Archive Monthly Archives: mei 2019

Een federaal Europa is geen transferunie

Leo Klinkers. 25 mei 2019
Federal Alliance of European Federalists

De Europese Unie heeft enkele lidstaten die niet bereid – of niet in staat – zijn hun budgettaire verplichtingen na te leven. Daarom zijn er financiële transfers van rijke naar arme lidstaten. Tegenstanders van een federaal Europa baseren hun mening op de stelling dat een federale staatsvorm die financiële transfers zou versterken. Welnu, precies het omgekeerde is waar. Juist met het oprichten van een federaal Europa kan er een correct einde komen aan de huidige conflictueuze situatie van de financiële noord-zuid transfers.

Om dit te begrijpen moeten we terug naar 1787, de creatie van de Verenigde Staten van Amerika. Na de Declaration of Independence van 1776 sloten de dertien voormalige kolonies een confederatie op basis van een verdrag en bouwden ze elk hun eigen staat op. Dat bleek geen succes. Ze hadden geen geld, geen goed bestuur, geen sterke buitenlandse betrekkingen en geen gezamenlijke verdediging tegen externe dreigingen. Na elf jaar bleek dat het confederale verdrag niet in staat was om de toenemende onderlinge spanningen te voorkomen of op te lossen.

In 1787 begon een groep van vijfenvijftig personen in de Conventie van Philadelphia aan een wettelijke opdracht van het confederale Congres om de fouten in dat verdrag te repareren. Na twee weken kwamen ze tot de conclusie dat dit niet mogelijk was omdat het verdrag zelf de oorzaak was van hun interne conflicten en van hun zwakke geopolitieke positie. Net zoals nu in de EU het geval is met Verdrag van Lissabon.

De Conventie besloot op eigen gezag het verdrag in de prullenbak te gooien en maakte de eerste federale constitutie ter wereld. In plaats van uiteenvallen werden het uiteindelijk vijftig soevereine staten, verbonden door een federale constitutie, met een onmiskenbare sterke geopolitieke positie.

Om bij de burgers van de dertien conflicterende staatjes draagvlak te verwerven voor toetreding tot de federale unie legde de Conventie van Philadelphia de federale constitutie eerst ter ratificatie voor aan de burgers zelf. Door de burgers zelf de constitutie te laten ratificeren sloot men zo dicht mogelijk aan bij Rousseaus begrip van ‘volkssoevereiniteit’. Binnen twee jaar hadden de burgers van de dertien staatjes de federale constitutie geratificeerd. 

Geld speelde daarbij een belangrijke rol. Artikel VI van de voorgelegde constitutie bepaalde namelijk dat de staten die tot de federatie zouden toetreden verlost zouden worden van hun schulden. Die zouden vanaf dat moment de schulden van de federatie zijn: een eenmalige vereffening van de schulden. Maar na toetreding tot de federatie zouden ze voortaan zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen financiën. Het was tevens een signaal aan de crediteuren dat de schulden zouden worden afgelost.

Terzijde: deze eenmalige schuldvereffening hebben Herbert Tombeur en ik opgenomen in ons ontwerp van een federale constitutie voor Europa. Ik verwijs daarvoor naar onze European Federalist Papers en naar mijn boek http://www.faef.eu/trailer/.

Dit roept natuurlijk de vraag op: waar moet de federatie het geld vandaan halen om die schulden van de deelnemende staten over te nemen? In Amerika is dat indertijd gelukt door het werk van Alexander Hamilton, een van de drie auteurs van de Amerikaanse Federalist Papers en spoedig na ratificatie van de constitutie de Minister van Financiën van de federatie. Hamilton slaagde door de enorme schuldenberg niet te zien als een probleem maar als een voordeel. Met onder andere handige belastingmaatregelen waaronder heffingen op luxegoederen zoals drank, de verkoop van gronden en invoerheffingen kreeg hij ondanks de aanvankelijke weerstanden voldoende geld binnen om de schulden weg te werken. Het lukte hem om ook een nationale bank in het leven te roepen ter stabilisering van de nationale kredietpositie en om een actieve rol te spelen in het stimuleren van de economie. Het huidige federale Amerika bezit ongeveer 24% van het gezamenlijke nationaal inkomen van alle lidstaten. De EU slechts 1%. Dat geeft een idee van de financiële slagkracht van het federale deel van Amerika.

Terzijde: in het Jaarverslag 2012 heeft de nationale bank van Nederland in paragraaf 1.5 helder uiteengezet waarom en hoe het federale stelsel in Amerika in staat bleek de bancaire en economische crisis na 2008 spoedig onder controle te krijgen. Door het intergouvernementele geknoei van de EU zijn we nog lang niet uit de problemen, creëren de financiële transfers van noord naar zuid toenemende conflicten en is de EU niet weerbaar tegen een mogelijke nieuwe mondiale financiële crisis. 

Een eenmalige vereffening van de schulden van lidstaten – conform het Amerikaanse voorbeeld – maakt het aantrekkelijk om toe te treden tot een Europese federatie. Het herstelt de fout die gemaakt is bij het Verdrag van Maastricht in 1992 om de Euro te creëren zonder een federaal fundament en het maakt tevens een einde aan de ruzie tussen rijke EU-lidstaten die steeds minder zin hebben om geld te stoppen in de bodemloze putten van arme lidstaten die zich niet wensen te houden aan de budgettaire verplichtingen krachtens het Verdrag van Lissabon en nadere overeenkomsten. Het zijn overigens niet alleen de arme landen die zich niet aan hun budgettaire plichten houden. Door zo’n eenmalige vereffening is een federaal Europa dus geen transferunie. 

Men kan tegenwerpen dat met die vereffening de arme landen een bonus krijgen voor hun slechte budgettaire gedrag. Maar dat is de prijs die Europa betaalt voor het nalaten om bij het Verdrag van Maastricht reeds deze maatregel in te voeren. Dan hadden we die financiële ellende niet gehad.  

Het benodigde federale budget kan uit drie bronnen komen: 1) uit invoerheffingen door het bestaande systeem aan te passen aan een federaal stelsel, 2) uit federale belastingen onder gelijktijdige verlaging van nationale belastingtarieven en 3) uit invoering van de Spahn-tax op federaal niveau. De Spahn-tax is een verbeterde, maar nog niet ingevoerde, versie van de verworpen Tobin-tax, een vorm van belastingheffing op geldtransacties om de vluchtigheid van wisselkoersen in bedwang te houden. 

