oktober 5

0 comments

Niets is wat het lijkt (1): het referendum

By Peter Hovens

oktober 5, 2020


Je hebt wellicht gezien dat ik afgelopen week een opiniebijdrage heb gepubliceerd in Dagblad De Limburger over het onzalige idee van het instrument ‘referendum’.

Natuurlijk heb ik daar nogal wat reacties op ontvangen: mensen die het met me eens zijn en mensen die een andere mening zijn toegedaan. Maar de meest opvallende reacties die ik ontving van onder andere Fatima en Mary-Ann hadden de strekking: ‘Goh, zo heb ik dat nog nooit bekeken’.

Ik begrijp dat wel. Als voorstander van een democratisch bestel – en wie is dat niet? – ligt het omarmen van een democratisch instrument als een referendum voor de hand. Hoe kun je daarop tegen zijn, nietwaar?

En zo zijn er meer aspecten binnen onze democratische rechtsstaat die heel normaal en logisch lijken, maar die dat bij nadere bestudering helemaal niet zijn of op zijn minst vragen oproepen. Ik start daarom een nieuwe serie onder de noemer ‘Niets is wat het lijkt’. Deze eerste aflevering gaat over het referendum.

Ik ga mijn betoog van de opiniebijdrage niet herhalen, maar ik wil daar nog het volgende over zeggen.

Democratie betekent dat het volk regeert. Dat is mooi natuurlijk. Maar dat kan alleen in een overzichtelijke niet al te complexe situatie. Echte democratie is alleen mogelijk in een kleine gemeenschap. Plato heeft beredeneerd dat de meest ideale omvang 5040 gezinnen is (Plato, Wetten, boek 5).

Dat is in een moderne samenleving geen optie meer. En daar hebben we de representatieve democratie voor bedacht, waarbij kiezers via vrije democratische verkiezingen de volksvertegenwoordiging kiezen. Daarmee maken we de zaak weer overzichtelijk. 

De gekozenen voeren in het openbaar debatten in de Tweede Kamer of de raadszaal, wisselen argumenten uit, wegen belangen af en toetsen een en ander aan hun eigen politieke visie. Dit alles hebben we niet bij de directe democratie, want we hebben geen agora, zoals de marktplaats in het vroege Athene.

Ik pik er bij wijze van voorbeeld een aspect uit: de belangenafweging. Stel een gemeente organiseert een referendum over verruiming van sluitingstijden van de horeca. Iemand die in het centrum woont in de buurt van de cafés heeft een ander belang, dan iemand die in de buitenwijk woont en graag af en toe de kroeg induikt. Bij een referendum hebben beide inwoners een stem, die elk even zwaar weegt. Er vindt geen belangenafweging plaats.

De representatieve democratie lijkt een mindere afgeleide variant van de directe democratie, en dus lijkt gebruik van een referendum een stap terug naar beter.

Maar het omgekeerde is het geval. De representatieve democratie is van een hogere orde dan de directe democratie (in de moderne samenleving) en dus is een referendum een stap naar slechter.

Wil je reageren, heel graag. Hebben je zelf nog voorbeelden van ‘niets is wat het lijkt’, waar je mijn mening over wilt horen? Laat het me weten.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Peter Hovens

About the author

Peter is bestuurskundige en werkt als consultant voor de (semi-)overheid. Peter is gespecialiseerd in het leiden van veranderingsprocessen, waarbij het grondvlak van de samenleving steeds het vertrekpunt is.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

You might also like

Ontvang de nieuwe  blogs via e-mail