Category Archives for Boek SamenWereld

Rekening rijden en het leefbaarheidscynisme van de VVD

Leo Klinkers, 26 juni 2019

Het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (1989) verbond belangen van verkeer en vervoer met belangen van economie en milieu. Dat was een van de eerste keren dat de Tweede Kamer werd gevraagd om belangen van natuur en milieu mee te wegen in economisch gerichte besluitvorming. Speerpunt in dat op het milieu gerichte intersectorale beleid was de introductie van rekening rijden.

Dat was de grote verdienste van Neelie Kroes, minister van Verkeer en Waterstaat. Om de milieudoelen te realiseren wenste ze onder meer het reiskostenforfait te handhaven. Maar de VVD verlangde van haar dat ze dat opgaf, op straffe van het opzeggen van vertrouwen in haar. Zij beantwoordde die domheid met kennis, inzicht en politieke moed en weigerde. Fractieleider Joris Voorhoeve liet haar vallen. Ed Nijpels, als minister van VROM belast met het milieubeheer, en als verantwoordelijke voor het Nationaal Milieu Beleidsplan direct belanghebbende bij vasthouden aan dat reiskostenforfait, steunde haar en moest toen ook vertrekken. Einde kabinet Lubbers II in mei 1989.

Na dertig jaren van leefbaarheidscynisme is de VVD dan eindelijk zover dat een vorm van prijsbeleid voor het autoverkeer bespreekbaar is. We kunnen natuurlijk zeggen: ‘Beter laat dan nooit’. Of: ‘Al is politieke onzin nog zo snel, wetenschap achterhaalt hem wel’.

Maar het zijn niet de vloed aan wetenschappelijk gefundeerde overwegingen van milieubelang die aan de omslag bij de VVD ten grondslag liggen. Opnieuw is het een geld-gedreven motief: door de groei van elektrisch rijden ontstaat er een tekort aan accijns opbrengsten. En daarmee een gat in de schatkist. Automobilisten moeten dat gaan vullen. Hoe cynisch kan politiek zijn?

Politiek: de baantjes en de poppetjes

Politiek gaat over het nemen van beslissingen die leiden tot maatschappelijke effecten. Daarom is politiek ook voor iedereen.

Lang niet iedereen ervaart dat zo. Te veel mensen moeten niks hebben van politiek. Dat vind ik zeer te betreuren. Omdat politiek voor iedereen is, zou politiek ook van iedereen moeten zijn.

Maar dat is dus niet zo. Kijk alleen al eens naar opkomstpercentages bij verkiezingen. Je stem uitbrengen bij verkiezingen is toch wel de meest laagdrempelige vorm van politieke participatie.

Bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement ging vorige maand in Nederland 41,2% van de kiesgerechtigden naar de stembus. Zo’n laag percentage is toch veelzeggend?

Maar nee, de verkiezing vijf jaar geleden liet een nog lagere opkomst van 37,3% zien. De opkomst was dit jaar dus hoger. Dan roepen we ‘hiep, hiep, hoera’ en gaan over tot de orde van de dag.

Er zijn nogal wat oorzaken aan te geven waarom mensen niet gaan stemmen en waarom sommigen wars zijn van politiek. Een van die oorzaken is dat men een hekel heeft aan machtsspelletjes en het gekissebis over de mooie baantjes en de poppetjes.

Wie zien een dergelijk toneelstuk ook nu weer in Europa: de verdeling van de belangrijke posten in de Europese Commissie. Mijn collega Leo Klinkers schreef er gisteren het volgende blog over:

Het machtsspel van Merkel, Macron en Rutte

Leo Klinkers, 22 Juni 2019

Volgens de media eindigde de Europese top van 20 juni 2019 over het benoemen van kandidaten ter opvolging van Donald Tusk en Jean Claude Juncker in een deadlock. Niets is minder waar. Althans gezien vanuit het perspectief van de drie hoofdrolspelers Angela Merkel, Emmanuel Macron en Mark Rutte. Ze spelen het machtsspel precies volgens de klassieke regels.

