Archive Monthly Archives: december 2017

Circulair Beleid Maken respecteert ‘volkssoevereiniteit’ als leidend beginsel

In het eerste blog hebben we gesproken over de aansluiting die de overheid met de samenleving moet maken. De uitvoering van het beleid eindigt bij de samenleving en om de cirkel rond te krijgen moeten beleidsprocessen daar dus beginnen. Een ander principe dat bepalend is voor het bereiken van gewenste maatschappelijke resultaten is de idee dat de soevereiniteit bij het volk berust. Dat werd al door Aristoteles en Plato geformuleerd en is nog eens uitdrukkelijk vastgelegd in de Amerikaanse Declaration of Independence van 1776: “All sovereignty rests with the people”. De representatieve democratie is daarvan slechts een afgeleide om daadwerkelijk besturen mogelijk te maken. Je kunt niet elke dag met miljoenen mensen bezig zijn besluiten voor de hele samenleving te nemen.

​Volkssoevereiniteit gaat uit van het principe dat het volk het hoogste gezag vormt

​De verhouding tussen de overheid en de samenleving is behoorlijk veranderd en die verandering gaat nog steeds door. In de tijd van de politiek-maatschappelijke verzuiling van de tweede helft van de 20e eeuw werd alles aan de top geregeld en verticaal naar de basis toe georganiseerd. De afbrokkeling van de zuilen en de toename van de individualisering hebben ertoe geleid dat het vanzelfsprekende gezag van de overheid is afgenomen. In lijn met deze maatschappelijke ontwikkeling zien we een decentrale beweging ontstaan, waarbij niet langer alles op centraal niveau wordt bepaald maar verantwoordelijkheden van de rijksoverheid worden verschoven naar gemeenten, die ook wel de ‘eerste overheid’ worden genoemd. Die ontwikkeling heeft prominent gezicht gekregen bij de decentralisaties in het sociale domein (participatiewet, jeugdzorg en Wmo). Een dergelijke ontwikkeling gaat ook in het fysieke domein plaatsvinden door middel van de Omgevingswet, die naar verwachting in 2019 in werking zal treden.

Naast deze institutionele verschuivingen zien we dat vanuit de samenleving zelf steeds meer initiatieven van de grond komen. Het geduld om te wachten op de overheid raakt op. Het geloof in eigen kunnen neemt toe. De latente burgerkracht komt tot leven. De sterke opkomst van coöperaties – waarbij groepen van actieve burgers zelf verantwoordelijkheid nemen voor een samenlevingsbelang – is daar een duidelijke uiting van.

De twee bewegingen, decentralisatie van bovenaf vanuit de overheid en burgerinitiatieven van onderop, zullen elkaar ergens gaan ontmoeten. Dat proces is nu volop gaande, maar is nog niet afgerond. Enerzijds is de overheid bevreesd verantwoordelijkheden en bevoegdheden daadwerkelijk over te dragen naar burgers en maatschappelijke organisaties, anderzijds heeft de samenleving de neiging om alles wat er misgaat in het maatschappelijke domein in de schoenen van de overheid te schuiven.

Hoe dan ook zal de positie van de samenleving aan kracht moeten winnen. Bij Circulair Beleid Maken kiezen we voor een benadering van onderop vanuit de idee dat de soevereiniteit bij het volk berust. Dat betekent ook iets voor de positie van de overheid. Daar komen we later op terug.

In onderstaande afbeelding hebben we de positie van de samenleving al krachtiger (rond van vorm) neergezet.


18 december 2017

Circulair Beleid Maken is een duurzaam proces

Circulair Beleid Maken is een duurzaam proces dat voorkomt dat er tijd en energie worden verspild en beleidsafval wordt geproduceerd; alle stappen in het proces leveren toegevoegde waarde.

Bij de traditionele vorm van beleid maken zien we een lineair proces. Een proces waarbij de aanwezige kennis van de overheidsorganisatie centraal staat dan wel waarbij kennis wordt ingehuurd. De samenleving mag pas wat vinden als de overheid eerst haar mening heeft geformuleerd. Dat leidt bijna altijd tot meningsverschillen, die niet worden overbrugd. Dat heeft geen toegevoegde waarde en is verspilling van energie.

Onderstaande tekening laat zien waar beleidsafval en verlies van energie zitten. Het gaat om de punten 2, 5, 6, 8 en 10. Die zullen we – wellicht wat zwart-wit – hieronder toelichten.

Het politieke systeem bij Lineair Beleid Maken


1. De samenleving zendt signalen uit. Signalen die iets zeggen over hoe burgers aankijken tegen maatschappelijke vraagstukken, positief of negatief. Mensen uiten zorgen of zijn zelfs bang voor ontwikkelingen. Maar misschien valt het reuze mee. Hoe dan ook, als er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een (breed) gedeelde opvatting over de onwenselijkheid van een bestaande situatie in het maatschappelijke domein, dan is het aan de overheid om daar iets mee te doen.

2. Er zijn signalen uit de samenleving die niet door de overheid worden opgemerkt, dan wel onvoldoende serieus worden genomen. Dat is spijtig, want zo worden gevoelde problemen niet aangepakt. Dat leidt tot onvrede. In het gunstigste geval lossen de betreffende problemen zich in de loop der tijd zelf op.

3. Een deel van de signalen wordt wel opgepikt en gaat als input de overheidsorganisatie binnen.

4. In die organisatie worden werkzaamheden verricht om de signalen om te zetten in beleid, er worden wetten geformuleerd en financiële middelen gealloceerd; bovendien vindt er politieke besluitvorming over plaats.

5. Er worden ook activiteiten verricht die van generlei toegevoegde waarde zijn. Dat valt onder de noemer bureaupolitiek.

6. Ook worden er regels en protocollen bedacht die contraproductief werken: onnodige bureaucratisering.

7. De producties 4. en 6. verlaten de organisatie in de vorm van beleid en/of algemeen verbindende regels en/of financiële impulsen. We noemen dat ook wel de output.

8. Een deel van die output bereikt de samenleving niet, zoals subsidiepotjes die niet worden aangesproken.

9. Een ander deel bereikt de samenleving wel en leidt tot maatschappelijke effecten: de outcome.

10. Een deel van de overheidsproductie dat de samenleving bereikt zijn maatregelen waar de samenleving nooit om heeft gevraagd: de opgedrongen output.

11. Een ander deel van de beleidsmaatregelen heeft geleid tot gewenste maatschappelijke resultaten. De samenleving zal daar iets van vinden en daar vervolgens signalen over uitzenden.

En daarmee is de cirkel rond, althans zo lijkt het. Je kunt nauwelijks spreken van een cirkel als je ziet wat er in de punten 2, 5, 6, 8 en 10 mis gaat. Dat komt doordat de start van de beleidscyclus bij de overheid ligt en niet bij de samenleving. De politiek hoort wat het wil horen en de politiek bepaalt de agendering. Over alles wat de overheidsorganisatie verlaat heeft de politiek ook nog het laatste woord.

Het vastgestelde beleid, inclusief regelgeving wordt over de samenleving uitgestort zonder dat iemand zich daar nog verder om bekommert. Er wordt zelden gemonitord en geëvalueerd en al helemaal niet bijgestuurd. Daarmee begint en eindigt het proces bij de overheid: een lineair proces dus. Een proces waarin veel tijd en energie verloren gaat en voor een deel aan de verkeerde dingen wordt besteed.

Dit ligt allemaal anders bij een circulair proces. Hoe? Daar gaan we het in de volgende Blogs over hebben. Natuurlijk beginnen we dan bij de samenleving.

4 december 2017

Powered by WishList Member - Membership Software