Terzijde: in 2004 heeft de ECB een voorstel van België om de Spahn-tax in België in te voeren verworpen op grond van de overweging dat het in strijd zou zijn met het Verdrag van Lissabon. In mijn voorstel – de Spahn-tax invoeren als een van de bronnen voor een federaal budget – is er geen sprake meer van een Verdrag van Lissabon en zou deze vorm van belastingheffing kunnen bijdragen om een einde te maken aan de ongelijke verdeling van de financiële lasten tussen de lidstaten. 

Het zou interessant en nuttig zijn om een debat op gang te brengen over het creëren en verbeteren van de middelen voor een federale begroting van de Verenigde Staten van Europa. En over het federale financiële stelsel, om dit fundamentele debat te stimuleren.

Wij zouden ons in dit verband moeten laten leiden door een uitspraak van Romano Prodi, President van de Europese Commissie van 1999 tot 2004 en Premier van Italië van 2006 tot 2008: “Great reforms will make a great Europe.” 

Het ‘Europa van de burgers’

Leo Klinkers, 06-06-2019
Federal Alliance of European Federalists (FAEF)

Introductie
De recente verkiezing van het nieuwe Europese Parlement wordt in de media gekarakteriseerd als een schreeuw van ‘het Europa van de burgers’. Dat slaat zowel op de burgers die Europa een warm hart toedragen, als op hen die het afwijzen. Maar beide partijen willen hun eigen versie van ‘het Europa van de burgers’ anders uitwerken. De tegenstanders zoeken de weg van een ingrijpende ontmanteling van de Europese Unie, terug naar de natiestatelijke anarchie van vorige eeuwen met hun onvermijdelijke oorlogen. De voorstanders bepleiten een ingrijpende vernieuwing van Europese samenwerking met betere verbondenheid, veiligheid en voorspoed.

Dit artikel biedt de voorstanders van een verenigd Europa een perspectief in de vorm van een Preambule van een federale constitutie voor een Europese federatie. Zij geeft hun versie van ‘het Europa van de burgers’ een ziel en een hart. 

De Preambule
Wij, de burgers van de staten [opsomming van deelnemende lidstaten],

I. Overwegende:

a. dat de door ons hierbij gevestigde federatie van de Verenigde Staten van Europa tot opdracht en taak heeft om ons als burgers te ondersteunen in onze zoektocht naar geluk in vrijheid;

b. dat zij de ondersteuning van onze zoektocht naar geluk behoort te funderen 

  • op rusteloos werken aan het behoud van de diversiteit van alle levensvormen op Aarde, 
  • op onvoorwaardelijk respect voor de diversiteit van wetenschappen, culturen, etniciteiten en geloven van de burgers binnen de federatie, 
  • en op menselijke compassie voor burgers van buiten de federatie die hun geluk willen vinden binnen de Verenigde Staten van Europa;

c. dat zij bij de uitvoering daarvan behoort te getuigen van wijsheid, kennis, menselijkheid, rechtvaardigheid en integriteit, in het volle besef dat zij haar bevoegdheden ontleent aan het volk, dat alle mensen op aarde gelijkwaardig zijn en dat niemand boven de wet staat.

II. Overwegende voorts:

a. dat deze federale constitutie is gebaseerd op de rijkdom van gedachten, overwegingen en wensen van Europese filosofen – en van Europese politiek leiders na de Tweede Wereldoorlog – om Europa te verenigen in een federale staatsvorm;

b. dat het federale stelsel is gebaseerd op een verticale scheiding van bevoegdheden tussen de lidstaten en het federale orgaan waardoor de lidstaten en het federale orgaan soevereiniteit delen; 

c. dat de horizontale scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten (trias politica) zowel op het niveau van het federale orgaan als op dat van de lidstaten wordt gewaarborgd door een hecht stelsel van checks and balances;

III. Overwegende tot slot dat wij – onverlet ons recht om bij verkiezingen de politieke samenstelling van het federale orgaan aan te passen – het onvervreemdbare recht hebben om de overheden van de federatie af te zetten als zij in onze ogen het gestelde onder I en II schenden,

Stellen de volgende artikelen vast voor de constitutie van de Verenigde Staten van Europa,

Artikel 1 ….

Artikel 2 ….

Et cetera

De Memorie van Toelichting van de Preambule

Prealabel 
Uit de aanhef ‘Wij, de burgers van de staten …..’ blijkt dat deze constitutie wordt geratificeerd door de burgers zelf. Zij is dus door, voor en van de burgers van de Verenigde Staten van Europa, conform het adagium ‘All sovereignty rests with the people’. 

De Verenigde Staten van Europa’ bestaan uit de burgers, de lidstaten en het federale orgaan. 

Het is een constitutie en dus geen verdrag. Wanneer landen of regio’s in vrede willen samenleven en door historische bepaalde grenzen moeten samenwerken, maar niettemin hun autonomie en soevereiniteit willen behouden, is een federatie de enige staatsvorm die dat kan garanderen. Met een verdrag kan dat niet. Een verdrag is een instrument voor bestuurders om samen te werken op beleidsgebieden zonder dat reguliere democratische verantwoording wordt afgelegd voor de besluiten die de bestuurders nemen. 

Het feit dat deze constitutie eerst wordt geratificeerd door de burgers en daarna pas door de parlementen van de lidstaten geeft aan dat zij – conform de door Johannes Althusius rond 1600 geformuleerde elementaire aspecten van federalisme – is gevestigd van onderop en niet opgelegd van bovenaf. 

Deze federale constitutie waarborgt het gemeenschappelijk belang van de burgers van de Verenigde Staten van Europa en laat aan de burgers van de te onderscheiden lidstaten en aan de lidstaten zelf de bevoegdheden om hun eigen belangen te dienen. 

Daarom bestaat deze federale constitutie uit een beperkt aantal regels van algemeen verbindende aard. Zij kent geen – door nationale belangen gedreven – uitzonderingen op die algemeen verbindende regels. 

Toelichting op Overweging Ia
De vanzelfsprekende ‘pursuit of happiness’ van de burgers en de opdracht en taak van overheden om de burgers daarbij te ondersteunen is een hoeksteen van de Declaration of Independence (1776) en van de daarna volgende Amerikaanse constitutie (1787-1789), de eerste federale constitutie ter wereld. Dit stond model voor de daarna opgerichte federaties die momenteel 40% van de wereldbevolking huisvesten. De ‘pursuit of happiness’ is daarom ook een hoeksteen van de federale constitutie van de Verenigde Staten van Europa. Onder de zoektocht naar geluk zijn mede begrepen waarden als vrede, veiligheid en sociale zekerheid. 