Regel 1: elimineer eerst de kandidaten die per se niet in aanmerking (mogen) komen. Dat is op 20 juni prima gelukt. De drie door het Europese Parlement geoormerkte Spitzenkandidaten zijn afgeserveerd. 

Regel 2: voer vervolgens in klein gezelschap beraad over de manier waarop de echte kandidaten – die allang bekend zijn – naar voren kunnen worden geschoven. Merkel, Macron en Rutte gaan op 28 en 29 juni naar de G20 in Japan en zullen daar, ver buiten de Brusselse schijnwerpers dat beraad gaan voeren. En tevens om enkele G20 hoofdrolspelers te polsen over benoeming van Rutte als voorzitter van de Europese Raad.

Regel 3: lanceer op de Brusselse top op 30 juni Mark Rutte als kandidaat voor de opvolging van Donald Tusk. De reden voor de benoeming van Rutte is het belang van Merkel, Macron en Rutte om het unanimiteitsbeginsel van besluitvorming in de Europese Raad in te ruilen voor besluitvorming bij meerderheid van stemmen om gemakkelijker te kunnen besluiten over het treffen van sancties aan bijvoorbeeld een land als Iran. Zie mijn artikel over Macron en Rutte

Regel 4: draag tegelijk – voor de opvolging van Juncker – een kandidaat van een klein land voor, bijvoorbeeld Griekenland. Als beloning voor de inspanningen om de financiële situatie in dat land weer op orde te brengen. Als de Nederlander Rutte voorzitter wordt van de Europese Raad kan een andere Nederlander, Frans Timmermans, niet voorzitter worden van de Europese Commissie. Op die manier wordt tevens voorkomen dat Timmermans een bedreiging voor de autocratische Europese Raad zou kunnen vormen door al te zeer het belang van democratische besluitvorming via het Europese Parlement te bepleiten. 

Ik ben benieuwd of de glazen bol van Leo zijn werk goed heeft gedaan.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Deugdenethiek en politieke functies

Dinsdag 18 juni wordt de Duitse filosoof en socioloog Jürgen Habermas 90 jaar. 

Ik noem dit heuglijke feit, omdat zijn theorie van het communicatieve handelen een belangrijk fundament van mijn boek vormt.

Een andere filosoof die ik in mijn boek ten tonele voer is Aristoteles. Voornamelijk vanwege diens deugdenethiek. Ik vind deze ethiek van belang in verband met het volgende. De kwaliteit van het openbaar bestuur wordt in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de mensen die er actief zijn. Van ambtenaren wordt reglementair verwacht dat ze ‘geschikt en bekwaam’ zijn. Maar welke eisen stellen we aan politieke ambtsdragers? Geen, helemaal geen.

Mogen we überhaupt eisen stellen aan mensen in politieke functies? Artikel 3 van de Grondwet bepaalt dat alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn in openbare dienst. Gelet op de rechtsgeschiedenis denk ik overigens dat die ruimte er zeker is.

Ook nu gebruik ik het formatieproces na de provinciale statenverkiezingen in Limburg als voorbeeldcasus. Vanwege de keus om te werken met een extraparlementair college lag het voor de hand om de leden van Gedeputeerde Staten buiten de gebruikelijke politieke kanalen om te werven. 

Dat heeft men ook geprobeerd door een functieprofiel op te stellen waarbij het niet in de eerste plaats ging om de politieke kleur maar om de volgende selectiecriteria: ‘(…) én draagvlak, én bestuurlijke en/of inhoudelijke expertise én geschiktheid.’ 

Gelet op de samenstelling van het voor te dragen college is men bepaald niet in de opzet geslaagd. Het bestuur is op en top politiek samengesteld. Dat is jammer, een gemiste kans, want de gedachte was niet verkeerd.

