele volk. Namelijk toen het kabinet voor bepaalde besluiten geen meerderheid in de Eerste Kamer zou kunnen krijgen. Toen hebben enkele oppositiepartijen getoond dat een regeerakkoord een onding is dat we zo snel mogelijk moeten afschaffen, en dat wij best wel in staat zijn om in overleg dat te doen waarvoor we zijn gekozen, namelijk het politieke ambt vervullen voor het hele land, in plaats van een kabinet op zijn gezicht te laten vallen, omdat het óns kabinet niet is. Toen vertegenwoordigden wij het volk. Wij deden concessies, wij sloten compromissen in het algemeen belang. Die ene keer. Maar dat weegt bij lange na niet op tegen de bedenkingen over ons reguliere functioneren, observaties die ons van vele kanten bereiken, maar waar we kennelijk niet ontvankelijk voor zijn.

Hoelang nog kunnen we dit volhouden? Hoelang nog kunnen we de directe en indirecte kritiek van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman op ons functioneren blijven negeren? Nou, die vraag laat zich gemakkelijk beantwoorden. Zolang die drie Hoge Colleges van Staat worden gevuld met zorgvuldig geselecteerde partijgenoten, met extreme aandacht voor het bewaren van een benoembaarheidsbalans tussen de partijen onderling, glijdt die kritiek van ons af zoals water van een zeeleeuw.

Wij veroorloven ons om jaar na jaar de tienduizenden professionals die ons land overeind houden lastig te vallen met nieuwe regels, nieuwe structuren, nieuwe procedures. We maken hun werk onuitvoerbaar. En als zij terecht op hun voorhoofd wijzen blijven wij zelf angstvallig buiten schot. Zodra iemand met een vinger naar ons wijst en zegt “Zouden jullie niet eens een keer zelf vernieuwen” dan schreeuwen we moord en brand. Hoelang nog steken we onze kop in het zand? Wanneer houden we eens op om de Eerste Kamer de schuld te geven van onbestuurbaarheid omdat die Kamer het nuttig en nodig vond de bedenkelijke kwaliteit van sommige wetsproducten af te wijzen? Wanneer arriveert het begrip ‘vernieuwing’, wat zeg ik: ‘grondige vernieuwing’ in onze Tweede Kamer?

Organisaties die zich niet aanpassen aan veranderende omstandigheden gaan ten onder. Voordat het doek valt gaan ze eerst door een identiteitscrisis. Welnu, daar zitten wij als Tweede Kamer middenin. Wij hebben geen psychiater nodig om vast te stellen dat ons politieke systeem tot aan zijn nek in een identiteitscrisis verkeert. En dat onze politieke levenscyclus klinisch dood is. Maar hoelang nog stellen we het uit om dit toe te geven? Wij hebben ons vele tientallen jaren niet aangepast aan de ingrijpende veranderingen binnen ons volk. Noch aan de voortgaande veranderingen om ons heen, in Europa en in de wereld. Wie zich niet tijdig aanpast blijft achter – wordt gaandeweg achterlijk – en sterft tenslotte af. Willen we dat? Nou, ik niet.

Na de watersnoodramp van februari 1953 hebben we de wereld laten zien wat een Deltaplan is. En ondanks dat indrukwekkende verdedigingswerk tegen het water vonden wij het enkele jaren geleden toch vanzelfsprekend om een Deltacommissaris te laten benoemen. Een persoon die met bijzondere volmachten ons land aan de binnen- en aan de buitenkant nog beter moet beschermen tegen nieuwe watersnoodrampen nu de verandering van het klimaat de zeespiegel doet stijgen. Zou het niet tijd worden nog een paar andere Commissarissen te benoemen? Wij hebben inmiddels bewezen dat we niet uit ons zelf kunnen vernieuwen. Dus moet iemand ons maar eens de weg wijzen.

Laat mij een stuk of drie, dringend aan te stellen Commissarissen noemen.

