Geef ruimte aan de oceanen

Dan kan de stijgende zeespiegel omlaag

© Dr. Leo Klinkers (leoklinkers@me.com)
Federal Alliance of European Federalists (FAEF)
© Dr. Emile Glans van Essen (Emile.vanEssen@worldsustainabilityfund.org)
World Sustainability Fund, World Federalist Movement Netherlands (WFBN)

The Hague, The Netherlands
7 October 2019

Inleiding

Klimaatmaatregelen gaan uit van het bestrijden van de oorzaken van temperatuurstijging en helpen om de zeespiegelstijging af te remmen. Maar we weten niet in welke mate; evenmin hoe lang dat duurt. Ondertussen lopen de leefomgevingen van 500 miljoen mensen gevaar door het stijgende water. Om dit niet lijdzaam af te wachten stellen wij voor om de oceanen meer ruimte te geven op strategische plaatsen op onze planeet. Het lijkt een ongelooflijk verhaal, maar berekeningen laten zien: door nieuwe zeeën te graven, kan de stijging van de zeespiegel ongedaan worden gemaakt.

Hoe dan?


In Nederland worden overstromingen van rivieren voorkómen door ze ruimte te geven. Bijvoorbeeld met de aanleg van overstroomgebieden. In de afgelopen tien jaar is daarvoor het omvangrijke programma Ruimte voor de Rivier uitgevoerd. Het is mogelijk om volgens dezelfde denkwijze de stijging van de zeespiegel te stoppen en zelfs ongedaan te maken. Wereldwijd graven we gaten. Die laten we vollopen met oceaanwater. Wetenschappelijke berekeningen die zo meteen volgen laten zien dat het mogelijk is om op die manier de stijging van de zeespiegel ongedaan te maken.

Niet mee eens? Dit zijn de spelregels


We bevinden ons in het domein van de wetenschap. Wij nemen een standpunt in, onderbouwd met een argumentatie en het daarbij horende cijferwerk. Wie het daar niet mee eens is wordt uitgenodigd om de juistheid van de argumentatie en het cijferwerk te weerleggen. Dat eist wet nr. 1 van de wetenschapsmethodologie. Opmerkingen in de trant van ‘dit is niet betaalbaar’ of ‘daar krijg je geen politiek draagvlak voor’ of ‘wat je zegt klopt gewoon niet’ liggen buiten de wetenschappelijke orde. Alleen een weerlegging van de argumentatie en cijfers – vastgelegd op papier zodat een en ander kan worden geverifieerd – is geldig. Zeggen dat u geen zin of tijd heeft om het allemaal uit te zoeken en op te schrijven krijgt het antwoord van wet nr. 2 van de wetenschapsmethodologie, luidend “Meningen verkondigen kan iedereen, maar als je het niet kunt opschrijven, dan geldt het niet.”

Vragen?


Aantonen dat je met het geven van ruimte aan de oceanen de stijging van de zeespiegel kunt oplossen is het enige doel van dit artikel. Natuurlijk rijzen er vragen over de uitvoerbaarheid daarvan. En over de effecten, gewenste en wellicht ongewenste. Die vragen benoemen wij, maar kunnen ze niet beantwoorden. Zij liggen op het terrein van andere wetenschappers. De belangrijkste vragen volgen straks, met een oproep aan andere wetenschappelijke groeperingen om de antwoorden te bedenken.

Bereidheid?


Het enige wat wij nu vragen is de bereidheid om kennis te nemen van een onvermoede oplossing voor het probleem van de stijging van het zeewater. Zonder meteen te roepen dat het onuitvoerbare flauwekul is. De regelmatig terugkerende alarmsignalen over de bedreigingen als gevolg van de stijging van het zeewater legitimeren om even rustig te lezen hoe de oplosbaarheid van dit probleem – naast de onvoorwaardelijke continuering van de klimaatakkoorden – in elkaar zit.

Waar heeft de aarde mee te maken?