Om te beginnen discrimineren de gestelde functie-eisen op geen enkele wijze. Maar hoe zou het dan wel kunnen? Als je politieke ambtsdragers wilt selecteren, welke criteria hanteer je dan? 

Ik vind hoe dan ook dat de eisen die je moet stellen aan politieke functies zwaarder behoren te zijn dan die van een ambtenaar. Het gaat om meer dan alleen geschiktheid (kennis) en bekwaamheid (kunde).

Dan kom ik met Aristoteles op de proppen. Volgens hem kennen we de volgende kardinale deugden: 

Wijsheid, Rechtvaardigheid, Zelfbeheersing/Matigheid en Moed. 

Met betrekking tot het begrip ‘wijsheid’ maakt hij nog het onderscheid tussen praktische wijsheid (phronèsis), deze wijsheid is nodig voor ethiek, om datgene te doen wat goed is en theoretische wijsheid (sophia), om te kunnen bepalen wat waar is.

Ik werk dit in mijn Boek SamenWereld verder uit.

Maar wat vind jij? Zouden de genoemde deugden mooie selectiecriteria kunnen zijn voor politieke functies? En hoe zou jij deze deugden willen duiden?

Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

P.S. Zoals eerder aangekondigd organiseer ik op woensdagmiddag 26 juni een bijeenkomst in Roermond om belangstellenden bij te praten over mijn boek, maar ook om een aantal thema’s gezamenlijk te doorgronden. Vanwege een paar afmeldingen, heb ik nog een paar plekken beschikbaar. Interesse? Laat het me snel weten.

Coalitievorming in Limburg: van vreugde naar verdriet

Een aantal weken geleden heb ik een dubbele boodschap afgegeven over de coalitiebesprekingen in de provincie Limburg. Ik was enerzijds blij met de keuze voor een coalitieloos bestuur en anderzijds was ik bevreesd voor de daadwerkelijke invulling daarvan vanwege het ontbreken van een duidelijke democratische en rechtsstatelijke visie achter deze gedachte.

Nu de formatie is afgerond – behoudens goedkeuring door provinciale staten – kom ik er even op terug. Inmiddels is een ploeg van gedeputeerden samengesteld van 5 personen die kunnen rekenen op een achterban in de staten en 2 gedeputeerden die niet op steun van hun politieke vrienden kunnen rekenen.

Hoe kijk ik hier tegenaan? Let wel, niet bekeken door een politieke, maar door een bestuurskundige bril.

Ik herhaal mijn pleidooi om altijd en overal de kracht van het parlement te versterken. Dat kan op diverse manieren. Ik noem er twee.

  1. Zorg ervoor dat het parlement als één orgaan optreedt en niet is verdeeld in een coalitie en oppositie. 
  2. Maak met de samenleving een samenlevingsakkoord dat als basis dient voor vier jaar politieke besluitvorming en bestuurlijk handelen.

In Limburg zal de komende jaren de verdeeldheid vanwege het coalitieproces en de samenstelling van het college in het parlement groter zijn dan ooit. 

Er is gekozen voor een extraparlementair college. Dat wil zoveel zeggen dat het college een akkoord schrijft en op basis daarvan zijn werk gaat doen. In de trits samenlevingsakkoord – parlementair akkoord – extraparlementair akkoord staat deze laatste het verst van de samenleving.

Nu luidt de gedachte dat het provinciale parlement in deze constructie alle ruimte heeft om eigen afwegingen te maken. Laten we wel wezen. Het college kan rekenen op een meerderheid van 60% in het parlement. De gedachte dat de eigen afweging ooit zal leiden tot een van het college afwijkend standpunt is nagenoeg nihil.

Met andere woorden, je kunt de facto niet spreken van een coalitieloos parlement.

Daarvoor zou een cultuurverandering noodzakelijk zijn. Ik hoef je niet uit te leggen hoe ingewikkeld veranderingsprocessen zijn en hoeveel tijd ze in beslag nemen. 

