Déjà-vu-gevoel

Ik heb naar aanleiding van mijn bericht van vorige week ‘Luisteren, hoe moeilijk is dat?’ diverse reacties ontvangen, waaronder die van Jan; hij meldde het volgende: ‘De politieke realiteit lijkt er vooral op gericht te zijn dat politici die op een bestuurderspositie zijn beland een ‘monument’ voor zichzelf willen optrekken. De decentralisatie van de jeugdzorg is
slechts één van deze ‘monumenten’.’ 

Zo ken ik uit mijn eigen praktijkervaringen ook nog voorbeelden, waarbij het lokale beleid vanuit Den Haag wordt gedicteerd.

Ik was enkele decennia geleden binnen een gemeente ambtelijk betrokken bij het Grote Stedenbeleid. De betreffende gemeenten kregen van het rijk het verzoek om middellange termijnvisies op te stellen. Op basis van diverse criteria kregen gemeenten sommen geld in het vooruitzicht gesteld. Het rijk bepaalde daarmee de speelruimte.

Een jaar later deed het Centraal Planbureau onderzoek naar de kwaliteit van de gemeentelijke visies. Wat bleek? Al die visies waren een pot nat. Als je de specifieke gemeentelijke verwijzingen zou weglaten, zou je niet in staat zijn om te bepalen welke visie bij welke gemeente hoorde. Dat klinkt onthutsend en is tegelijkertijd verklaarbaar: elke gemeente schreef zijn verhaal toe naar de financiële worsten die de rijksoverheid door middel van de toetsingscriteria had voorgehouden.

Alle gemeenten maakten dezelfde fout: niet luisteren naar de eigen samenleving, maar wel naar his masters voice.

Maar gelukkig bood Den Haag hulp. Er werd een club van wijze mannen en vrouwen in het leven geroepen, die de gemeenten konden steunen in het realiseren van hun opgave. De kwartiermaker kwam bij me langs om te polsen of mijn gemeente belangstelling had.

Ik heb hem vriendelijk bedankt voor het aanbod. Oei, dat was tegen het zere been. Later bleek tijdens een plenaire vergadering dat ik de enige weigeraar was. De andere 18 gemeenten waren heel erg ingenomen met het initiatief.

Ik vermoed dat de andere collega’s het ook niet zagen zitten. Maar ja, durf maar eens nee te zeggen tegen de rijksoverheid. Hoe dan ook, de club van wijze mensen is nooit van de grond gekomen.

En dan krijgen we nu de Wet inburgering die de gemeenten per 2021 verantwoordelijk maakt voor het begeleiden van nieuwkomers, zodat zij zo snel mogelijk meedoen in de samenleving.

En dan denk ik ‘daar gaan we weer’. Het rijk maakt een zeer complex stelsel, daterend uit 2013. Daarin loopt het vast. Vervolgens bedenkt men dat gemeenten dat beter kunnen en wordt de zaak over de spreekwoordelijke schutting gegooid, maar niet voordat het stelsel nog bureaucratischer wordt gemaakt. En jawel, de gemeenten krijgen ondersteuning via Divosa, die mede-architect is van het inburgeringsstelsel.

De VNG waarschuwt minister Koolmees al dat voorkomen moet worden dat het nieuwe systeem onuitvoerbaar wordt wegens gebrek aan financiën of perverse prikkels in het systeem.

Heb jij toevallig ook dat déjà-vu-gevoel?

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Powered by WishList Member - Membership Software