Toelichting op Overweging Ib
In de eerste plaats geeft deze overweging aan de federatie de opdracht om rusteloos te werken aan het behoud van de diversiteit van alle levensvormen op de Aarde. Niet succesvol behoud van de diversiteit van alle vormen van leven bedreigt het leven van de mens op aarde. Deze taak vereist maximale coöperatie, deskundigheid en betrouwbaarheid van de overheden van de federatie. 

In de tweede plaats eerbiedigt de federatie maximaal respect voor diversiteit in het maatschappelijk leven. Waar die verdwijnt ontstaan monocratieën en gaan die delen van de samenleving aan inteelt ten onder. Diversiteit van wetenschappen, culturen, etniciteiten en geloven creëert nieuwe wetenschappen, culturen, etniciteiten en geloven. Deze constitutie verwerpt daarom elk ageren dat gericht is op protectie van het zogeheten ‘eigen volk eerst’ en zal alle wettelijke middelen inzetten om dergelijk ageren te bestrijden. 

In de derde plaats, als een consequentie van het voorgaande, geeft deze Preambule expliciet aan dat er geen ruimte is voor een slogan als ‘Europe first’. De federatie van de Verenigde Staten van Europa deelt haar plaats op de Aarde met alle andere volkeren en sluit zichzelf niet op achter muren van een ‘fort Europa’. Het sluiten van de buitengrenzen met het oogmerk van protectionisme van het eigen volk staat weliswaar niet in de opsomming van misdaden tegen de menselijkheid, maar kent niettemin een ernstige straf: het uiteindelijk verdwijnen van wat men wenst te bewaren. Dus: open buitengrenzen, geen closed borders. Dat schept verplichtingen: 

  1. het ontwerpen en uitvoeren van plannen zoals het Marshallplan (1948-1952) om arme landen te steunen in hun economische ontwikkeling om de noodzaak van vluchten naar Europa weg te nemen;
  2. met onmiddellijke ingang de ongeveer zestig miljoen oorlogsvluchtelingen een menselijk bestaan te bieden; 
  3. het versterken van de demografische en geopolitieke positie van Europa door met wijsheid, kennis, menselijkheid, rechtvaardigheid en integriteit immigranten een veilig bestaan binnen de federatie te bieden;
  4. de uitvoering hiervan aanmerken als een van de gemeenschappelijke belangen van de federatie.

Deze constitutie is daarom een opdracht en kans voor fundamentele politieke vernieuwing nu de naoorlogse democratieën aan het einde van een zeventigjarige levenscyclus zijn gekomen en geleid hebben tot het buiten sluiten van burgers ten gunste van verdragsrechtelijk bestuur dat uit zijn aard steeds meer oligarchisch en protectionistisch is geworden.  

Toelichting op Overweging Ic
Het zojuist genoemde einde van de politieke levenscyclus van de naoorlogse democratieën plaatst de landen die democratie hoog achten voor een krachttoer die te vergelijken is met de omwenteling van de Verlichting. Democratie en volksvertegenwoordiging moeten vanuit het beginsel van ‘All sovereignty rests with the people’ opnieuw worden uitgevonden. 

Het Verdrag van Lissabon maakt plaats voor een constitutie die vertegenwoordiging van de burgers als uitgangspunt heeft. Dat impliceert onder meer het afschaffen van de Europese Raad van Regeringsleiders en Staatshoofden, de creatie van een Europees Parlement op basis van evenredige vertegenwoordiging binnen één kiesdistrict – het territorium van de federatie – en een regering onder leiding van een door de burgers gekozen President. Dus toegerust met een democratisch mandaat.

Dat kan alleen lukken met wijsheid, kennis, menselijkheid, rechtvaardigheid en integriteit. Met slechts twee zekerheden: als het lukt is het een cruciale omwenteling voor het behoud van Europa. Als het mislukt zal iemand tegen het einde van deze eeuw, na de laatste – door natiestatelijk anarchie geïnitieerde – stammenoorlog in Europa het licht uitdoen. 

Democratieën kunnen niet voorkomen dat verkiezingen leiden tot groeperingen binnen de democratische instellingen die hun macht wensen te gebruiken tegen de democratie. Deze constitutie stelt de instellingen van de democratie zoveel mogelijk in staat om misbruik van democratische procedures het hoofd te bieden door het inbouwen van verdedigingsmechanismen. De opgave is daarom een fundamentele heroriëntatie op het begrip ‘democratie’ in het Europa van de 21eeeuw. Met een taak voor politieke partijen om zich te beraden op hun eigen verantwoordelijkheid om instrumenten te ontwerpen ter verdediging van de democratie tegen partijen die de procedures van de democratie (zouden willen) misbruiken om die democratie te vernietigen. Waarschijnlijk meer dan welke andere organisatie binnen een democratische bestel zullen politieke partijen zich moeten beraden op wijsheid, kennis, menselijkheid, rechtvaardigheid en integriteit, om een federaal verenigd Europa levensvatbaarheid te garanderen. 

Toelichting op Overweging IIa
De ‘bouwstenen’ van federalisme als staatsinrichting komen voort uit de zogeheten Politieke Methode van Johannes Althusius (1603). Het ‘cement’ om die ‘bouwstenen’ onverbrekelijk aan elkaar te verbinden is geleverd in de geschriften van Europese politieke filosofen als Aristoteles, Montesquieu, Rousseau en Locke met hun opvattingen over volkssoevereiniteit en de leer van de trias politica. De Amerikaanse federale constitutie is op die geschriften gebaseerd, terwijl Europa zichzelf eeuwenlang veroordeelde tot het voeren van oorlogen. 

Niet alleen filosofen leverden het ‘cement’ voor de bouwstenen van federalisme. Ook politieke en maatschappelijke leiders – in het Interbellum bijvoorbeeld de Britse Philip Kerr, beter bekend als Lord Lothian – en na de Tweede Wereldoorlog de Italiaan Altiero Spinelli die met zijn Ventotene Manifest (1942) de grondslag legde voor het naoorlogse streven naar federalisme. Een streven dat tussen 1945 en 1950 werd geleid door een grote hoeveelheid conferenties en plannen onder leiding van staatslieden, wetenschappers, cultuurdragers en burgerbewegingen, maar die in 1950 radicaal stopte met de Schuman Declaration. Die verklaring eiste weliswaar onverkort de creatie van een federaal Europa, maar legde de uitwerking daarvan in handen van regeringsleiders. Op die manier werd – onbedoeld, maar door schuldige onwetendheid over de manier waarop men een federatie moet maken – het verdragsrechtelijke intergouvernementalisme gecreëerd dat de Europese Unie naar het einde van de huidige politieke levenscyclus heeft gevoerd. 