Om te beginnen eentje die de relatie tussen parlement en regering grondig vernieuwt. Geen staatscommissie vol met partijgebonden leden die elkaar enkele jaren bezighouden met argumenten waarom er vooral niets moet gebeuren, maar iemand die met het gezag van kennis en diplomatie het parlement weer op de weg brengt van zijn allereerste taak en verantwoordelijkheid, namelijk het vertegenwoordigen van het volk. En daarmee de regering weer in het spoor brengt van de eerste taak en verantwoordelijkheid van een regering, namelijk uitvoeren wat het parlement in de uitoefening van het politieke ambt heeft besloten. Niet omgekeerd, zoals nu het geval is: nu beslist de regering en wij als Kamer moeten het verzegelen met regels, waarvan later vaak blijkt dat we iets doms hebben gedaan.

Enkele belangrijke rapporten over het disfunctioneren van de Tweede Kamer – van de Nationale Conventie in 2006 en van een Kamercommissie in 2009 – hebben wij handig laten wegmoffelen. Blij dat de politieke journalisten die rapporten behandelden als voorbijgaand nieuws in plaats van ons maandenlang te bestoken met diepgaande analyses van ons disfunctioneren. Die rapporten moeten weer op tafel komen, als samenstellende bestanddelen van de basis voor een grondige heruitvinding van wat onze eerste taak is: het vertegenwoordigen van het volk.

Er is een tweede Commissaris nodig, eentje voor de gemeenten. Ons volk leeft in gemeenten. Daar speelt zich het leven af. Wonen, werken, leren, recreëren, uitgaan, relaties onderhouden, zorg verlenen, geboren worden en sterven. De afgelopen jaren hebben we de gemeenten opgezadeld met nieuwe opdrachten zonder ze eerst zodanig te vernieuwen dat ze die opdrachten ook aan zouden kunnen. Of we het nu hebben over de nieuwe zorgtaken, over de invulling van een participatiesamenleving, over daling van de omvang van de bevolking aan de randen van het land waardoor daar de leefbaarheid in het gedrang komt, over het volstromen van de grote gemeenten waardoor ook daar leefbaarheidsproblemen ontstaan, aan alles kunnen we merken dat een deel van de ongeveer 390 gemeenten piept en kraakt onder de druk van verantwoordelijkheden die niet worden gesteund door adequate bevoegdheden en financiële middelen.

Wij hebben vele jaren geleden ervoor gekozen om de gemeentelijke herindelingen te laten gebeuren als een proces van de gemeenten zelf. Elk jaar wordt het aantal kleiner omdat steeds meer gemeenten inzien dat de tijden zijn veranderd. De moderne Nederlander verlangt terecht een voorzieningenniveau dat niet meer door de kleine gemeenten kan worden geleverd. En dus creëren ze langzaam maar zeker grotere bestuurlijke gebieden. En dat die grotere gebieden perfect bestuurbaar zijn tonen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Maar het is inmiddels ook duidelijk dat dit proces van herindeling veel te langzaam gaat. Het moment is aangebroken dat we een Commissaris nodig hebben om knopen door te hakken. Om drie knopen te noemen. Ten eerste. Vervang de ongeveer 390 gemeenten door 40 zogeheten Coropgemeenten. Coropgebieden zijn planregio’s die al vele jaren bestaan en die uitstekend als gemeente voor een samenhangend bestuur kunnen zorgen. Ten tweede. Zoveel als mogelijk moeten verantwoordelijkheden en bevoegdheden, inclusief financiën worden overgeheveld naar die 40 Coropgemeenten. Die moeten rijk worden, rijk met bevoegdheden en rijk met geld. Ten derde. De provincies zijn allang over hun houdbaarheidsdatum heen. Schaf ze allemaal af. Hevel hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden, inclusief al hun middelen – personeel, geld, gebouwen, computers et cetera – over naar die 40 Coropgemeenten.

Bespaar u de moeite. Ik ken alle uitvluchten, smoesjes en drogredenen die de afgelopen dertig jaar een dergelijke vernieuwing hebben kunnen tegenhouden. Ik ken ook de op zichzelf goed geformuleerde argumenten tégen een dergelijke ingreep. Maar het gaat om dat ene argument waarom we hier niet langer mee kunnen wachten, namelijk omdat we onze vermolmde drielagenstructuur moeten vernieuwen sinds boven ons land de nieuwe politieke en bestuurlijke laag van het gezamenlijke Europa is ontstaan. Wij moeten ons eindelijk eens aanpassen aan deze nieuwe politieke orde.