Alles bij elkaar komt het erop neer dat de macht van het bestuur is toegenomen ten koste van de volksvertegenwoordiging en daarmee dus ook van de samenleving.

Kortom, de gereserveerde vreugde van een aantal weken geleden heeft plaatsgemaakt voor verdriet.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Het vertrek van Özdil, een echte volksvertegenwoordiger armer

Het meest opmerkelijke nieuwsfeit deze week was het vertrek van GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil. Je zult het vast wel hebben meegekregen dat Özdil buiten de fractieregels om in een interview met Dagblad Trouw het leenstelsel ter discussie stelde: ‘Het is een verrot systeem’.

Een en ander heeft ertoe geleid dat Özdil de fractie heeft verlaten. Ik weet niet of er nog andere zaken een rol hebben gespeeld bij zijn vertrek. Dat laat ik even terzijde, evenals het moddergooien achteraf.

Waar het mij om gaat is dat een Kamerlid die volksvertegenwoordiger is als belangrijkste taak heeft om zijn oor te luister te leggen bij de burgers (dat is overigens wat anders dan je oren naar het volk laten hangen).

Özdil heeft zich prima van die taak gekweten en het signaal over de bezwaren tegen het leenstelsel serieus genomen. De jongerenafdeling van GroenLinks ‘Dwars’ pleit al langer voor de herinvoering van de basisbeurs. 

Wat hem verweten wordt is dat hij niet netjes de fractieregels heeft gevolgd. Aan de ene kant snap ik dat wel, anders wordt het een zooitje. Aan de andere kant, als hij de normale weg zou hebben bewandeld dan was hij ongetwijfeld tegen de blokkade ‘Klaver’ aangelopen en dan was het partijstandpunt niet veranderd. Özdil moest dus wel en had er gelukkig de moed voor.

Inhoudelijk had Özdil – bekeken door een GroenLinks-bril – gelijk. Dat blijkt wel uit het feit dat de partij het eerder door Klaver gefabriceerde politieke compromis over het leenstelsel heeft losgelaten.

Wat is nu belangrijker: de fractiediscipline steunend op macht of de inhoudelijke koers rustend op de wens van de samenleving? Özdil vond dat laatste. Niet voor niks heeft hij zijn zetel ingeleverd en niet gekozen voor de macht door zijn zetel te blijven bezetten.

Ik heb het al vaker geschreven. Het hart van de democratie is de volksvertegenwoordiging, maar dan moet dat hart wel kloppen. Dat kan alleen als je beschikt over zuurstof. Zuurstof die alleen binnen kan komen als je de ramen van de overheidsgebouwen openzet.

Daarnaast heb je ruimte nodig om de zuurstof in te kunnen ademen. Als er een politieke partij is waar ik van had verwacht dat ze die ruimte aan individuele Kamerleden zou bieden dan is het wel GroenLinks. 

Met regelmaat hoor ik mensen roepen: ‘De politiek is één pot nat’. Zouden zij dan toch gelijk hebben …?

Hoe dan ook zullen politieke partijen binnen ons democratisch bestel uit een heel andere rol moeten gaan spelen. Ik kom in mijn boek SamenWereld met een aantal suggesties.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Ger Koopmans en zijn vlucht vooruit

Volksvertegenwoordiging, het hart van onze democratie
In mijn boek SamenWereld zal ik uitvoerig ingaan op de positie van de volksvertegenwoordigende organen. Dan heb ik het over de gemeenteraad, provinciale staten en de Tweede Kamer. In mijn beleving zijn dit de belangrijkste organen binnen onze democratische rechtsstaat. 

Spijtig genoeg zijn ze allemaal zwak ontwikkeld. Ze leggen het steeds af tegen het bestuur, dus respectievelijk het college van Burgemeester en Wethouders, Gedeputeerde Staten, de regering in Den Haag. 