Toelichting op Overweging IIb
De dertien voormalige koloniën in het Amerika van het einde van de 18eeeuw losten het dilemma van ‘nooit meer een overheerser versus de behoefte aan vertegenwoordiging van het volk’ op. Zij pasten het door Althusius bedachte stelsel van gedeelde soevereiniteit toe door de uitvinding van de verticale scheiding van bevoegdheden tussen de soevereine lidstaten en een federaal orgaan. Zonder de integrale lidstatelijke soevereiniteit in te leveren verzochten ze een federaal orgaan om met bevoegdheden van de lidstaten een limitatief aantal gemeenschappelijke belangen te gaan verzorgen. 

Anders dan wel wordt beweerd dat in een federatie lidstaten hun soevereiniteit geheel of gedeeltelijk overdragen in de zin van ‘weggeven en dus kwijtraken’ is daarvan geen sprake. Ouders die hun kind overdragen aan een leerkracht raken niets van hun ouderschap kwijt maar geven de leerkracht de bevoegdheid om het kind kennis bij te brengen die de ouders zelf niet kunnen realiseren. Daarom is ook een andere populaire opvatting onjuist. Namelijk de mening dat een federatie een superstaat is die de soevereiniteit van de lidstaten vernietigt. 

De verticale scheiding van bevoegdheden, leidend tot gedeelde soevereiniteit, lost tevens een ander probleem op. Namelijk het subsidiariteitsbeginsel. Dat beginsel in het Verdrag van Lissabon stelt: ‘De instanties van de Europese Unie moeten aan de lidstaten overlaten wat de lidstaten beter zelf kunnen doen’. Omdat artikel 352 van het Verdrag aan de Europese Raad toestaat elk besluit te nemen dat volgens de Raad de doelen van de Unie dient, kan de Raad dat subsidiariteitsbeginsel negeren. In een federale staatsvorm valt het subsidiariteitsbeginsel samen met de verticale scheiding van bevoegdheden en hoeft het dus niet als zodanig in de artikelen van de constitutie te worden genoemd.   

Een laatste aspect van deze overweging IIb impliceert dat door de limitatieve reeks bevoegdheden van het federale orgaan alle andere bevoegdheden blijven bij de burgers en de lidstaten. Dat houdt onder meer in dat de lidstaten hun eigen constitutie, parlement, regering en rechterlijke macht behouden, inclusief hun eigen beleidsdomeinen voor zover die niet door middel van de verticale scheiding van bevoegdheden zijn vastgelegd in de limitatieve lijst van belangen die het federale orgaan namens de lidstaten dient te behartigen. Ook eventuele monarchieën blijven in stand.  

Toelichting op Overweging IIc
De horizontale scheiding van de drie machten – de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht – is niet een specifieke eigenschap van alleen een federale staatsvorm maar geldt als adagium voor elke staat die heerschappij door één macht wil voorkomen. Binnen een federatie zijn er echter twee bijzonderheden te melden. 

In de eerste plaats geldt vanaf de eerste federale staat – die van de Verenigde Staten van Amerika – dat de trias politica zowel op het niveau van het federale orgaan gevestigd moet zijn, als op dat van de afzonderlijke lidstaten. In de tweede plaats heeft de federale constitutie van de Verenigde Staten van Amerika naast de uitvinding van de hierboven genoemde verticale scheiding van bevoegdheden nog een tweede innovatie ingevoerd: de checks and balances. Zeggen dat een zichzelf respecterende staat de trias politica hoog acht is slechts het uitspreken van een waarde. Maar waarden kunnen alleen worden bewaakt en bewaard door middel van normen. Vandaar dat de Amerikaanse constitutie – en ook deze Europese – artikelen bevat die voorkomen dat onvermijdelijk ageren van de drie machten op het terrein van een andere macht afglijdt naar suprematie van één macht over de andere. Tot dat doel zijn er de checks and balances. Zij zijn de onmisbare countervailing powers om de altijd aanwezige behoefte van de drie machten om hun complex van bevoegdheden uit te breiden, ten koste van de bevoegdheden van de andere, aan banden te leggen. 

Toelichting op Overweging III
De burgers ontlenen aan de Engelse Magna Carta van 1215, het Nederlandse Plakkaat van Verlatinghe van 1581, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 en de Franse Revolutie van 1789 het onvervreemdbare recht om overheden van het federale orgaan af te zetten als zij het gestelde onder I en/of II schenden. 

Conform het adagium ‘All sovereignty rests with the people’ zijn de burgers van de Verenigde Staten van Europa het alfa en omega van de federatie. Alfa in de zin van: zij ratificeren de federale constitutie en vestigen daarmee een stelsel van vertegenwoordiging van het volk, van uitvoerend bestuur op basis politieke besluitvorming door het vertegenwoordigend orgaan en rechtspraak ter oplossing van geschillen. Omega in de zin van het onvervreemdbare recht om hen die onverhoopt het federale stelsel misbruiken, bijvoorbeeld door (pogingen tot) het vestigen van een alleenheerschappij, af te zetten. 

Slot
Deze Preambule omvat het waardencomplex van de constitutie van de Verenigde Staten van Europa. Zij toont waar de Verenigde Staten van Europa voor staan.

Daarna volgen de artikelen van de constitutie.

Ger Koopmans en zijn vlucht vooruit

Volksvertegenwoordiging, het hart van onze democratie
In mijn boek SamenWereld zal ik uitvoerig ingaan op de positie van de volksvertegenwoordigende organen. Dan heb ik het over de gemeenteraad, provinciale staten en de Tweede Kamer. In mijn beleving zijn dit de belangrijkste organen binnen onze democratische rechtsstaat. 

Spijtig genoeg zijn ze allemaal zwak ontwikkeld. Ze leggen het steeds af tegen het bestuur, dus respectievelijk het college van Burgemeester en Wethouders, Gedeputeerde Staten, de regering in Den Haag. 