Het probleem veronderstellen wij als bekend: door de uitstoot van CO2 hebben we te maken met wereldwijde temperatuurstijging, waardoor het poolijs smelt, de zeespiegel stijgt en veel land onder water gaat verdwijnen. Daardoor loopt het leven en de leefbaarheid van miljoenen mensen gevaar. Alsook de vernietiging van woningen, gebouwen en infrastructuur.

Klimaatakkoorden gaan uit van het bestrijden de oorzaken van de temperatuurstijging. Dat is een prima zaak. Maar we weten niet of daarmee het smelten van het ijs kan worden vertraagd of zelfs gestopt. We weten evenmin hoe lang het gaat duren voordat we van deze aanpak positieve effecten kunnen verwachten. Maar we weten wel dat de zeespiegel zal stijgen als het niet lukt om die twee punten beheersbaar te maken. We weten ook dat in dat geval veel mensen hun leefgebied zullen kwijtraken. Daarom het voorstel om een aanpak te kiezen die op korte termijn de stijging van de zeespiegel geheel oplost: geef ruimte aan de oceanen door woestijnen te openen voor het zeewater.

Wij beperken ons nu tot de beschrijving van een rekenmodel voor de positieve effecten van het openen van één woestijn als overstroomgebied voor de oceanen: de Sahara. Uiteraard kan de omvang van het vereiste overstroomgebied worden verdeeld over een aantal woestijngebieden wereldwijd. Maar door de Sahara als voorbeeld te nemen is het gemakkelijker om te begrijpen waarom een dergelijke kolossale ingreep een kolossaal resultaat oplevert.

Hoe zit de berekening in elkaar

Strikt genomen gaat het slechts om één vraag: hoeveel kubieke meter woestijn moeten we uitgraven om de stijging van de zeespiegel te stoppen en zelfs te laten dalen? Omdat er nog steeds onzekerheid is over de precieze mate van stijging van de warmte – en het dus ook niet bekend is hoe hoog de stijging van de zeespiegel gaat uitpakken – laten wij met cijfers zien wat de gevolgen zijn van een stijging van de temperatuur met 1,5 tot 4 graden Celsius. Met bandbreedten voor de noodzakelijke diepten en voor de aantallen mensen wier leefbaarheid in gevaar komt. Wij baseren de becijfering op het rapport ‘Mapping Choices. Carbon, Climate, and Rising Seas. Our Global Legacy’ (Climate Central, November 2015).

  • Bij een stijging van de temperatuur met 1,5 graad Celsius stijgt de zeespiegel met 2,9 meter, met bandbreedten van 1,6 tot 4,2 meter. Het vernietigt het leefgebied van 137 miljoen mensen, met bandbreedten van 51 tot 291 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 2 graden stijgt de zeespiegel met 4,7 meter, met bandbreedten van 3,0 tot 6,3 meter. Het vernietigt het leefgebied van 280 miljoen mensen, met bandbreedten van 130 tot 458 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 3 graden stijgt de zeespiegel met 6,4 meter, met bandbreedten van 4,7 tot 8,2 meter. Het vernietigt het leefgebied van 432 miljoen mensen, met bandbreedten van 255 tot 597 miljoen.
  • Bij een stijging van de temperatuur met 4 graden stijgt de zeespiegel met 8,9 meter, met bandbreedten van 6,9 tot 10,8 meter. Het vernietigt het leefgebied van 627 miljoen mensen, met bandbreedten van 470 tot 760 miljoen.

De veronderstelling dat een stijging van de temperatuur met 4 graden geen reëel beeld van de toekomst biedt wordt in wetenschappelijke kringen niet gedeeld. Op sommige plekken in de wereld kan de stijging zelfs meer dan 4 graden bedragen.

Hoe groot en diep moet dat gat zijn?

Wij herhalen nogmaals: dit is alleen een voorbeeld voor het graven van één groot meer in de Sahara. Als we ook meren graven in andere woestijnen hoeft dat gat in de Sahara niet zo groot te zijn. Het gaat hier alleen om de vraag: welke omvang moet het totale graafwerk hebben om de stijging van de zeespiegel radicaal op te lossen?