Ik heb al eerder geschreven over het belang dat ik hecht aan het begrip ‘volkssoevereiniteit’. Je begrijpt dat ik daarom een zwakke positie van de volksvertegenwoordiging een ontzettend slechte zaak vind.

Ik zal in mijn boek enkele oorzaken van die zwakte beschrijven. Een daarvan heeft betrekking op het gegeven dat de volksvertegenwoordiging zich telkens verdeelt in een coalitie en een oppositie. Daarmee kan zij geen vuist maken tegen het bestuur en dus geeft zij dat bestuur vrij spel (ik laat de spelletjes die zich in achterkamertjes afspelen even terzijde).

Ik was dan ook verheugd te lezen dat het formatieproces in de provincie Limburg afstevent op een ‘coalitieloos parlement’. De keuze hiervoor kent echter geen principiële insteek, maar is het gevolg van een door de formateurs gekozen vlucht naar voren, omdat ze geen wenselijke coalitie tot stand kunnen brengen.

Hoe zou het moeten werken?
Een ongedeeld parlement moet zijn politieke opdracht formuleren op basis van een samenlevingsakkoord. Een akkoord dat helder benoemt aan welke grote maatschappelijke opgaven de komende vier jaar wordt gewerkt, eventueel voorzien van mogelijke en acceptabele oplossingsrichtingen. Dit alles steunend op maatschappelijk draagvlak.

Met zo’n akkoord kunnen Gedeputeerde Staten als uitvoerend orgaan aan de slag. Dat uitvoeren is geen technische exercitie, maar zal te allen tijde politiek gekleurd zijn. Politieke verantwoording afleggen aan Provinciale Staten is hiermee onlosmakelijk verbonden.

Dualisme op en top, met de samenleving als grote winnaar.

Wat gebeurt er in Limburg?
De formateurs in Limburg kiezen voor een samenstelling van een extraparlementair college waarbij de partijpolitieke kleur van de kandidaten niet doorslaggevend is om daarbij meteen te vermelden dat het CDA twee kandidaten zal leveren. Dan denk ik: ‘Daar gaan we weer’. Een nieuw concept dat meteen wordt ingevuld met ‘oud denken’.

Bovendien ligt er geen samenlevingsakkoord. Alleen maar een opsomming van enkele uitgangspunten zonder inhoud. Het voornemen is dat de formateurs zelf aan de slag met het opstellen van een collegeprogramma. Daarmee krijg je alweer een machtsverschuiving van de volksvertegenwoordiging naar het bestuur. Help, dat is nu net niet de bedoeling.

Volgens formateur Ger Koopmans staat of valt het slagen van het experiment allemaal met politieke wil. Dat is een open deur. Maar daar gaat het niet om. 

Waar gaat het wel om? Het concept van een ‘coalitieloos parlement’ moet eerst grondig worden doordacht om er vervolgens consequent naar te handelen. Ik vrees dat de keuzes die nu al op voorhand zijn gemaakt strijdig zullen zijn met dat concept.

Waar eindigt dit?
Een dergelijke aanpak zal ertoe leiden dat dit experiment gaat mislukken. Dat is jammer, want dat zet de idee van een ongedeeld parlement voor jaren in de ijskast.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Verantwoordingsdag en snelle oplossingen

Afgelopen woensdag 15 mei was het woensdag gehaktdag, de populaire benaming voor de verantwoordingsdag in de Tweede Kamer. De tegenpool van Prinsjesdag, maar dan met de omgekeerd evenredige aandacht.

Dat laatste is jammer, want terugblikken naar het verleden, daarvan leren, en waar nodig bijsturen is niet onbelangrijk.

Zoals elk jaar kraakt de Algemene Rekenkamer ook nu weer de nodige harde noten in waarschijnlijk de trieste wetenschap dat het lerend vermogen ver te zoeken is. Volgend jaar zal weer vergelijkbare kritiek worden geuit.