En dat brengt me bij een derde Commissaris die we dringend nodig hebben. Eentje om ons te helpen ons land krachtig te positioneren binnen de voorspelbare komst van een federaal Europa. Als er één onderwerp is waarover menig collega-politicus onzin verkondigt – sterker nog, als valse profeten het volk onjuist voorlichten door te zeggen dat een federatie een superstaat is – dan is het wel de noodzaak om het huidige verkeerde besturingssysteem van de Europese Unie te verruilen voor een Europese Federatie.

Ik ga dat hier niet verder uitleggen. Alleen deze paar zinnen wil ik nu kwijt. In het huidige intergouvernementele besturingssysteem van de Europese Unie zijn alle lidstaten hun oorspronkelijke Westfaalse soevereiniteit kwijtgeraakt. Als we die terug willen hebben kan dat alleen in een federatie, omdat in een federatie de lidstatelijke politieke identiteit, cultuur, taal en structuren gegarandeerd blijven. Collega’s die mij hierin willen tegen spreken zijn gewaarschuwd: zorg dat u uw dossier kent, anders confronteer ik u met uw begripsmatige onwetendheid. En met uw schuldige nalatigheid om het volk met correcte feiten en argumenten het nut en de noodzaak van een Europese Federatie uit te leggen.

Het intergouvernementele besturingssysteem van de Europese Unie heeft het einde van zijn levenscyclus bereikt. Het voorspelbaar uiteenvallen van de Europese Unie zal onder meer tot gevolg hebben dat een kleine groep landen eindelijk doet wat al enkele eeuwen, en vanaf 1945 met het gezag van feiten en argumenten is bepleit, namelijk Europees federaliseren. Om zodoende aan te sluiten bij de 40% van de wereldbevolking die nu al in zo’n 28 federaties leeft. De enige staatsvorm die het mogelijk maakt om landen en volkeren met verschillende politieke systemen, verschillende culturen, verschillende talen en identiteiten – en met behoud van hun eigen soevereiniteit – met elkaar te laten samenwerken en samen wonen. Die boot mag Nederland niet missen.

U begrijpt dat ik gereed ben om mij met iedereen te meten die over deze gedachten de strijd wil aan gaan. Ik heb genoeg van de oorkleppen en blinddoeken waarmee wij ons afschermen voor elke vorm van kritiek op ons functioneren. En ik heb ook genoeg van de onwil en onkunde van onze Tweede Kamer om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Het vertegenwoordigen van het volk is onze zaak, onze taak, onze verantwoordelijkheid. En nu wij daarin tekortschieten moeten we eerst aan ons zelf werken.

Terug naar die drie Commissarissen. Die zijn niet van de regering maar van ons. We zouden ze dus Kamercommissarissen kunnen noemen, of Volkscommissarissen. Maar die woorden liggen niet lekker. Bovendien wil ik – los van mogelijke staatsrechtelijke bezwaren tegen de introductie van personen van buiten de Tweede Kamer – om principiële redenen die Commissarissen in eigen huis hebben en houden. Dit zal de test zijn: kunnen we ons zelf vernieuwen? Dus kunnen wij ons zelf – zoals Tjeenk Willink ooit van ons verlangde – als Baron van Münchhausen aan onze eigen haren uit het moeras trekken? Ja? Dan hervinden we de inhoud van onze eerste en belangrijkste taak, het vertegenwoordigen van het volk. Nee? Dan wacht ons een duistere periode van populistisch en nationalistisch despotisme.

Mijn idee is dat de drie genoemde vernieuwingsprocessen plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van de Voorzitter van de Tweede Kamer. Die functionaris bewaakt de orde. En wie de orde bewaakt, die bewaakt alles.