Welnu, met een meer ter grootte van 50% van de oppervlakte van Amerika is het probleem opgelost. Dat omvat 4.917.000 km2. Naar boven afgerond: 5 miljoen vierkante kilometers.

De andere vraag is: hoe diep moet dat meer dan zijn? Dat hangt af van de mate van stijging van de temperatuur op aarde. Bij stijging van slechts 1,5 graad Celsius kan worden volstaan met een diepte van 200 meter. Maar als de temperatuur onverhoopt stijgt met 4 graden dan moet het 800 meter diep zijn.

Meer of minder meters graven?

Net zoals het geval zal zijn met andere woestijnen ligt de Sahara boven de zeespiegel. Daar waar het graafwerk moet plaatsvinden op bijvoorbeeld honderd meter boven de zeespiegel moet dus meer worden afgegraven dan alleen de diepte van tweehonderd tot achthonderd meter. Er zijn echter ook woestijnen die beneden de zeespiegel liggen. Bijvoorbeeld de Danakil Depression in Ethiopië. Die ligt 125 meter beneden de zeespiegel. Dit gebied is ook bekend als de heetste plek op aarde en als de wieg waar de eerste mensen werden geboren. Zij ligt naast de Afar Triangle waarvan het diepste punt niet minder dan 155 meter onder de zeespiegel ligt.

Wat zijn de te verwachten positieve neveneffecten?

Eerst de vragen over positieve neveneffecten. Straks de vragen die met de uitvoerbaarheid te maken hebben.

Vergroening

Het zoute zeewater verdampt en komt in de vorm van zoet regenwater naar beneden. Het is bekend dat de woestijnbodems eeuwenlang zaad bewaren. Zodra het gaat regenen ontkiemt het. Dat maakt de woestijn weer groen. Dat effect is groter als men niet kiest voor één groot meer maar een aantal kleinere meren, gevoed door kanalen, waarbij men aan het begin van elk kanaal voorzieningen kan treffen om plastic op te vangen. Door niet te kiezen voor één groot meer, maar een aantal kleinere, gevoed door kanalen vanuit zee, is het vergroeningseffect effectiever omdat tussen de kanalen en meren land ligt in plaats van water.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de stelling over de vermeende vergroening juist is? Zo ja, in welke woestijnen kan dat effect het grootste zijn, in welke mate/soort en met welke snelheid?
Wonen en werken

Het vergroenen van woestijnen biedt openingen voor landbouw en veeteelt. Maar ook voor industrieën, visvangst en onderzoek naar de mineralen die bij het graven naar boven komen. Het uitgegraven woestijnmateriaal kan worden ingezet voor het bouwen van zeeweringen elders in de wereld waar vloedgolven door een   tsunami en orkaanwinden overstromingen veroorzaken. Met de aanleg van dorpen en de creatie van werkgelegenheid kan de uitstroom van immigranten naar Europa worden getemperd.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de vermeende vergroening van woestijnen inderdaad nieuwe mogelijkheden creëert voor wonen, werken, industrie? En of dit de migratieproblematiek verlicht.
Afkoeling

Het vergroenen van woestijnen – versterkt door een slimme spreiding van meerdere meren en kanalen – zal de wereldtemperatuur doen dalen. Het is een feit dat steden in warme gebieden koeler worden naarmate men meer groen in de stad creëert. Door in hete woestijnen ruimte te geven aan de oceanen wordt de grootste dreiging – te weten de stijging van de temperatuur – gebruikt om het omgekeerde te realiseren: afkoelen van de aarde. Dat is ‘van de veroorzaker de oplosser maken’.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of vergroening van woestijnen inderdaad verkoeling oplevert; zo ja hoeveel en in welk tempo?
Reparatie poolijs