Ik heb al eerder geschreven over het belang dat ik hecht aan het begrip ‘volkssoevereiniteit’. Je begrijpt dat ik daarom een zwakke positie van de volksvertegenwoordiging een ontzettend slechte zaak vind.

Ik zal in mijn boek enkele oorzaken van die zwakte beschrijven. Een daarvan heeft betrekking op het gegeven dat de volksvertegenwoordiging zich telkens verdeelt in een coalitie en een oppositie. Daarmee kan zij geen vuist maken tegen het bestuur en dus geeft zij dat bestuur vrij spel (ik laat de spelletjes die zich in achterkamertjes afspelen even terzijde).

Ik was dan ook verheugd te lezen dat het formatieproces in de provincie Limburg afstevent op een ‘coalitieloos parlement’. De keuze hiervoor kent echter geen principiële insteek, maar is het gevolg van een door de formateurs gekozen vlucht naar voren, omdat ze geen wenselijke coalitie tot stand kunnen brengen.

Hoe zou het moeten werken?
Een ongedeeld parlement moet zijn politieke opdracht formuleren op basis van een samenlevingsakkoord. Een akkoord dat helder benoemt aan welke grote maatschappelijke opgaven de komende vier jaar wordt gewerkt, eventueel voorzien van mogelijke en acceptabele oplossingsrichtingen. Dit alles steunend op maatschappelijk draagvlak.

Met zo’n akkoord kunnen Gedeputeerde Staten als uitvoerend orgaan aan de slag. Dat uitvoeren is geen technische exercitie, maar zal te allen tijde politiek gekleurd zijn. Politieke verantwoording afleggen aan Provinciale Staten is hiermee onlosmakelijk verbonden.

Dualisme op en top, met de samenleving als grote winnaar.

Wat gebeurt er in Limburg?
De formateurs in Limburg kiezen voor een samenstelling van een extraparlementair college waarbij de partijpolitieke kleur van de kandidaten niet doorslaggevend is om daarbij meteen te vermelden dat het CDA twee kandidaten zal leveren. Dan denk ik: ‘Daar gaan we weer’. Een nieuw concept dat meteen wordt ingevuld met ‘oud denken’.

Bovendien ligt er geen samenlevingsakkoord. Alleen maar een opsomming van enkele uitgangspunten zonder inhoud. Het voornemen is dat de formateurs zelf aan de slag met het opstellen van een collegeprogramma. Daarmee krijg je alweer een machtsverschuiving van de volksvertegenwoordiging naar het bestuur. Help, dat is nu net niet de bedoeling.

Volgens formateur Ger Koopmans staat of valt het slagen van het experiment allemaal met politieke wil. Dat is een open deur. Maar daar gaat het niet om. 

Waar gaat het wel om? Het concept van een ‘coalitieloos parlement’ moet eerst grondig worden doordacht om er vervolgens consequent naar te handelen. Ik vrees dat de keuzes die nu al op voorhand zijn gemaakt strijdig zullen zijn met dat concept.

Waar eindigt dit?
Een dergelijke aanpak zal ertoe leiden dat dit experiment gaat mislukken. Dat is jammer, want dat zet de idee van een ongedeeld parlement voor jaren in de ijskast.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Verantwoordingsdag en snelle oplossingen

Afgelopen woensdag 15 mei was het woensdag gehaktdag, de populaire benaming voor de verantwoordingsdag in de Tweede Kamer. De tegenpool van Prinsjesdag, maar dan met de omgekeerd evenredige aandacht.

Dat laatste is jammer, want terugblikken naar het verleden, daarvan leren, en waar nodig bijsturen is niet onbelangrijk.

Zoals elk jaar kraakt de Algemene Rekenkamer ook nu weer de nodige harde noten in waarschijnlijk de trieste wetenschap dat het lerend vermogen ver te zoeken is. Volgend jaar zal weer vergelijkbare kritiek worden geuit.

In zijn toespraak bij het aanbieden van de Rapporten bij de jaarverslagen 2018 van de ministeries aan de Tweede Kamer sprak Arno Visser – president van de Algemene Rekenkamer – de volgende afsluitende wijze woorden: ‘De continuïteit van publieke dienstverlening is een kostbaar bezit. Die verhoudt zich moeilijk tot snelle oplossingen.’

Hij vindt dat snelle oplossingen zelden leiden tot de gewenste kwaliteit van overheidsmaatregelen. Helaas, kiest de overheid meer dan eens voor lange halen snel thuis.

Laat dit nu helemaal overeenkomen met mijn eigen ervaringen. Een van de problemen waar ik tegenaan loop in gesprekken met potentiële opdrachtgevers is dat ze opzien tegen de zwaarte en omvang van een degelijk beleidsproces. 

Ik nuanceer dat telkens met de volgende argumenten:

  • ook andere maatschappelijke actoren plegen inzet; de opgave ligt niet alleen op het bordje van de overheid;
  • betrokken ambtenaren zijn strikt genomen met hun normale werk bezig, zij het op een andere manier en dat kost weinig extra inspanningen;
  • kwaliteit heeft gewoon zijn prijs;
  • rendement is gegarandeerd en ligt vele malen hoger dan de snelle (kopieer-en-plak-)beleidsdocumenten die in de bureaulade verdwijnen.

Mijn compagnon Koen van Bremen was leider van het project ‘Voorst onder de loep’. De opdracht luidde: ‘ontwerp beleid op het gebied van preventie in het sociale domein, presenteer haalbare oplossingen, voorzien van draagvlak binnen de samenleving.’ Met de steun van de wethouder ging hij met onze Methode Samenlevingsbeleid aan de slag.

Van heinde en verre kwamen andere gemeenten (zo’n 50) en ook het ministerie van VWS kijken naar de verbluffende aanpak in de gemeente Voorst. Iedereen enthousiast, zeer onder de indruk, maar tegelijkertijd huiverig om zelf een dergelijk proces te organiseren. Gebrek aan kennis en aan moed ligt hieraan ten grondslag. Luister maar naar een stukje van een podcast van Publiek Werk met Koen in de hoofdrol (min. 37 – 40).

Wellicht heb je een idee hoe je zo’n angstige terughoudende attitude bij overheden kunt doorbreken. Ik sta er tijdens de bijeenkomst op 26 juni ook graag even bij stil.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld.