De Voorzitter moet  zich tot dat doel laten bijstaan door drie Commissarissen uit en door de Kamer benoemd, voorzien van alle middelen die de Voorzitter en deze drie Commissarissen nodig achten en met de opdracht om radicaal te vernieuwen. Dit werk gaat voor alles. Al het andere Kamerwerk is secundair, totdat deze drie vernieuwingsprocessen zodanig op gang zijn gebracht dat ze niet meer kunnen terugvallen in de toestand van nu.

Ik sluit af met de mededeling dat ik het initiatief neem om de ‘Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal’ te doen aanpassen. Artikel 2 van die wet regelt de eed of belofte die wij afleggen bij het aanvaarden van ons ambt als Kamerlid. Daarmee zweren of beloven wij onder meer trouw aan de Koning, aan het Statuut en aan de Grondwet. Dat is niet genoeg. Wij moeten boven alles trouw zweren, of beloven, aan het volk. Dat staat ten onrechte niet in dat artikel 2. Hoe kunnen wij het volk vertegenwoordigen als de eed of belofte van trouw aan het volk ontbreekt?

In de komende weken zal ik proberen voor deze manier van denken en handelen een politiek akkoord te verwerven. Met het doel om onmiddellijk na installatie van de nieuwe Tweede Kamer de Voorzitter en haar drie Commissarissen aan het werk te zetten.

Met dit alles kan Nederland weer doen waar het altijd goed in is geweest: voorop lopen, een avant garde positie innemen, nieuwe horizonten opzoeken, grenzen verleggen, en zelf de juiste richting geven aan het onvermijdelijke proces dat alles voorbijgaat.

De politieke aardverschuiving voorspeld

Ik onderbreek even de serie over het Grote Fouten Boek in verband met de politieke aardverschuiving die deze week plaatsvond bij de verkiezingen voor Provinciale Staten.

Dan heb ik het natuurlijk over de onwaarschijnlijke winst van Forum voor Democratie. 

De vraag luidt: ‘Hoe is zoiets in vredesnaam mogelijk?’ Bij het nadenken over het antwoord herinnerde ik me een blog van mijn collega Leo Klinkers van enkele jaren geleden. Hij had de blog geschreven in de vorm van een nieuwjaarsrede van een politiek leider uit de Tweede Kamer. 

Deze nieuwjaarsrede had ‘de schrijver’ per ongeluk in de trein laten liggen en wij hadden die gevonden. Zo hebben we dit op de social media gepost. We kregen veel lovende en leuke reacties; ook van mensen die echt geloofden dat we dit hadden gevonden.

Maar goed, waar het echt om gaat is de inhoud van deze nieuwjaarsrede. Meer in het bijzonder de voorspellende waarde in relatie tot de genoemde veranderde politieke werkelijkheid.

Een zin uit de rede: 

‘Zijn we blind? Zijn we doof? Hebben we slecht onderwijs genoten? Of hebben we gewoon niet goed opgelet toen de leraren maatschappijleer ons vertelden hoe democratie kan gaan verkeren in haar tegendeel als je niet op tijd de bakens verzet, vernieuwingen doorvoert en achterlijkheid inruilt voor kennis?’

De volledige nieuwjaarsrede kun je hier lezen (en huiver).

Reacties zijn van harte welkom. Ik zal ze met Klinkers delen.

Peter Hovens
Coöperatie Samenwereld

Blog 18 – Het Grote Fouten Boek: Aansturen van professionals

Welke fout uit het Grote Fouten Boek wordt er gemaakt?

Deze week wil ik het hebben over de Grote Fout: het aansturen van professionals.

Dit is denk ik een voor iedereen heel herkenbare fout. En je vindt hem in alle sectoren van de maatschappij.

Waarom is het fout? 
Professionals zijn niet voor niets professionals. Het woord zegt het al: vakmensen. Dat zijn lui die ergens verstand van hebben. Dan is het vooral verstandig om hen hun vak te laten uitoefenen. Alles wat hen belet om het werk naar behoren uit te voeren werkt contraproductief. 