Hoe groot die afkoeling kan zijn is onbekend. Ook weten wij niet of die afkoeling voldoende is om het poolijs weer te laten aangroeien. Daarover zijn geen cijfers beschikbaar. Het gaat hier alleen om de vaststelling dat met het graven van één of meer meren met in totaal de omvang van 5 miljoen vierkante kilometers en een diepte van 200 tot 800 meter niet alleen de stijging van de zeespiegel radicaal verdwijnt, maar wellicht ook de temperatuurstijging kan stoppen en misschien zelfs kan afnemen wegens de creatie van meer groen, wat tegelijk het absorptievermogen van CO2 vergroot.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of afkoeling als gevolg van vergroening van woestijnen een zodanig effect kan effect dat het – door verhoging van het absorptievermogen van CO2 – de temperatuurstijging tempert en daarmee het smelten van het poolijs vertraagt of misschien zelfs stopt?

Wij laten het bij deze vragen met betrekking tot te verwachten positieve neveneffecten.

Andere woestijnen

Naast de Sahara kunnen ook andere woestijnen worden ingezet zijn: de Grote Arabische woestijn (West Azië, 2.330.000 km2), de Gobi woestijn (Azië, 1.300.000 km2), de Kalahari woestijn (900.000 km2), de Grote Victoria woestijn (Australië, 647.000 km2). Door het spreiden van het aantal meren en aanvoerkanalen over ook andere delen van de wereld zijn er wellicht meer geschikte locaties te vinden met minder effecten op klimaat-gerelateerde zaken zoals bijvoorbeeld windstromen.

Wij gaan kortheidshalve voorbij aan oplossingen zoals het gebruik van gronden die gemakkelijk zeewater zouden kunnen absorberen, en de inzet verlaten mijnen en ondergrondse parkeergarages. Ook het gebruiken van bestaande meren die langzaam droog komen te liggen – het Aral meer en sommige meren in China en Afrika – laten wij nu buiten beschouwing. Het gaat in dit artikel uitsluitend om de vraag: kunnen we door middel van ruimte geven aan de oceanen de stijging van de zeespiegel wegwerken, ja of nee? Het antwoord is: ja, dat kan.

Meer CO2 en stikstof?

Het werk zal moeten geschieden met de inzet van machines die CO2 en stikstof produceren. En aldus bijdragen aan de opwarming van de aarde en de productie van fijnstof. Door dergelijke machines te laten werken op basis van zonne-energie – een nieuwe industrie – wordt dat voorkomen. Op die werkplekken is er zon genoeg.

Wat zijn belangrijke vragen over uitvoerbaarheid en mogelijke negatieve neveneffecten?

Nu komen de vragen in relatie tot de uitvoerbaarheid. Er moet ook een antwoord komen op mogelijke negatieve neveneffecten.

Stromingen, winden, planten en vissen

Het is vooralsnog niet bekend welke effecten een dergelijke grootschalige opening van een of meer woestijnen heeft op het vlak van zeestromen, passaatwinden, orkanen en het regelmatig terugkerend verschijnsel El Niño. Noch wat het effect kan zijn op het leven onder water: de planten en vissen.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een negatieve invloed heeft op stromingen en winden? En zo ja, welke?
Verzilting en grondwater

Ook is niet bekend wat de effecten zouden kunnen zijn van verzilting in de omgeving van het binnengestroomde oceaanwater. Noch het effect op het grondwaterpeil.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een negatieve invloed heeft op verzilting en het grondwater? En zo ja, welke?
Zand

Een ander onzeker element is de aard van het zand in, bijvoorbeeld, de Sahara. Dat is door eeuwenoude erosie rond geslepen en zakt in elkaar als je het opstapelt. Kanalen en meren graven is één ding, zorgen dat de wanden daarvan niet ineenzakken is iets anders. Er zullen dus speciale beschoeiingsvoorzieningen nodig zijn om de wanden intact te houden. Zoals bijvoorbeeld een uitvinding die het mogelijk maakt Saharazand te verwerken in beton. 