In zijn toespraak bij het aanbieden van de Rapporten bij de jaarverslagen 2018 van de ministeries aan de Tweede Kamer sprak Arno Visser – president van de Algemene Rekenkamer – de volgende afsluitende wijze woorden: ‘De continuïteit van publieke dienstverlening is een kostbaar bezit. Die verhoudt zich moeilijk tot snelle oplossingen.’

Hij vindt dat snelle oplossingen zelden leiden tot de gewenste kwaliteit van overheidsmaatregelen. Helaas, kiest de overheid meer dan eens voor lange halen snel thuis.

Laat dit nu helemaal overeenkomen met mijn eigen ervaringen. Een van de problemen waar ik tegenaan loop in gesprekken met potentiële opdrachtgevers is dat ze opzien tegen de zwaarte en omvang van een degelijk beleidsproces. 

Ik nuanceer dat telkens met de volgende argumenten:

  • ook andere maatschappelijke actoren plegen inzet; de opgave ligt niet alleen op het bordje van de overheid;
  • betrokken ambtenaren zijn strikt genomen met hun normale werk bezig, zij het op een andere manier en dat kost weinig extra inspanningen;
  • kwaliteit heeft gewoon zijn prijs;
  • rendement is gegarandeerd en ligt vele malen hoger dan de snelle (kopieer-en-plak-)beleidsdocumenten die in de bureaulade verdwijnen.

Mijn compagnon Koen van Bremen was leider van het project ‘Voorst onder de loep’. De opdracht luidde: ‘ontwerp beleid op het gebied van preventie in het sociale domein, presenteer haalbare oplossingen, voorzien van draagvlak binnen de samenleving.’ Met de steun van de wethouder ging hij met onze Methode Samenlevingsbeleid aan de slag.

Van heinde en verre kwamen andere gemeenten (zo’n 50) en ook het ministerie van VWS kijken naar de verbluffende aanpak in de gemeente Voorst. Iedereen enthousiast, zeer onder de indruk, maar tegelijkertijd huiverig om zelf een dergelijk proces te organiseren. Gebrek aan kennis en aan moed ligt hieraan ten grondslag. Luister maar naar een stukje van een podcast van Publiek Werk met Koen in de hoofdrol (min. 37 – 40).

Wellicht heb je een idee hoe je zo’n angstige terughoudende attitude bij overheden kunt doorbreken. Ik sta er tijdens de bijeenkomst op 26 juni ook graag even bij stil.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

De elite, het volk en eerlijkheid

In NRC van 11 mei schrijft Bas Heijne een opiniebijdrage over verwaarloosde liberale waarden. Als opmaat geeft hij een overzicht van verschillende definities die je aan het begrip ‘elite’ kunt geven. Als een soort van gemene deler geeft hij de volgende samenvatting: een ‘elite’ die ‘het volk’ en de cultuur doelbewust ondermijnt; een elite die vooral voor zichzelf zorgt, niet van plan is een meer rechtvaardige verdeling na te streven; en niet assertief genoeg is, niet langer voor zichzelf durft uit te komen.

Met andere woorden ‘de elite’ creëert bewust afstand tot ‘het volk’, pakt zijn voordelen en is daarnaast onmachtig om de kloof te dichten (als ze dat al zou willen).

Ik probeer het vraagstuk van de kloof toch maar even simpel te benaderen. Er zijn mensen die politiek participeren en er zijn mensen die dat niet of niet meer doen. De eerste groep omvat mensen die tot de elite behoren. Maar ook de gele hesjes horen daarbij, zij het dat zij op een activistische manier participeren. 

Ik maak me vooral druk om de groep die is afgehaakt en helemaal passief en onzichtbaar is. 

In mijn beleving telt iedereen mee, dus ook degenen die – al dan niet terecht – vinden dat ze niet meetellen.

Want hoe je het ook wendt of keert er is een deel van de samenleving dat zich naar verhouding in een slechtere positie bevindt. Dat is gewoon niet eerlijk. Althans, dat vind ik.