Dat aansturen gebeurt doorgaans door managers, die op een andere manier naar de werkelijkheid kijken, meestal door kosten gedreven. Een oorzaak hiervan is dat de door de professional geleverde kwaliteit niet altijd meetbaar is. Als je als leidinggevende de onbedwingbare behoefte hebt om ‘de zaak in de klauwen te houden’, dan zoek je naar andere meetgegevens. En zo dek je je ook in richting de hogere legerleiding.

Deze manier van handelen zit niet alleen in de betreffende personen, maar is inherent aan de bestuurscultuur.

Het komt voort uit een Angelsaksische – geld gedreven – manier van denken. Ik heb trouwens de indruk dat het Rijnlands (waarde gedreven) denken steeds meer terrein wint, maar dat terzijde.

Het aansturen van professionals gebeurt trouwens niet alleen door managers die inhoudelijk geen verstand van zaken hebben. Ook inhoudelijk ervaren mensen, die zijn opgeschaald naar het niveau van leidinggevende, en zich dan overal mee bemoeien, vormen een probleem. Want ze weten het altijd beter.

Welke ernstige consequenties heeft deze fout? 
De consequentie is dat professionals minder bezig zijn met waarvoor ze zijn opgeleid en aangesteld, maar meer met verantwoording van tijdsinvestering en kosten. We zien het nadrukkelijk in de zorg en in het onderwijs.

De kwaliteit van het werk zal er absoluut onder lijden. Enerzijds omdat er tijd wordt verkwist en anderzijds om dat de lol van het werk er op deze manier wel vanaf gaat.

Wat kun je doen om die fout te vermijden?
Sleutelwoord bij deze Grote Fout is ‘vertrouwen’. Geef de professional vertrouwen, laat de beheersinstrumenten voor wat ze zijn en vraag als leidinggevende: ‘wat kan ik voor je doen, opdat jij nog beter kunt presteren’.

Dat vraagt om een heel andere invulling van leiderschap. Verbindend leiderschap, zoals Frans Wilms dat noemt.

Voorbeeld van deze Grote Fout
Er zijn voorbeelden te over van deze Grote Fout. De kranten en vakbladen staan er vol van. De wetenschappelijke studies over dit fenomeen zijn niet aan te slepen. Kennelijk een hardnekkig verschijnsel.

Ik heb er als ambtenaar trouwens ook last van gehad. Als het ‘maken van beleid’ je vak is, dan heb je al snel dat probleem, want iedereen heeft er verstand van, net als van voetbal of verkeer.

Herkenbaar?
Normaal vraag ik naar andere voorbeelden. Maar ik ben nu eigenlijk meer geïnteresseerd in voorbeelden waarin men het patroon heeft weten te doorbreken.

Ken je een of meerdere goede voorbeelden waarin men de omslag in denken en doen heeft gemaakt?  Laat het me weten. 

Wil je het alleen met mij delen? Prima.

Sta je open voor publicatie op de website? Ook mooi, kijk op de websitevoor de spelregels. 

Ik ben zeer benieuwd naar de (goede) voorbeelden.

Peter Hovens
Coöperatie Samenwereld

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Blog 17 – Het Grote Fouten Boek: Jumping to Solutions

​Vorige week heb ik geschreven over structuursturing als oplossing voor maatschappelijke problemen. Gelet op de reacties die ik heb gekregen, een heel herkenbare fout. De Grote Fout van deze week houdt daar verband mee.

Welke fout uit het Grote Fouten Boek wordt er gemaakt?

De Grote Fout die deze week aan de beurt is, is die van ‘jumping to solutions’

Dat betekent heel eenvoudig: problemen aandragen voor oplossingen zonder een daaraan voorafgaande analyse. Met andere woorden, springen van probleem naar oplossing.

Waarom is het fout? 
In cursussen gebruik ik altijd de volgende metafoor.