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee bijzondere problemen met zich meebrengt op het punt van het te verrichten graaf- en beschoeiingswerk. En zo ja, welke?
Zoet water

Met graven tot diepten van 200 tot 800 meter kan men stuiten op ondergrondse waterreservoirs. We weten niet hoe het zoute en zoete water zich dan gaat gedragen, met dien verstande dat wel bekend is dat zout water zwaarder is en naar de bodem gaat zakken. Maar als daadwerkelijk zoetwaterreservoirs worden aangeboord betekent dat verlies van het vereiste aantal kubieke meters woestijn dat weggegraven moet worden om de vereiste daling van de zee te realiseren. 

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe moet worden opgetreden als men bij het graafwerk stuit op zoetwaterreservoirs?
Eigendomsrechten en geopolitieke spanningen

Nog een onzeker aspect is de vraag of landen die eigenaar zijn van een (deel van een) woestijn bereid zijn om aan een dergelijk project mee te werken. We weten ook niet of de idee van een dergelijke operatie geopolitieke spanningen kan oproepen.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee onoverkomelijke juridische vraagstukken inzake eigendomsrechten en wellicht geopolitieke spanningen oproept? En zo ja, welke?
Mineralen

Een vraag die voortkomt uit de vorige heeft te maken met het feit dat in de bodem van woestijnen niet alleen zaad zit. Ook kostbare mineralen. Wie mag zich daarvan de eigenaar noemen?

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe moet worden omgegaan met de opbrengst van mineralen die bij het graafwerk tevoorschijn komen?
Verlies van leven

Wij weten niet wat het effect is voor het leven van mensen, planten en dieren die zich in die woestijnen bevinden als er een of meer watermassa’s worden aangelegd. Het behoud van de soms eeuwenoude cultuurhistorische waarde van (het leven in) woestijnen komt in een vergelijking te staan met de waarde van het leven en de leefbaarheid van – mogelijk – meer dan 500 miljoen mensen. Hier staan overheden voor dezelfde afwegingen als in de gevallen waarin dorpen moeten verdwijnen ten gunste van de aanleg van stuwmeren die elektriciteit moeten opwekken.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag of de uitvoering van dit idee een zodanige negatieve invloed heeft op het leven van mensen, planten, dieren en op cultuurhistorische waarden dat men dit idee moet laten rusten?
Graafwerk

Zelfs als het graafwerk wordt gespreid over meerdere woestijnen gaat het om de aanleg van zeer omvangrijke gaten. De vraag die dan rijst is: wie kan dat aan? Canada beschikt over de beste mijnbouwers ter wereld. Die schrikken niet terug voor het graven van immens grote gaten. Maar natuurlijk zal de uitvoering van zulk werk een kwestie van samenwerking tussen mijnbouwers en daaraan gelieerde beroepen moeten zijn.

  • Welke wetenschappelijke groepering kan antwoord geven op de vraag hoe de uitvoering van het graafwerk georganiseerd zou moeten worden?
Kosten

Wij weten niet wat een dergelijke ingrijpende operatie zal kosten. Er is weliswaar sprake van de mogelijkheid dat er een wereldwijde CO2 – heffing voor bedrijven komt, maar of dat doorgaat is niet bekend, noch wat dat zou kunnen opleveren voor de bekostiging van het geven van ruimte aan de zee zoals hier beschreven.

  • Wie kan antwoord geven op de vraag hoeveel een dergelijke operatie zal kosten en of dit betaald kan worden uit de opbrengsten van de CO2 – heffing voor bedrijven?

Wie zou dit moeten leiden?
Een dergelijke operatie zou geleid moeten worden door de instantie die het Klimaatakkoord van Parijs heeft gerealiseerd. In nauwe samenwerking met de Verenigde Naties en met de Europese Unie. Klopt deze veronderstelling? Zo ja, wie kan dit dan regelen? Zo nee, wie zou dan de leiding moeten hebben?

Oproep aan wetenschappers
Wij roepen wetenschappers die zich met dit onderwerp bezighouden op om informatie te leveren over de vragen die wij formuleerden.

Powered by WishList Member - Membership Software