De elite, het volk en eerlijkheid

In NRC van 11 mei schrijft Bas Heijne een opiniebijdrage over verwaarloosde liberale waarden. Als opmaat geeft hij een overzicht van verschillende definities die je aan het begrip ‘elite’ kunt geven. Als een soort van gemene deler geeft hij de volgende samenvatting: een ‘elite’ die ‘het volk’ en de cultuur doelbewust ondermijnt; een elite die vooral voor zichzelf zorgt, niet van plan is een meer rechtvaardige verdeling na te streven; en niet assertief genoeg is, niet langer voor zichzelf durft uit te komen.

Met andere woorden ‘de elite’ creëert bewust afstand tot ‘het volk’, pakt zijn voordelen en is daarnaast onmachtig om de kloof te dichten (als ze dat al zou willen).

Ik probeer het vraagstuk van de kloof toch maar even simpel te benaderen. Er zijn mensen die politiek participeren en er zijn mensen die dat niet of niet meer doen. De eerste groep omvat mensen die tot de elite behoren. Maar ook de gele hesjes horen daarbij, zij het dat zij op een activistische manier participeren. 

Ik maak me vooral druk om de groep die is afgehaakt en helemaal passief en onzichtbaar is. 

In mijn beleving telt iedereen mee, dus ook degenen die – al dan niet terecht – vinden dat ze niet meetellen.

Want hoe je het ook wendt of keert er is een deel van de samenleving dat zich naar verhouding in een slechtere positie bevindt. Dat is gewoon niet eerlijk. Althans, dat vind ik.

Maar wat doen we hieraan? 

Ik zal in mijn boek proberen deze vraag te beantwoorden. Ik doe dat aan de hand van het uit 1971 stammend meesterwerk van John Rawls getiteld ‘A Theory of Justice’. Meer in het bijzonder over het uitgangspunt ‘rechtvaardigheid als eerlijkheid’.

Hoe richten we de samenleving op een dusdanige manier in dat we het maximale bereiken voor de minstbedeelden? Dat is de kern, het zogenaamde MaxMin principe.

Tijdens de bijeenkomst op woensdagmiddag 26 juni zal ik met de aanwezigen hierover met de benen op tafel van gedachten wisselen. Ik ben zeer benieuwd naar de diverse ideeën en gedachten. Wil je hier graag bij zijn, laat het me weten.

Die ideeën en gedachten kun je natuurlijk ook nu al kwijt door op dit bericht te reageren.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Bevrijdingsdag en Europese verkiezingen

Het was gisteren Bevrijdingsdag, de dag waarop we het einde van WOII vieren. Het is inmiddels 74 jaar geleden dat in hotel ‘De Wereld’ in Wageningen het capitulatiedocument werd getekend. 

In aanloop naar de verkiezing van de leden van het Europees Parlement op 23 mei wordt met regelmaat verwezen naar de afwezigheid van oorlog gedurende driekwart eeuw in (een deel van) Europa. Met name voorstanders van Europese samenwerking verwijzen hiernaar als reactie op hen die zich kritisch uitlaten over de Europese Unie.

Dat is jammer. In die zin dat kritiek op het functioneren van de huidige EU daarmee onvoldoende ruimte krijgt. Er zijn nogal wat signalen die mij aan het denken zetten.

  1. De opkomst bij de Europese verkiezingen is in Nederland buitengewoon laag (in 2014 37,3 %.) 
  2. De EU tast met regelmaat de soevereiniteit van de lidstaten aan, hetgeen strikt genomen niet de bedoeling zou moeten zijn.
  3. Brexit is daar een antwoord op.
  4. Het Europees Parlement heeft bijzonder weinig in de melk te brokkelen. 

Je ziet bij elke overheidslaag dat de volksvertegenwoordiging een veel zwakkere machtspositie heeft dan het bestuursorgaan (bijv. Tweede Kamer ten opzichte van de regering). Ik zal in mijn boek voorstellen doen om een einde aan die situatie te maken.

Kijken we naar de positie van het Europees Parlement dan is die zeer marginaal. Dit orgaan, dat alle EU-burgers representeert, moet niet alleen de Europese Commissie boven zich dulden, maar ook de Europese Raad (regeringsleiders of staatshoofden van de lidstaten). Deze Raad neemt alle belangrijke politieke beslissingen. Als regeringsleider (niet democratisch gekozen!) van Nederland zit Mark Rutte in dit gremium. 

Met andere woorden, het politieke besturingssysteem deugt niet. We zullen Europa echt op een andere manier moeten gaan organiseren. Kan dat? Jazeker.

Ik ben op dit moment met een aantal gelijkgestemden uit verschillende Europese landen bezig met het opzetten van een beweging: Federal Alliance of European Federalists (FAEF).

We streven naar de Verenigde Staten van Europa. In onze ogen zal Europa federaal zijn of niet zijn. Dat betekent een slagvaardig Europa, transparant, democratisch, dat de soevereiniteit van de lidstaten respecteert en dit alles gebaseerd op een heldere en herkenbare Grondwet.

Onze ervaring is dat veel mensen weinig kennis hebben van het verschijnsel ‘federalisme’. Misschien stel je je nu de vraag: ‘Ben ik zelf misschien een federalist?’.

We hebben een korte poll opgesteld om een antwoord te krijgen op die vraag. Vul hem voor de aardigheid eens in.

Ik zal volgende week iets vertellen over de opvallende parallel tussen aan de ene kant de idee achter het federale gedachtengoed en anderzijds achter het maken van beleid met de samenleving.

Natuurlijk zal ik er ook tijdens de bijeenkomst op woensdagmiddag 26 juni (13:00 – 17:00 uur) bij stilstaan. Mocht je dat nog niet hebben gedaan, dan kun je je hiervoor alsnog aanmelden.

Peter Hovens
Coöperatie SamenWereld

Macron en Rutte: intergouvernementalisme 2.0

Begin 2019 heeft premier Rutte zijn hekel aan de Europese Unie opgeborgen. Niet langer stelt hij dat Brussel moet ophouden steeds meer macht aan zich te trekken. In de Churchilllezing (Zürich, 13 februari 2019) pleit hij voor meer bevoegdheden voor de Europese Raad om met één stem te spreken. Het was zijn derde pro-Europa lezing binnen enkele maanden. Lezingen in Berlijn en Straatsburg gingen daaraan vooraf in 2018.