Als je met een klacht naar je huisarts gaat en hij schrijft je een pilletje voor zonder dat hij gevraagd heeft wat je klacht is, hoe lang dat je de klacht hebt, of jezelf een idee hebt waar het vandaan komt, en hij onderzoekt je verder niet, dan vind je dat bepaald geen vertrouwenwekkende ervaring. Sterker, ik denk dat je meteen op zoek gaat naar een andere huisarts. Je verwacht namelijk van zo’n professional dat hij eerst een diagnose stelt en pas daarna met een remedie komt. En altijd met de toevoeging: ‘Als je je volgende week niet beter voelt, dan zie ik je terug op het spreekuur’.

Toch vreemd als we een maatschappelijk probleem – vaak zeer complex – zonder diagnose/analyse denken te kunnen oplossen. 

Maar waarom doen we dat dan toch?

Kennelijk willen we daadkracht tonen. Nadenken wordt daar doorgaans niet onder geschaard. Wel eens een politicus gehoord die als antwoord op de vraag van een journalist zei: ‘Ik weet het niet. Ik moet hier eerst over nadenken’?

En we zijn natuurlijk ongeduldig. We willen meteen resultaat zien. Een degelijke analyse maken vergt veel tijd.

Welke ernstige consequenties heeft deze fout? 
Een belangrijke consequentie van deze fout is dat het probleem dat je wilt bestrijden vaak niet wordt opgelost, omdat het ‘gezond-boerenverstand’ helaas tekort is geschoten. Maar er is wel tijd aan besteed, geld uitgegeven, regels en procedures gemaakt, vaak contraproductief, et cetera.

Wat de zaak nog erger maakt is als de verzonnen oplossing eigenlijk de oorzaak is van het probleem. Het gevolg daarvan is dat het probleem nog verder wordt aangejaagd. En zo raak je steeds verder van huis.

Wat kun je doen om die fout te vermijden?
Ik denk dat de politiek de sleutel in handen heeft om deze fout niet te maken. Dat vergt een andere politieke cultuur. 

Een cultuur waarbij men rust en ruimte creëert om maatschappelijke problemen te voorzien van werkbare oplossingen. Een cultuur ook waarin ambtelijk vakmanschap weer wordt gewaardeerd en gerespecteerd.

Een situatie waarin politieke afrekencultuur is vervangen door vertrouwen in bestuurders en professionals. 

Maar ook een cultuur waarin de media minder hijgerig optreden en zelf een bijdrage leveren door het bedrijven van kwalitatief hoogstaande (onderzoeks)journalistiek.

Voorbeeld van deze Grote Fout
Jumping to solutionsis helaas meer regel dan uitzondering. Dus zou ik hier een ellenlange lijst kunnen weergeven.

Maar laat ik een voorbeeld noemen: ons zorgstelsel. Je kunt een boek schrijven over hoe de privatisering in de zorgsector zich heeft ontwikkeld. Steeds weer aanpassingen om tekortkomingen te elimineren, die geen oplossing blijken te bieden, maar alleen het systeem verder laten vastlopen. En dan komt iemand op het idee om een zorgfonds te introduceren met afschaffing van het eigen risico. Dit kan dan wel sympathiek klinken, maar het is geen doordachte oplossing, al was het maar vanwege de vraag ‘wie moet dat betalen?’ Is er een analyse gemaakt waaruit blijkt dat het eigen risico een/de veroorzaker is van het probleem? Nee, dus.

Herkenbaar?
Vind je de Grote Fout van ‘jumping to solutions’herkenbaar? 

Wellicht heb jij ook nog interessante voorbeelden. 

Ik wil de vraag deze week ook nog op een andere manier stellen. Heb jij een mooi voorbeeld waarin men zich nietheeft laten verleiden om deze fout te maken? Dus een voorbeeld van hoe het wel hoort? Laat het me weten. 

Wil je het alleen met mij delen? Prima.

Sta je open voor publicatie op de website? Ook mooi, kijk op de websitevoor de spelregels. 

Ik ben zeer benieuwd naar de (goede) voorbeelden.

Peter Hovens
Coöperatie Samenwereld

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

24 maart 2019

Blog 16 – Reorganisatie als oplossing voor maatschappelijke problemen

Vorige week heb ik prachtige bijdragen mogen ontvangen over de Grote Fout van ‘het afrekenen op het resultaat’. Ik zal deze binnenkort publiceren als ik daar toestemming voor krijg.