Maar wat doen we hieraan? 

Ik zal in mijn boek proberen deze vraag te beantwoorden. Ik doe dat aan de hand van het uit 1971 stammend meesterwerk van John Rawls getiteld ‘A Theory of Justice’. Meer in het bijzonder over het uitgangspunt ‘rechtvaardigheid als eerlijkheid’.

Hoe richten we de samenleving op een dusdanige manier in dat we het maximale bereiken voor de minstbedeelden? Dat is de kern, het zogenaamde MaxMin principe.

Tijdens de bijeenkomst op woensdagmiddag 26 juni zal ik met de aanwezigen hierover met de benen op tafel van gedachten wisselen. Ik ben zeer benieuwd naar de diverse ideeën en gedachten. Wil je hier graag bij zijn, laat het me weten.

Die ideeën en gedachten kun je natuurlijk ook nu al kwijt door op dit bericht te reageren.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Bevrijdingsdag en Europese verkiezingen

Het was gisteren Bevrijdingsdag, de dag waarop we het einde van WOII vieren. Het is inmiddels 74 jaar geleden dat in hotel ‘De Wereld’ in Wageningen het capitulatiedocument werd getekend. 

In aanloop naar de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op 23 mei wordt met regelmaat verwezen naar de afwezigheid van oorlog gedurende driekwart eeuw in (een deel van) Europa. Met name voorstanders van Europese samenwerking verwijzen hiernaar als reactie op hen die zich kritisch uitlaten over de Europese Unie.

Dat is jammer. In die zin dat kritiek op het functioneren van de huidige EU daarmee onvoldoende ruimte krijgt. Er zijn nogal wat signalen die mij aan het denken zetten.

  1. De opkomst bij de Europese verkiezingen is in Nederland buitengewoon laag (in 2014 37,3 %.) 
  2. De EU tast met regelmaat de soevereiniteit van de lidstaten aan, hetgeen strikt genomen niet de bedoeling zou moeten zijn.
  3. Brexit is daar een antwoord op.
  4. Het Europees Parlement heeft bijzonder weinig in de melk te brokkelen. 

Je ziet bij elke overheidslaag dat de volksvertegenwoordiging een veel zwakkere machtspositie heeft dan het bestuursorgaan (bijv. Tweede Kamer ten opzichte van de regering). Ik zal in mijn boek voorstellen doen om een einde aan die situatie te maken.

Kijken we naar de positie van het Europees Parlement dan is die zeer marginaal. Dit orgaan, dat alle EU-burgers representeert, moet niet alleen de Europese Commissie boven zich dulden, maar ook de Europese Raad (regeringsleiders of staatshoofden van de lidstaten). Deze Raad neemt alle belangrijke politieke beslissingen. Als regeringsleider (niet democratisch gekozen!) van Nederland zit Mark Rutte in dit gremium. 

Met andere woorden, het politieke besturingssysteem deugt niet. We zullen Europa echt op een andere manier moeten gaan organiseren. Kan dat? Jazeker.

Ik ben op dit moment met een aantal gelijkgestemden uit verschillende Europese landen bezig met het opzetten van een beweging: Federal Alliance of European Federalists (FAEF).

We streven naar de Verenigde Staten van Europa. In onze ogen zal Europa federaal zijn of niet zijn. Dat betekent een slagvaardig Europa, transparant, democratisch, dat de soevereiniteit van de lidstaten respecteert en dit alles gebaseerd op een heldere en herkenbare Grondwet.

Onze ervaring is dat veel mensen weinig kennis hebben van het verschijnsel ‘federalisme’. Misschien stel je je nu de vraag: ‘Ben ik zelf misschien een federalist?’.

We hebben een korte poll opgesteld om een antwoord te krijgen op die vraag. Vul hem voor de aardigheid eens in.