De premier begint met het eren van Churchill, maar rept met geen woord over de kern van diens lezing in september 1946. Churchill onderstreepte toen nadrukkelijk de noodzaak van de landen op het Europese continent om de federale Verenigde Staten van Europa op te richten. Rutte gaat daaraan voorbij. Het woord ‘federatie’ komt in zijn lezing niet voor. Ook niet het begrip ‘intergouvernementalisme’. Wel spreekt hij over ‘multilateralisme’ ter duiding van zijn wens tot bestendiging van het huidige intergouvernementele EU-besturingssysteem.

Voor de goede orde omschrijf ik twee kernbegrippen: 

  • intergouvernementalisme is beleidsmatig samenwerken tussen regeringen – gebaseerd op een verdrag of overeenkomst – waarbij normstellende bevoegdheden worden gegeven aan bestuurders zonder dat zij daarover verantwoording hoeven af te leggen aan een transnationaal gekozen parlement met volwaardige bevoegdheden;
  • een federatie is gebaseerd op een constitutie van het volk van de lidstaten, waarbij verticale scheiding van bevoegdheden leidt tot gedeelde soevereiniteit tussen lidstaten en een federaal orgaan. Dat orgaan draagt zorg voor een limitatieve reeks van gemeenschappelijke belangen die individuele lidstaten niet (meer) in hun eentje kunnen behartigen. De lidstaten raken geen soevereiniteit kwijt en krijgen juist iets extra’s: de zorg voor gemeenschappelijke belangen.

De rode draad van Ruttes speech is: weg met de naïviteit van de soft powervan beginselen en waarden, maar met de hard powervan realpolitikzoeken naar macht; niet schromend om die macht te verwerven via onbuigzame handelspolitiek om geopolitiek op één lijn te komen met China en de Verenigde Staten. Onder de veilige hoede van Amerika heeft Europa zich – volgens Rutte – al te lang gekoesterd in zelfgenoegzame zachte macht. 

Hij staat weliswaar pal voor waarden als democratie en mensenrechten, maar is bereid die macht desnoods met harde straatgevechten te verwerven. Al met al gaat het nu bij premier Rutte om ‘Europe first’. En dat is naar zijn mening alleen te realiseren door het bestuurlijke deel van ‘Brussel’ in staat te stellen om zowel naar buiten (dus geopolitiek) als naar binnen (dus in het multilaterale stelsel van de lidstaten) een vuist te maken. Meer besluitvormende kracht van de EU-bestuurders naar buiten en naar binnen, daar gaat het hem om.

Die besluitvormende kracht moet naar zijn mening worden gerealiseerd, door het unanimiteitsbeginsel van de besluitvorming in de Europese Raad voor specifieke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het opleggen van sancties aan andere landen (Rusland, Syrië en Iran), in te ruilen voor een meerderheidsbeginsel. Dat betekent: in de bestuurlijke Europese Raad besluiten nemen bij meerderheid van stemmen en niet op basis van unanimiteit, waarbij een veto van een van de lidstaten de besluitvorming kan blokkeren. 

Er is niets tegen afschaffing van het unanimiteitsbeginsel in de Europese Raad. Het is een achterlijke manier van besluitvorming omdat – met een dreigend veto op zak – stemmen worden uitgeruild in de zin van: ‘Als jij mij steunt met dit onderwerp, dan steun ik jou met jouw onderwerp’. Vasthouden aan stemmen op basis van unanimiteit is een instrument voor nationalistisch georiënteerde regeringsleiders, die in protectionisme voorwaarts gaan. Niet het gemeenschappelijk belang van het totaal, maar preventieve damage controlvan de eigen natie bepaalt hun opstelling in de besluitvorming.

Maar Ruttes voorstel tot doorbreken van het unanimiteitsbeginsel is niet gemotiveerd door het belang om afscheid te nemen van een achterlijk besluitvormingssysteem, maar om meer beslissingsmacht te concentreren in handen van een klein aantal leden van de Europese Raad. Om dit te begrijpen moeten we teruggaan naar de Sorbonnespeech van president Emmanuel Macron in september 2017.

Macron wees toen al op de noodzaak om de EU te reconstrueren. Om een zestal speerpunten van EU-beleid zodanig aan te scherpen en met elkaar te verbinden zou de Europese Unie eindelijk een machtsfactor op het geopolitieke toneel kunnen worden. Tot dat doel stelde hij voor om met een groep van vertegenwoordigers van elke lidstaat, plus een nieuw verdrag, een ‘refoundation’ van de EU te realiseren, gericht op versterking van de besluitvorming van de top van het EU-systeem, de Europese Raad. Maar elke bouwvakker kan je vertellen dat funderen en herfunderen onderin, aan de basis, hoort te gebeuren, niet in de top. De enige relevante vorm van herfundering is de juridische basis van de EU, te weten het intergouvernementele Verdrag van Lissabon, te verruilen voor een federale Constitutie.

Nederland is lid van ongeveer 53 intergouvernementele organisaties. Het is geen probleem om op basis van een verdrag of een overeenkomst intergouvernementele lidmaatschappen aan te gaan. Maar zodra dergelijke organisaties normstellende bevoegdheden jegens burgers hebben dient democratische vertegenwoordiging van die burgers de maat der dingen te zijn. En dat is bij intergouvernementele bestuurssystemen nooit het geval. 

De angel zit echter in het instrument dat Macron nodig heeft om op die zes beleidsterreinen mondiale macht en invloed te verwerven. Met nauwkeurig lezen kom je erachter dat het volgens Macron eerst en vooral afgelopen moet zijn met de mogelijkheid om besluitvorming in de Europese Raad te blokkeren of te stoppen. Daarmee claimt hij impliciet: ‘weg met het unanimiteitsbeginsel in de Europese Raad’. 

En wat zegt Rutte anderhalf jaar later? Nu expliciet: ‘laten we dat unanimiteitsbeginsel openbreken’. Zijn lezing van 13 februari 2019 is daarom een verlengstuk van de Sorbonnelezing van president Emmanuel Macron in september 2017. Beiden willen binnen de Europese Raad, door het verruilen van het unanimiteitsbeginsel voor een meerderheidsstelsel, de bestuurlijke macht in handen leggen van degenen die nu al de dienst uitmaken maar daarin kunnen worden gehinderd door collega’s die hun vetorecht gebruiken, of dreigen te gebruiken, en op die manier de besluitvorming blokkeren. 