Welke fout uit het Grote Fouten Boek wordt er gemaakt?

De Grote Fout die deze week aan de beurt is, dat is die van ‘reorganisatie als oplossing van maatschappelijke problemen (structuursturing)’.

We kennen ze allemaal wel. De reorganisaties waarvan je je afvraagt waar ze goed voor zijn. Reorganisaties zorgen altijd voor veel gedoe en onrust. 

Waarom is het fout? 
Een reorganisatie hoeft niet per se fout te zijn. Als we vaststellen dat de uitvoering van beleid vastloopt en niet adequaat wordt opgepakt, is het best mogelijk dat de organisatie niet toegesneden is op haar taak. In zo’n geval – dus als de organisatie de oorzaak is van het probleem – is een reorganisatie de oplossing. Hier kom je pas achter wanneer je een analyse hebt uitgevoerd.

En dat is wat je zelden ziet. Een probleemanalyse die laat zien dat de organisatie(structuur) een belangrijke veroorzaker van het probleem is. Zo’n analyse biedt overigens ook aanknopingspunten voor de herinrichting van de organisatie.

Welke ernstige consequenties heeft deze fout? 
Zoals gezegd zorgen reorganisaties vaak voor onrust. In de aanloopfase zijn de mensen binnen de organisatie meer bezig met hun eigen toekomst dan wat anders. 

Er vallen vaak ontslagen, omdat een – al dan niet verborgen – reden een ordinaire bezuiniging is. Maar met het ontslaan van personeel verdwijnt er ook know how

En dan niet te vergeten de tijd die gemoeid is met het op orde krijgen van de nieuwe organisaties. Tijd die niet productief is. In het ergste geval krijg je ook nog te maken met een vervelende nasleep in de vorm van juridische procedures.

En is het daarna beter geworden …?

Wat kun je doen om die fout te vermijden?
Heel simpel. Als je op basis van signalen uit de samenleving besluit om beleid opnieuw vorm te geven en je kiest ervoor om de problematiek grondig te analyseren (na een even grondige probleemverkenning) dan ontdek je vanzelf welke oorzaken aan de problemen ten grondslag liggen. Als blijkt dat de organisatie een (diepliggende) oorzaak is, dan is een reorganisatie gerechtvaardigd. Anders niet.

Voorbeeld van deze Grote Fout
De wetgever heeft in 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning vastgesteld. Kennelijk was men van mening dat problemen op dit gebied beter door gemeenten zouden kunnen worden aangepakt. Maar eigenlijk begreep iedereen wel dat dit gewoon een forse ombuigingsoperatie was.

De Raad van State adviseert de regering altijd over formele wetsvoorstellen, voordat die naar de Tweede Kamer worden gestuurd, dus ook over dit wetsvoorstel. 

In het advies schrijft de Raad van State het volgende: ‘Het is de Raad opgevallen dat de toelichting op het wetsvoorstel geen analyse bevat van de problemen die zich thans in de (organisatie van de) maatschappelijke ondersteuning voordoen en die kennelijk aanleiding zijn voor het thans voorliggende wetsvoorstel’.

Dit kun je bijna niet geloven. Zo wordt met beleidsvraagstukken en daaruit voortvloeiende wetgeving omgesprongen.

De staatssecretaris van VWS heeft vervolgens weinig succesvol geprobeerd deze tekortkoming te herstellen door in de Memorie van Toelichting alsnog een paragraaf ‘Probleemanalyse en doel van de wet’ op te nemen. Niet echt geloofwaardig.

Herkenbaar?
Vind je de Grote Fout van ‘structuursturing’ herkenbaar? Heb jij ook van zo’n voorbeeld dat je wilt delen? Laat het me weten. 

Wil je het alleen met mij delen? Prima.

Sta je open voor publicatie op de website? Ook mooi, kijk op de website voor de spelregels. 

Ik ben zeer benieuwd naar je verhaal.

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Peter Hovens
Coöperatie Samenwereld

Powered by WishList Member - Membership Software