Ik zal volgende week iets vertellen over de opvallende parallel tussen aan de ene kant de idee achter het federale gedachtengoed en anderzijds achter het maken van beleid met de samenleving.

Natuurlijk zal ik er ook tijdens de bijeenkomst op woensdagmiddag 26 juni (13:00 – 17:00 uur) bij stilstaan. Mocht je dat nog niet hebben gedaan, dan kun je je hiervoor alsnog aanmelden.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Heb je ook Koningsdag gevierd?

Het was eergisteren Koningsdag. Een nationale feestdag die ieder op zijn eigen manier invult. Sommigen zullen het helemaal niet vieren, omdat ze geen enkele verbondenheid met het koningshuis voelen. Anderen doen er principieel niets mee, omdat ze republikein zijn.

Hoe dan ook, de tijd dat koningen echte vorsten waren is voorbij. Willem-Alexander heeft de facto een symbolische taak; de jure ligt dat een beetje anders. De enige ‘zichtbare’ politieke taak lag bij de formatie van een nieuwe regering. Maar ook die is vrijwel geheel verdwenen ten opzichte van de periode ‘Beatrix’. Nu kan W-A als staatshoofd ook niet tippen aan zijn moeder, maar dat terzijde.

Die gedachtenspinsels brengen me wel bij het thema van vandaag. Zijn er nog mensen die vinden dat de soevereiniteit bij de vorst hoort? Zijn er nog voorstanders van de opvatting dat de vorst een afgeleide soevereiniteit van God bezit? 

Bij de grondwetswijziging van 1983 hebben de kleine Christelijke politieke partijen – zonder succes – geprobeerd om in een preambule van de Grondwet ‘God’ als de grondslag van het overheidsgezag op te nemen.

Waar ligt de soevereiniteit (‘oppermachtige heerschappij’ volgens Van Dale) dan wel? Niet bij de Koning, niet bij een opperwezen, dan dus bij het volk? We spreken in dat geval over ‘volkssoevereiniteit’. Simpel, toch?

Alhoewel de diverse politiek filosofen, zoals Rousseau en staatsrechtgeleerden, zoals Thorbecke verschillend denken over wat ‘volkssoevereiniteit’ precies betekent. Ik zal er in mijn boek uitvoerig op ingaan. 

Enkele vragen die ik zal proberen te beantwoorden zijn:

  • draagt het volk de soevereiniteit na verkiezingen over aan de volksvertegenwoordiging?
  • ligt de volkssoevereiniteit bij het centrale overheidsgezag in Den Haag?
  • kunnen verschillende overheidslagen soevereiniteit delen?
  • als de soevereiniteit bij het volk rust moeten we dan niet vaker een bindend referendum uitschrijven?

Voor mij is in ieder geval helder dat politiek-bestuurlijk handelen begint bij het grondvlak van de samenleving. Daar – bij het volk dus – bevindt zich dan ook de soevereiniteit. 

Maar …

  • Wat stelt die soevereiniteit feitelijk voor?
  • Is dat niet meer dan een papieren verhaal?
  • Moet het begrip ‘volkssoevereiniteit’ een plek krijgen in de preambule van de Grondwet, zoals bijvoorbeeld de VS en Frankrijk dat hebben?
  • Vormt een gebrek aan echte soevereiniteit voor een aantal mensen misschien een bron van ongenoegen?

Je ziet, ik loop tegen nogal wat (fundamentele) vragen aan.

De betekenis van ‘volkssoevereiniteit’ zal de rode draad van mijn boek vormen. De kapstok waar ik alles aan ga ophangen. Heb je hier ideeën over of over wat er allemaal aan die kapstok moet hangen? Ik hoor het graag.

Natuurlijk zal ik er tijdens de bijeenkomst op woensdagmiddag 26 juni (13:00 – 17:00 uur) bij stilstaan. Je kunt je hiervoor nog steeds aanmelden.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Powered by WishList Member - Membership Software