Om te vermijden dat u denkt dat ik maar wat fantaseer geef ik hier enkele letterlijke citaten van Macrons speech:

  • “We’ve got to make progress on all our major challenges, quickening the pace and setting our sights higher. No State must be excluded from the process, but no country must be able toblockthose wanting to make faster progress or forge further ahead.”
  • “Let me say, going back to what Mario Monti and Sylvie Goulard proposed a few years ago: the idea that whoever wants the least can block the othersis a heresy. We must accept these many differences and, as at every key moment in its history, Europe will move forward first of all through the determination of afew.”
  • “In the same way, we should not define a closed club for those who could be members of it, let’s define the way forward, the method, and all those who have the ambition, desire and power will be in it, without blockingor stoppingthe others.”

Maar er is meer dan alleen zijn wens om de mogelijkheid van blokkeren van besluitvorming in de Europese Raad op te heffen. Kijk nog eens goed naar ‘through the determination of afew’. Waar doet dat aan denken? Aan Jean-Jacques Rousseau eind 18eeeuw. Die legde uit dat een volksvertegenwoordiging zich steeds gedraagt als een electieve aristocratie die op haar beurt tendeert naar een oligarchie. Professor Frank Ankersmit heeft dit thema uitvoerig belicht in zijn afscheidsrede aan de universiteit van Groningen in mei 2010. 

De Europese Raad is het tegenovergestelde van een vertegenwoordiging van het volk en opereert onder het Verdrag van Lissabon reeds als een aristocratie. En die streeft linksom of rechtsom naar concentratie van bestuursmacht. Macron – opgegroeid in de typische centralistische bestuurscultuur van Frankrijk – wil naar een voorhoede van enkele regeringsleiders, een oligarchie in de Europese Raad, om meerderheidsbesluiten door de Raad te duwen.

Voordat u mij verdenkt van een samenzweringstheorie wijs ik op de bestuurlijke eenvormigheid van personen als Macron en Rutte. Ze zijn ‘two of a kind’. De een doet een voorzet en de ander kopt hem in, omdat hij op het juiste moment op de goede plek staat. Ze doen dat automatisch, als een twee-eenheid. Zo zitten ze in elkaar. Hun DNA stuurt hen per definitie in de richting van een bestuurlijke positie. Niet in die van volksvertegenwoordiger. En ze denken zelfs – ongetwijfeld oprecht – dat ze met hun streven naar meerbestuursmacht voor een kleineregroep het volk vertegenwoordigen. Gelet op wat zich aan de basis van het opstandige Frankrijk afspeelt zou Macron inmiddels beter moeten weten.

De door Macron beoogde ‘herfundering’ van de EU door potentiële blokkades binnen de Europese Raad op te heffen en door Rutte ondersteund door expliciet het unanimiteitsbeginsel ter discussie te stellen, is een kwantumsprong waarmee a) nog meer intergouvernementele bestuurlijke macht, b) nog verder buiten de democratische controle van het Europese Parlement wordt geplaatst. Zie hier de geboorte van het intergouvernementalisme 2.0. 

Op deze plek kan ik niet voorbijgaan aan jargon van systeemtheoretische / cybernetische aard. Hoewel extreem kort. Wij hebben hier te maken met een voorbeeld van ‘positive feedback’ (voorwaartse koppeling). De basisfout, te weten de invoering van het Europees intergouvernementalisme vanaf de EGKS in 1951 door middel van een verkeerde doel-middel relatie, creëerde gaandeweg meer problemen dan oplossingen. Pogingen tot reparatie van problemen die voortkomen uit een systeemfout lossen nooit iets op, maar vergroten juist het aantal problemen als de reeks 2-4-8-16 enzovoort. Terwijl ‘negative feedback’ (tegenkoppeling) het universele doelvindingsmechanisme is door het systematisch ongedaan maken van koersafwijkingen binnen politieke besluitvormingsprocessen, veroorzaken daden van ‘positive feedback’ een exponentiële versterking van de koersafwijking. Wat het gemakkelijk maakt om te voorspellen dat toenemende interne conflicten de intergouvernementele EU naar de afgrond zullen voeren. 

Meerderheidsbesluitvorming in de Europese Raad doorvoeren, zonder eerst een democratisch fundament van een federale Constitutie te creëren is een zodanige ophoging van de toch al ongelegitimeerde bestuursmacht van de Europese Raad dat dit stelsel in elkaar zal zakken. Het is een recept voor conflicten binnen de Europese Raad, tussen de Europese Raad en het Europese Parlement en tussen lidstaten. Landen die grote problemen hebben met de Euro, andere landen die zich verzetten tegen immigratie, weer andere die niet gecorrigeerd wensen te worden als ze het verdrag en nadere overeenkomsten schenden zullen het unanimiteitsbeginsel niet willen opgeven. Al was het maar omdat een meerderheidsstelsel – weliswaar door Rutte bedoeld om sneller sancties tegen landen buiten de EU te kunnen treffen – ook tegen hen zelf kan worden ingezet als ze het Verdrag van Lissabon niet naleven. Denk hierbij niet alleen aan de anti-immigratie lidstaten in het oosten van de EU, maar ook aan de lidstaten die zich onder leiding van Nederland verzetten tegen een budgettair fundament onder de Eurozone. Rutte, met de door hem zelf geformuleerde ambitie als straatvechter, organiseert op die manier zijn eigen Waterloo.

Hoe groter de interne verdeeldheid, des te gemakkelijker doet nationalistisch-rechts de greep naar de macht. Het Verwey-Jonker Instituut vermeldt op pagina 45 van de ‘Zevende rapportage racisme, antisemitisme en extreemrechtsgeweld in Nederland’ (december 2018) een uitspraak van het Kamerlid Thierry Baudet, luidend “… dat het allerbeste zou zijn als wij absolute heersers zijn. In het parlementarisme kun je geen grote beleidswijzigingen doorvoeren”. Gelet op de opkomst van nationalistisch-rechts in Europa moeten we aannemen dat zijn visie wordt gedeeld in andere landen. De Weimar-republiek heeft ons geleerd dat het pad van een sterke man wordt geplaveid door voorafgaand slecht bestuur. Intergouvernementalisme 2.0 biedt exact datzelfde beeld.

Ik verdenk Macron en Rutte niet van nationalistisch-extreemrechtse sympathieën. Maar wel van een verwijtbaar gebrek aan kennis dat een federaal Europa, gebaseerd op een federale Constitutie en dus met een democratisch mandaat, de enige staatsvorm is waarmee zij hun plannen ter behartiging van gemeenschappelijke Europese belangen kunnen verwezenlijken.

Powered by WishList Member - Membership Software