december 26

0 comments

Blog 7b – De tweede mythe: politici zijn zakkenvullers

By Peter Hovens

december 26, 2018


In dit drieluik bespreek ik drie mythes. De eerste luidde ‘ambtenaren zijn lui’, de volgende gaat over ‘burgers zijn achterlijk’. 

Nu gaat het over een uitspraak, die we allemaal wel eens hebben gehoord: ‘politici zijn zakkenvullers’.

Als ik naga wanneer dit wordt geroepen dan is dat binnen een context waarbij degene die deze uitspraak doet boos is. Boos op politici die besluiten nemen die onbegrijpelijk zijn of onwaarachtige uitspraken doen of beloften schenden, enzovoort. 

Maar eigenlijk is men boos, omdat politici er onvoldoende blijk van geven te begrijpen hoe de leefwereld eruitziet. Ze snappen niet dat beslissingen voor sommigen pijnlijke gevolgen hebben. Of ze leggen onvoldoende uit waarom de betreffende beslissing nodig is ‘in het algemeen belang’.

Dat gevoel van onbehagen van die boze burger is dus wel te begrijpen. Maar daarmee klopt de stelling over zakkenvullers nog niet. Mijn ervaring is in ieder geval dat volksvertegenwoordigers, zoals gemeenteraadsleden, geen zakkenvullers zijn. Ze krijgen een bescheiden vergoeding en verzetten daarvoor veel werk. Menig uur per week wordt in het raadswerk gestopt. Als je dat omrekent per uur dan kunnen ze beter een krantenwijk nemen.

Maar waarom ziet de boze burger dit niet? Gewoon, omdat het raadswerk onzichtbaar is. Ga maar eens na waar volksvertegenwoordigers hun tijd aan spenderen. De meeste tijd gaat zitten in het lezen van allerlei documenten en het urenlang vergaderen hiervoor. 

In sessies die ik met raadsleden doe vraag ik altijd naar hun tijdsbesteding. Het is telkens hetzelfde liedje. De contactmomenten met de burgers vallen in het niet bij de inspanningen die worden geleverd in het vergadercircuit. Logisch dat mensen niet zien dat raadsleden hard werken.

Het is de vraag wie je dit moet aanrekenen: de burger of het raadslid?

Raadsleden hebben drie taken: het volk vertegenwoordigen, het stellen van kaders en het controleren van de uitvoering. 

Bij de eerste taak pikt het raadslid signalen op uit de samenleving en beoordeelt hij of hij er politiek iets mee moet.

Bij de tweede taak geeft hij zijn visie over hoe met de signalen om te gaan. Hij formuleert een opdracht richting de uitvoerders (college van B&W) om ermee aan de slag te gaan.

Bij de derde taak controleert hij of de uitvoering adequaat ter hand is genomen.

Let op, de volgorde van deze drie taken is essentieel. Je kunt pas goed controleren als de kaders helder zijn gesteld. Je kunt de kaders pas formuleren nadat je uitvoerig contact met de samenleving hebt gehad.

Met andere woorden, de basis van het raadswerk ligt bij het onderhouden van contacten met de samenleving en laat nu net dát onderdeel het ondergeschoven kindje zijn.

Ik mijn boek ga ik uitgebreid in op de wijze waarop raadsleden (maar ook statenleden en leden van de Tweede Kamer) een nieuwe balans kunnen vinden. Hard blijven werken, maar dan anders. Dat vergt een hele cultuuromslag, dat kan ik alvast verklappen.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Wil je elke week een seintje ontvangen als ik een nieuw blog heb gepubliceerd? Schrijf je dan in.

Peter Hovens

About the author

Peter is bestuurskundige en werkt als consultant voor de (semi-)overheid. Peter is gespecialiseerd in het leiden van veranderingsprocessen, waarbij het grondvlak van de samenleving steeds het vertrekpunt is.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

You might also like

Ontvang de nieuwe  blogs via e-mail